Ha P&A,
Paar dingetjes, waarvan ik de eerste het belangrijkste vind:
1/ Goed te lezen dat jullie je persoonlijk niet herkennen in het (naar mijn ervaring) vrij wijd verbreide «evangelische» misverstand als zouden weder-geboren mensen heilig zijn, en geen zonde meer doen. Lijkt me realistisch in het licht van de bijbel. Mogelijk was ik even te snel met de aanduiding van een meerderheid in evangelische kring.
2/ Ik kan me zeer goed vinden in jullie denklijn «dat ‘niet optimistisch zijn over je eigen ervaring’ er JUIST voor zorgt dat je
heel optimistisch wordt over Gods werk in jou».
3/ Zou best kunnen dat ik Watchman Nee niet goed begrepen heb. Zal hem er NOG eens een keer op nalezen, kan ik je beloven. Kom ik dus op terug, zeker als ik merk dat ik zijn denkbeelden niet juist heb weergegeven. Overigens gaat het mij er niet om Watchman Nee aan te vallen, wel om bepaalde denkbeelden, die volgens mij te kort doen aan het de dynamiek, het procesmatige of het groei-karakter van bekering en geloof.
(Tussen haakjes: dat de opzet van de Romeinenbrief a.h.w. de biografie van een gelovige volgt, maak ik niet mee. Mij te schematisch, zeker als je bedenkt dat Paulus in zijn hele brief zo nadrukkelijk ‘historisch’ bepaald focust op het heil voor het volk Israël – maar dat terzijde, want het laat onverlet dat de zaken die je in het vervolg aanduidt inderdaad wel belangrijke sub-thema’s vormen in de Romeinenbrief, ook al zou ik ze iets anders beschrijven).
4/ Op mijn instemmend bedoelde opmerking dat God zeker hier in deze wereld een begin maakt met de vervulling van zijn beloften, en mijn bevestigend bedoelde opmerking dat die beloften plus de vervulling ervan teruggaan op zijn genade (en bijvoorbeeld niet op ons ‘ernaar jagen’) schrijf je:
quote:
Waarom gaat men er vaak vanuit dat het ‘geen genade zou zijn’ als ik beweer dat God ons nogal wat belooft? Dat is het, maar het is voor God ook een belediging als we wat Hij ons nu al aanbiedt (nog) niet willen aanvaarden als voor ONS. Juist omdat wijzelf niet kunnen, biedt Hij ons de Heer aan in wie alle schatten en wijsheid verborgen zijn. In Hem hebben we alles ontvangen.
Mijn vraag? Ja…, en…? Hopelijk ga je er niet vanuit dat ik je iets verkeerds in de pen geschoven heb, want ik ben het juist roerend met je eens op dit punt…! Dus voel ik me vrij te vermoed ik dat ik mijzelf niet als een vertegenwoordiger van die ‘men’ hoef te beschouwen.
5/
Je stelt nogal wat verschillende typen vragen op een rijtje, in:
quote:
Het lichaam van Christus bevat toch geen ongelovigen, of wel? Dus het zijn gelovigen. Ziet God alleen een bepaalde bijbelgetrouwe gemeente als het lichaam van Christus? Je zou dan bijna concluderen dat er geen ‘ware’ gelovigen buiten die kerk zouden zijn? En ik denk dat er geen kerk of groep bestaat die alleen uit gelovigen bestaat.
Want als het wel ware gelovigen zijn, horen ze bij Christus. Hoe je het ook wendt of keert. Dat ze niet op de goede plek zitten in de praktijk (wat wij als mensen als de goede plek beschouwen) doet daar niets aan af.
Daarom durf ik te zeggen dat je hier op aarde op dit moment geen zichtbaar Lichaam van Christus hebt, te zien als een eenheid voor de buitenstaanders.
Die vragen ‘kwamen’ blijkbaar ‘los’ naar aanleiding van mijn mededeling dat ik niet instem met de je stellingname dat alle gelovigen samen de universele gemeente – het lichaam van Christus op aarde – vormen. Omdat je vragen, en tussentijdse commentaren nogal over elkaar heentuimelen, en in combinatie met elkaar een beetje het effect sorteren dat de beantwoorder zich bijvoorbaat in de rede gevallen voelt, ga ik ze niet allemaal één voor één beantwoorden. Ik probeer de kern eruit te pakken, op het punt waar (ik vermoed dat) de vraag achter je vragen ligt:
A/ Het lichaam van Christus is een organische metafoor waar knap ingewikkelde kanten aanzitten. Voor direct gebruik in de verkondiging is hij simpel en hanteerbaar. In een wat dogmatisch aandoende discussie (als deze) is die metafoor voor mij wat lastiger te hanteren. Want je kunt er al snel te veel, maar ook te weinig betekenis inleggen. Dus houd ik me maar gewoon aan de termen waar die metafoor naar verwijst.
B/ De Heer heeft voor Zich een gemeente uitgekozen, volgens een structuur die gelijk is aan de verkiezing van het volk Israël door Jahwe. Voor die gemeente is Christus gestorven en opgestaan. Die gemeente heeft van Hem de Geest ontvangen. En bij de gemeente mogen alle gelovigen horen. Die gemeente bestaat (net als dat volk) uit gewone mensen.
C/ Met dat laatste zeg ik tegelijk dat geloof en ongeloof binnen die gemeente door elkaar heen (kunnen) lopen, zolang die gemeente nog op de oude aarde haar bestaan heeft. Overigens worden geloof en ongeloof wel gekwalificeerd: ongelovigen en huichelaars zijn wel
in de kerk, maar niet
van de kerk, aldus de Reformatoren uit de school van Calvijn. Maar dat laatste valt alleen door de Heer Zelf te beoordelen ( = mijn reactie op je eerste vraag!:)
quote:
Het lichaam van Christus bevat toch geen ongelovigen, of wel?
D/ Op catechisatie heb ik bovendien geleerd dat die gemeente over de hele wereld verspreid is (katholiek – en daarom voor mensen niet overzienbaar is, voor God wel), en tegelijk op alle mogelijke plaatsen ter wereld gestalte krijgt in lokale gemeenten. Die gemeenten (als geheel) moeten wel aan een aantal evidente kenmerken voldoen. Aan de hand van die (bijbelse) kenmerken kan een mens beoordelen of hij /zij te maken heeft met een echte kerk van Christus, ja of nee.
E/ In mijn eigen kerk (tenminste zo zie ik dat) heeft in een bepaalde periode (eind jaren 50 tot en met begin jaren 80 vorige eeuw) wat wazigheid bestaan over de vraag of het mogelijk is dat op één plaats meerdere echte kerken van Christus naast elkaar kunnen bestaan, en in verband daarmee, ook over de vraag of de Heilige Geest ook wel buiten de ware kerk van Christus aan het werk kan zijn. Als ik me niet vergis heeft de Synode van Heemse (1984/1985) die onduidelijkheid weggenomen met een aantal krasse uitspraken over de extreem exclusief getoonzette leer van ds. Joh. Hoorn. Prachtig, want vanaf die tijd heeft de ruime en royale visie van de Reformatoren op dit punt weer vaste voet aan de grond gekregen!
F/ De conclusie die je bijna trekt, maar natuurlijk niet wilt trekken,
quote:
dat er geen ‘ware’ gelovigen buiten de kerk zouden zijn
is met de verwerping van de leer van ds. Hoorn wat mij betreft binnen ons kerkelijk leven echt niet meer aan de orde. Prijs de Heer! Alleen, daarmee vervalt niet de ‘roeping van Christus’ die uitgaat naar ALLE gelovigen om zich ter plaatse bij zijn gemeente te voegen (vergelijk de Nederlandse Geloofsbelijdenis § 27 – 29).
6/ Alleen al daarom is het in mijn ogen best belangrijk hoe een christen aankijkt tegen die «concrete gemeente». Het woordje
‘concreet’ zet ik tegenover de in mijn ogen erg
‘idealistische’ oplossing die jullie (als P&A) hebben bedacht voor de kwestie bij welke kerk je nu thuishoort, ja of nee, tenminste als ik jullie ontboezeming in
quote:
Wij persoonlijk hebben afscheid genomen van de kerken en groepen als instituut. We staan erbuiten. Samen met andere gelovigen die ook niet bij een instituut of groep ‘lid’ zijn, zijn we alleen broeders en zusters van elkaar.
goed begrepen heb. Corrigeer me maar als ik het niet goed inschat, maar als je vervolgens zegt:
quote:
Alleen zonder kerkmuren kun je de gemeente van Christus weer zichtbaar maken in een bepaalde plaats.
,
dan zeg ik met mijn Bunschoter boerenverstand: “Hé die gasten zijn voor zichzelf een kerk begonnen, en hun voornaamste dogma is: ‘Wij geloven niet in kerkmuren’.
7/ Ik noem dat «idealistisch», omdat die manier van kerk-zijn iets heeft van een kwetsbare plant die alleen gedijen kan onder glas, en met een nauwkeurig geregisseerde en gecontroleerde warmte-, zuurstof-, mineralen- en vochthuishouding. Dat geeft voor mij een ander beeld te zien dan de kerk van het NT die letterlijk ‘in het wild’ een plek kreeg, groeide en leed, niet alleen vanwege de barre weersomstandigheden van de wereld om haar heen, maar zeker ook vanwege de barre (en boze!) invloeden van binnenuit (zie mijn opmerking hierboven over geloof en ongeloof die door elkaar heenlopen). Een kerk die zich niet terugtrok op een eiland (waar alleen plek was voor gelijkgezinden en gelijkgestemden), maar die onderdak bood aan zondaren en bekeerlingen, dommerikken en slimmerikken, mensen die van huisuit op meta-nivo konden denken en praten, en mensen die gewoon de gave van natuurlijk gegroeide eenvoudige wijsheid hadden meegekregen, èn mensen die door veel schade en schande die wijsheid opdeden, generatie op generatie. Verbonden door eigenlijk maar één constante: dat de Heer erbij was, en erbij bleef met zijn Evangelie en met zijn Geest. Dat is voor mij de kerk (gemeenschap der heiligen), overal verspreid, en op allerlei plekken zichtbaar.
8/ Toegegeven: onze eigen GKv heeft niet helemaal ten onrechte wel eens het odium meegekregen dat zij zelf zich op een eilandje terugtrok.... Alleen heb ik nu niet meer echt het idee dat dat het geval is. Blij toe.
9/ Een
andere zaak is dat de kerk (gemeente) wel verantwoordelijk blijft voor het bewaren van de zuivere leer. Ik ben daarom net zo blij als met dat andere, dat onze GKv die zuiverheid nog net zo belangrijk lijkt te vinden als in de jaren 50 t/m 80 van de vorige eeuw. Het wil nog wel eens gebeuren dat het verlangen om te «bewaren» iets angstvalligs of krampachtigs krijgt. Hangt af van de situatie en van karakters, lijkt me. Ik kijk dan vooral naar de integere intentie daarachter. (Dat was nu ook net het punt waarmee de topic van die aardige, en o zo slimme Wilhelmina, over de briefjes voor het avondmaal in de GKv (elders op dit forum) zojuist de mist inging).
10/ Je schrijft verder:
quote:
Christus is niet gedeeld. Als je een kerk hebt met een bepaalde belijdenis waar je lid van moet worden, sluit je daarmee automatisch andere ware gelovigen buiten, die op een andere plek samenkomen; ze moeten ook eerst lid worden om ‘erbij te horen.’
Tja, vanuit jullie gezichtspunt kan ik me daar iets bij indenken. Alleen vergeet niet de diepste intentie achter de 'regels' van de GKv naar waarde te schatten. Ik kan me het gevoel voorstellen dat die soms als regelrechte achterdocht expressie vindt. En ik vind net als jullie dat die achterdocht geen plaats mag hebben in de gemeente, want die verstikt en veroordeelt bijvoorbaat. Maar aan de andere kant: als je weet dat een kerkgemeenschap haar intenties voor het bewaren van de zuiverheid (niet van haar leden/deelnemers, maar van de leer en van de sacramenten ic. de maaltijd van de Heer) zo wil vormgeven, dan moet je ook begrijpen dat daarmee beslist geen mensen worden afgeschreven. Juist niet, zou ik zeggen.
11/ En tenslotte maak je de opmerking:
quote:
God vraagt ook niet later: Was je Gereformeerd, of was je bij de Pinkstergemeente of Baptist. Hij vraagt of we zijn Zoon hebben geaccepteerd als onze Verlosser.
Het enige waar we lid van kunnen zijn is ‘Het Lichaam van Christus.’
Daar kan ik alleen maar van zeggen: ik heb er geen idee van wat Hij allemaal zal vragen. Misschien nog wel veel scherper en indringender dan wij ons kunnen voorstellen. Misschien ook niet. Ik weet wèl - en daar verheug ik me elke dag om - dat Hij uiteindelijk een stuk barmhartiger zal blijke te zijn dan wij allemaal met elkaar. En verder vind ik dat het betrekken van de kerkvraag op het eeuwig wel en wee soms al snel iets kan hebben van het afleiden van de aandacht voor het hier en nu, en de bijbehorende verantwoordelijkheid die je als christenen hebt meegekregen.
Vriendelijke groet,
Mahüon
P.S. Wordt wel erg lang zo! Moeten we wat aan doen.