De wijzen uit het oosten.
Matteüs 2
1 Toen Jezus geboren was in Betlehem in Judea, tijdens de regering van Herodes, kwamen er magiërs uit het Oosten in Jeruzalem aan. 2 Ze vroegen: ‘Waar is de pasgeboren koning van de Joden? Wij hebben namelijk zijn ster zien opgaan en zijn gekomen om hem eer te bewijzen.’
Wie zijn deze wijzen uit het Oosten en hoe wisten zij dat deze ster betrekking had op de koning der Joden? In eerste instantie lijkt het of we niets van hen weten maar als we naar de grote lijn in de geschiedenis kijken dan zijn er wel vingerwijzingen in het Oude Testament die ons iets wijzer maken. Zo is daar de geschiedenis van Bileam die in Numeri orakelt.
Numeri 24:15-19
15 Daarop hief hij deze orakelspreuk aan:
‘Zo spreekt Bileam, de zoon van Beor,
zo spreekt de man wiens oog geopend is,
16 zo spreekt hij die Gods woorden hoort,
die weet wat de Allerhoogste weet
en ziet wat de Ontzagwekkende toont,
in vervoering, met ontsloten ogen:
17 Wat ik zie is niet in het heden,
wat ik waarneem is niet nabij.
Een ster komt op uit Jakob,
een scepter uit Israël.
Hij verbrijzelt Moab de slapen,
de kinderen van Set slaat hij neer.
18 Het land van zijn vijand verovert hij,
het land van Edom en Seïr.
Israël wordt machtig en sterk,
19 uit Jakob staat een heerser op.
Wie ontkomt uit de stad brengt hij om.’
Wie is Bileam? Ook dat weten we uit Numeri.
Num 22:5 Balak stuurde gezanten naar Bileam, de zoon van Beor, die zich in Petor aan de Eufraat bevond, in zijn geboortestreek.
Petor aan de Eufraat ligt in het woongebied van de Chaldeeën en dat is de invloedssfeer van Babel. Bileam lijkt nog het meest op Satan zelf, hij kent God, bezit voorspellende gaven en God spreekt ook tot hem, maar hij dient God duidelijk niet. Hij bezwijkt voor de de verleiding van de grote hoeveelheid goud en goederen die Balak hem in het vooruitzicht stelt. In het gebied van de Eufraat moet hij hoog in aanzien gestaan hebben. Zeker bij de magiërs, bezweerders, tovenaars en Chaldeeën in Babel, de wetenschappers van die tijd die allerlei kennis en voorspellingen vastlegden. Zoals we terug kunnen lezen in de geschiedenis van Daniel.
Daniël 1:3-4
3 De koning gaf het hoofd van zijn eunuchen, Aspenaz, opdracht een aantal Israëlieten van koninklijke en voorname afkomst naar zijn paleis te brengen. 4 Het moesten jongemannen zonder lichamelijke gebreken zijn, aantrekkelijk om te zien, rijk aan kennis, ontwikkeld en met een scherp verstand, en bovendien geschikt om aan het hof te dienen. Aspenaz moest hen onderwijzen in de geschriften en de taal van de Chaldeeën.
De Chaldeeën zijn een oud volk, de bijbel spreekt al over hen in de tijd van Terach.
Terach is de vader van Abraham en een nakomeling van Chem, één van de zonen van Noach.
Genesis 11:31
31 Terach verliet Ur, de stad van de Chaldeeën, en nam zijn zoon Abram met zich mee, evenals zijn kleinzoon Lot, de zoon van Haran, en zijn schoondochter Sarai, Abrams vrouw. Samen gingen ze op weg naar Kanaän. Maar toen ze in Charan waren aangekomen, bleven ze daar wonen.
En ook in Job is er sprake van de Chaldeeën. Het is ons niet precies bekend in welke tijd Job leefde maar vermoedelijk in hetzelfde tijdperk als Terach en Abraham.
Job 1,17
En ook hij was nog niet uitgesproken, of er kwam een volgende met het bericht: ‘De Chaldeeën overvielen ons van drie kanten en roofden de kamelen, en ze doodden de knechten met hun zwaarden. Ik ben als enige ontkomen om u te zeggen wat er gebeurd is.’
Dat de eeuwenoude kennis van de magiërs, bezweerders, tovenaars en Chaldeeën hoog in aanzien stonden, zie je ook als Nebukadnessar zijn visioen heeft gekregen.
Daniël 2:1-3
1 In het tweede jaar van zijn regering kreeg Nebukadnessar een droom die hem zo verontrustte dat hij de slaap niet meer kon vatten. 2 De koning gaf opdracht de magiërs, bezweerders, tovenaars en Chaldeeën bijeen te roepen om hem te vertellen waar zijn droom over ging. Toen ze voor de koning verschenen waren, 3 zei hij tegen hen: ‘Ik heb een droom gehad die mij verontrust, daarom wil ik weten wat ik gedroomd heb.’
Het lot van dit oude volk staat echter vast en is ook bewaarheid geworden, een groot woestijngebied in Irak is het enige wat nog resteert.
Jes 13,19
Babel, de parel onder de koninkrijken, de grote trots van de Chaldeeën, Babel wordt als Sodom en Gomorra, steden door God verwoest.
Jes 23,13
Wat was het lot van het land der Chaldeeën? Van heel dat volk is niets overgebleven. Assyrië heeft hun gebied bestemd voor woestijndieren. Er werden daar stormtorens opgesteld, en nu zijn hun paleizen verwoest, het is één troosteloze ruïne.
Ook na de val van Babel blijven de magiërs, bezweerders, tovenaars en Chaldeeën in aanzien. De Meden en de Perzen maakten graag gebruik van de kennis en kunde van deze wijzen. Darius de Mediër stelt Daniël niet voor niets aan in een hoge bestuursfunctie. Ook uit andere buitenbijbelse bronnen weten we dat er generaties geleerden e.d. volgden tot circa 400 tot 600 na Christus wanneer klimaatsverandering en verzilting een eindeloze woestijn achterlaat. Het is dus heel wel mogelijk dat in de tijd van Jezus geboorte deze geleerden kennis hadden van Bileam's orakelspreuk en het verband konden leggen met het verschijnen van deze ster. Wellicht op basis van niet aan ons overgeleverde details.
Het geestelijke Babel is na de val van Babel nog springlevend maar zoals we uit Openbaringen weten zal ook daar een eind aan komen.
Openbaring 18:1-3
1 Hierna zag ik een andere engel uit de hemel neerdalen. Hij had groot gezag en zijn luister verlichtte de aarde. 2 Met een krachtige stem riep hij: ‘Gevallen, gevallen is Babylon, die grote stad! Ze is een woonplaats voor demonen geworden, ze biedt onderdak aan elke onreine geest, elke onreine vogel en elk onrein, afschuwelijk dier. 3 Alle volken hebben door haar ontucht de wijn van haar wellust gedronken, de koningen op aarde hebben ontucht met haar gepleegd en de handelaars op aarde zijn van haar overvloedige weelde rijk geworden.’
En daar kijken we naar uit.