quote:
Nunc schreef op 07 augustus 2007 om 17:52:[...]
tja, als je paranoide wilt gaan doen. Maar zelfs de meeste atheistische sceptische ongelovige bijbelwetenschappers erkennen de meeste Paulinische brieven nog wel als echt van Paulus (en zeker wel de 2 Korinte-brieven). Maar of Paulus of een ander het geschreven heeft was niet het punt. Het punt was dat je gedoe over MM die de Sophia zou zijn, volledig onbijbels is.
Dat kan ik aannemen, Paulus heeft de 2 Korinte-brieven geschreven. Trouwens ik heb niet gezegd dat Christus niet de wijsheid is, laten we het niet uit zijn context halen. Het Christuswezen haalde ik al aan bestaat uit de Logos en de Sophia.
[...]
mijn excuses, ik was de fantasten vergeten. Op een of andere manier neem ik mensen die ook boeken over Atlantis, UFO's etc schrijven, iets minder serieus dan historici, bijbelwetenschappers en theologen.
Als je alles wat in de bijbel staat letterlijk neemt, dan kan je ook in een fantastische, eigenbedachte wereld terechtkomen. Trouwens het bestaan van UFO's wordt zeer sterk door vele wetenschappers in overweging genomen en is nog zo fantastisch niet. De kleitabletten uit het Oude Soemer spreken over de Elohim. Piramidologie is nog m.i. zo absurd niet. Wat betreft Atlantis, daarover doe ik geen uitspraak. De piramide van Cheops is zelfs een topic op zich. Erik Von Daniken heeft wel degelijk 40 jaar onderzoek hieromtrent gedaan. Het kan niet allemaal als fantastisch afgeschreven worden. Von Daniken concentreert zich op de realiteit. De piramiden staan er tenslotte, hoe zijn ze er gekomen? Anderen bieden hierover een pover of zelfs geen alternatief.
[...]
die groepen waren er inderdaad, maar of ze geloofden in een 'huwlijk van Jezus de Christus' durf ik te betwijfelen. Heb je daar een bron voor?
Ja,
http://israelreis.schouwstra.info/qumran1.htmWat geschiedschrijver als Plinius en Joshepius laten zien is dat de Essenen de vrouw op gelijke hoogte stelden dan de man. De vrouwen werden in deze sekte niet onderdrukt.
Ook zouden hun regels gehad hebben over het huwelijk, m.b.t. de voortplanting.
En dat de Essenen christenen waren, is evenmin waarschijnlijk, aangezien ze al bestonden
voordat Jezus geboren werd, en een joodse sekte waren.
lees:
http://www.constante.org/Index/Reeks1/MariaMagdala.htmOk, wil niet zeggen dat Jezus niet kan geleefd hebben in deze sekte. Jezus is aan zijn missie begonnen rond zijn dertigste. Wat deed hij al die tijd voordien?
[...]
Ik ben geen rooms-katholiek, dus ik heb er geen voordeel bij om de RKK te verdedigen, en ik zal eens naar die video kijken, maar als het meer van hetzelfde ongeloofwaardige complotdenken is......
Deze videos geven een duidelijk beeld van wat het vaticaan een lange tijd verborgen hielden voor de mens.
[...]
ja
en ze geloofden niet in e.o.a. scheiding tussen Jezus en Christus. Daar kwam jij wel mee aanzetten, en je noemde het Ariaans. Dat klopt dus niet.
ok , een foutje dus. Mijn geloof zal dus de combinatie inhouden.
[...]
niet waar, zie Johannes 20:28.
[...]
Dus de Vader is het Christus-wezen volgens jou? Dat zul je zeker niet uit de bijbel kunnen halen, want daar is
Jezus de Christus. Om dat te weten te komen is het voldoende om een van de geslachtsregisters of een begin van een evangelie even te lezen.
Ik geloof dat Jezus de Christus is, en één met zijn Vader het Christuswezen. Hij geeft tenslotte aan dat Hij niets uit zichzelf kan. Het is de Christus in Hem die alles doet. Hij is m.a.w. het voertuig van de Christus. Jehova zou één der Goden ( de Annunaki) zijn volgens de Soemerische kleitabletten. Ik denk dat we deze zeer oude beschaving zeer ernstig moeten nemen, want het is tenslotte de oudste bekenste beschaving tot nog toe. Hoe ouder hoe betrouwbaarder.
[...]
inderdaad. Maar scheiding maken tussen de mens Jezus en de geest Christus is naar (voor zover ik weet) alle maten wel gnostiek.
ok, ik ken ook de volledige geloofsbelijdenis niet van de Arianen, maar deze moeten er uiteindelijk wel iets over te zeggen gehad hebben. Als ze God God laten zijn en Jezus Jezus, en Jezus was goddelijk omwille van zijn volledig menszijn (wat een kunst op zich is, want vele mensen zijn geen mensen maar beesten of robots die geleefd worden), maken ze uiteindelijk m.i. deze scheiding wel.
[...]
altijd een makkelijke uitspraak, maar moeilijk vol te houden en onmogelijk te bewijzen. Sterker nog, alle schijn is tegen, want we hebben het over documenten uit de tijd dat de kerk
vervolgd werd. Claimen dat de kerk van alles gemanipuleerd heeft, is ongeveer even geloofwaardig en aanemelijk als claimen dat de joden in de tweede wereldoorlog d.m.v. allerlei complotten de mening van hun tegenstanders onderdrukten.
Niet als je een beetje historiek kent:In het jaar 66 werd de Hasmoneeër Flavius Josephus benoemd tot militair bevelhebber ter verdediging van Galilea. Daarvoor was hij in opleiding geweest voor Farizees priester, maar hij ging in militaire dienst toen de joden in opstand kwamen tegen hun Romeinse overheersers. Josephus werd daarop de meest vooraanstaande historicus van zijn tijd en zijn geschriften “De Joodse oorlog en De Joodse geschiedenis bieden een volledig inzicht in de lange en complexe geschiedenis van de natie vanaf de tijd van de vroege aartsvaders tot de jaren van de Romeinse onderdrukking. Josephus’ wetenschappelijke werk, waarvan de manuscripten zo’n 60.000 regels bevatten, werd geschreven in de jaren 80 van de eerste eeuw, toen hij in Rome was. Hoewel Petrus en Paulus onder Nero’s bewind waren geëxecuteerd, waren de evangelische geschriften niet openlijk anti-Romeins. De eerste christenen waren juist geneigd om niet Pilatus, maar de joden de schuld te geven van de vervolging van Jezus en aangezien de joodse opstand van 66-70 was mislukt, geloofden ze stellig dat God nu geen bondgenoot meer was van de joden, maar van hen.
Desondanks was de positie van de christenen binnen het Romeinse rijk nog steeds gevaarlijk; ze waren een minderheidsgroepering zonder legale status. Vanaf Petrus’ kruisiging door Nero tot het Edict van Milaan in 313 (toen het christendom officieel werd erkend) waren er niet minder dan dertig christelijke bisschoppen van Rome. De eerste bisschop die tijdens Petrus’ leven door Paulus werd benoemd in het jaar 58, was de engelse prins Linus, de zoon van koning Caractacus. Omstreeks het jaar 120 waren individuele aanstellingen het privelge geworden van een bepaalde groep en moesten de kandidaten inwoners van Rome zijn. Ten tijde van bisschop Hyginus (vanaf 136) bestond er nog maar weinig of geen verband tussen de Paulinische christenen en de Nazareense volgelingen van Jezus’ eigen Joodse leer. Laatstgenoemden hadden zich voornamelijk in Mesopotamië, Syrië, Zuid-Turkije en Egypte gevestigd. Ondertussen werden de christenen van Rome voortdurend onderdrukt, omdat hun geloof de traditionele goddelijkheid van de Caesars (keizers) zou ondermijnen. In de loop van de tijd werden die vervolgingen steeds heviger, totdat ze weer net zo gewelddadig waren als tijdens Nero’s bewind en er van een wrede onderdrukking sprake was. Het Romeinse rijk had een polytheïstisch geloof (meer dan één God); dit poytheïsme was voornamelijk voortgekomen uit de verering van natuurgoden, zoals die van bossen en het water. Toen Rome een staat werd, waren de goden van de naburige Etrusken en Sabijnen overgenomen. Onder hen bevonden zich jupiter en mars. De Griekse cultuur werd ook overgenomen en de orgieën van Cybele ( de Aziatische aardgodin), werden al snel nagevold door de de hedonistische rituelen van Dionysus ( god van wijn). Toen het Romeinse rijk zich naar het oosten uitbreidde, kwam het in contact met de esoterische cultus van Isis, de universele moeder,en met de verering voor Mithras ( god van licht, waarheid en rechtvaardigheid). Uiteindelijk werd de Syrische religie van Sol Invictus (de niet overwonnen en onoverwinnelijke zon) de overheersende religie. Volgens dit geloof was de zon de voornaamste schepper van het leven en konden alle andere culten onder hem worden geschaard. Deze religie steunde ook de keizer als incarnatie van de godheid. Halverwege de tweede eeuw waren de oorspronkelijke Nazareners ( volgelingen van de leer van Jezus en Jakobus) niet erg geliefd meer in Rome. Door de Pailinische christenen- met name door Irenaeus, bisschop van Lyon- werden ze zelfs aangevallen. Irenaeus veroordeelde hen tot ketters, omdat ze beweerden dat Jezus een mens was en niet God zelf in eigen persoon was. Hij ging zelfs zo ver, om te verklaren dat Jezus zelf de verkeerde religie had gepraktiseerd en dat zijn persoonlijke geloof op een vergissing gebasseerd was. Over de Nazareners (die hij Ebionieten of armen noemde) schreef hij en ik citeer:
Zij gaan, net als Jezus zelf en ook de Essenen en Zadokieten van twee eeuwen daarvoor, uit van de profetische boeken van het Oude Testament. Ze verwerpen de brieven van Paulus en ze verwerpen de apostel Paulus door hem een overtreder van de Wet te noemen.
Als reactie hierop beschuldigden de Nazareners en de Desposynische Kerk Paulus ervan een ‘afvallige’ en een valse apostel’ te zijn en beweerden ze dat zijn idolate geschriften geheel verworpen moesten worden.
In het jaar 135 werd Jeruzalem weer onder de voet gelopen door Romeinse legers, dit maal onder keizer Hadrianus, waardoor de overgebleven joden verspreid raakten. De achterblijvers in Palestina moesten zich beperken tot de studie van de rabbijnse wet en de religie. Ondertussen werd de Paulinische sekte steeds lastiger voor de autoriteiten.
Nadat het onder Hadrianus een hoogtepunt had bereikt (van 117 tot 138), begon het Romeinse imperialisme onder Commodus af te brokkelen.
In het jaar 235 bepaalde keizer Maximinus dat alle christelijke bisschoppen en priesters moesten worden opgepakt, hun persoonlijke bezittingen geconfisqueerd en hun kerken verbrand. De gevangenen werden onderworpen aan verschillende vormen van straf en slavernij, waaronder dwangarbeid in de loodmijnen in Sardinië. Bij aankomst werd één oog van de gevangene verwijderd en werden zijn linkervoet en rechterknie beschadigd om zijn bewegingsvrijheid te beperken, met tal van andere folteringen. Kortom, christen zijn was in die tijd op zichzelf al gevaarlijk, maar wie een leidende positie binnen de christengemeente op zich nam, tekende zijn eigen doodvonnis.
Onder keizer Decius (249) waren de christenen zo opstandig geworden, dat ze als misdadigers werden beschouwd, waarna er een massale vervolging begon. Dit duurde tot en met het bewind van Diocletianus, die in het jaar 284 keizer werd. Hij schafte alle democratische procedures af en stelde een dictatuur in. Christenen moesten offers brengen aan de zogenaamde goddelijke keizer, en als ze ongehoorzaam waren, werden ze daar zeer streng voor gestraft. Alle christelijke ontmoetingcentra moesten worden gesloopt. Discipelen die alternatieve bijeenkomsten organiseerden, werden terechtgesteld. Alle kerkelijke bezittingen werden door de magistraten geconfisqueerd en alle boeken, testamenten en geschreven leerstellingen van het geloof werden in het openbaar verbrand. Christenen uit de hogere klassen mochten geen overheidsfuncties meer bekleden en christelijke slaven
konden elke hoop op vrijheid opgeven.
Diocletianus trachtte de voortdurende aanvallen van barbaarse indringers af te slaan door de macht te decentraliseren en het rijk in tweeën te splitsen.Vanaf het jaar 293 werd het Westen geregeerd vanuit Gallië en het Oosten vanuit Byzantium in wat nu Noord-West-Turkije is. Niettemin gingen de aanvallen door ( Allemannen, Franken) en de Romeinen waren geen invasiemacht meer. Ze werden nu zelf doelwit van invasies van alle kanten. Eén van de wreedste vervolgers onder Diocletianus’ bewind was Galerius, die de oostelijke provincies bestuurde. Hij beval dat één ieder die de keizer niet absoluut vereerde boven alle anderen, op pijnlijke wijze geëxecuteerd moest worden. Maar vlak voor zijn dood in 311 liet Galerius tot ieders verbazing de teugels wat vieren en gaf hij christenen het recht om samen te komen in hun conventikels zonder angst voor molestatie. Na tweeëneenhalve eeuw van vrees en onderdrukking gingen de christenen een tijdperk van voorwaardelijke vrijheid in..
Vanaf 312 werd Constantijn keizer in het Westen, terwijl Licinius in Oosten regeerde. Ondertussen had het christendom zijn schare volgelingen behoorlijk uitgebreid en bloeide het op in Engeland, Duitsland, Frankrijk, Portugal, Griekenland, Turkije en in alle hoeken van het Romeinse rijk. Eigenlijk hadden de christelijke evangelisten meer succes in de strijd tegen barbaren dan de Romeinse legioenen. Constantijn constateerde dat het christendom hem van dienst zou kunnen zijn, nu het Romeinse rijk uit zijn voegen dreigde te raken. Hij ontdekte het christendom als een bindende macht die hij kon uitbuiten.
Hij gaf dit gestalte door te verkondigen dat hij in een visioen een kruis aan de hemel had gezien, met daarbij de woorden: “Verover onder dit teken”. De christelijke leiders waren zeer onder de indruk dat een Romeins keizer een overwinning had behaald onder hun symbool ( tegen Maxentius). Daarop riep Constantijn de oude bisschop Miltiades bij zich, om de christelijke kerk in zijn geheel over te nemen, met de woorden: “ In de toekomst zullen wij, als de apostel van Christus, de bisschop van Rome helpen kiezen.” Constantijn bepaalde dat het schitterende Lateraanse paleis in Rome de residentie van de bisschop moest worden.
Toen Miltiades in 314 overleed, was hij in lange tijd de eerste bisschop van Rome die een natuurlijke dood stierf. Opeens was het christendom respectabel geworden en werd het als staatsreligie goedgekeurd. Constantijn werd in 324 keizer van het gehele Romeinse rijk en zou bekend worden als Constantijn de Grote. Hoewel keizers al eeuwenlang werden vereerd als godheden op aarde en Constantijn officieel beweerde een apostolische afstammeling te zijn, moest er nog één belangrijke kwestie worden geregeld. Dit deed hij na het bezoek van de Desposyni tijdens het Concilie van Nicaea in 325. De Paulinische christenen rekenden nog altijd op de wederkomst van hun messias en dus zag Constantijn zich genoodzaakt deze verwachting in te vullen, door zelf de taak van verlossende messias voor zich te nemen. Per slot van rekening was zijn moeder, Helena, afkomstig uit de koninklijke rijk van Arimatea. De keizer wist natuurlijk dat Jezus door Paulus vereerd werd als zijnde Zoon van God, maar dit idee mocht niet blijven bestaan. Jezus en God moesten in één concept worden samengevoegd, zodat de Zoon geïdentificeerd kon worden met de Vader. Bij het concilie van Nicea werd God dan ook gedefinieerd als Drie Personen in één God: een godheid die bestond uit drie gelijke en voor eeuwig verenigde delen: de Vader, de Zoon en de Heilige Geest.
Deze aspecten (personen) van de drieëenheid leken verdacht veel op de drie priesterlijke titels van Vader, Zoon en Heilige Geest, zoals die lang geleden door de Essenen in Qumran werden gebruikt. De triniteit is dus een leugentje van Contantijn I de Grote, die het ego van Jezus wou als God stellen (vergroten).
Bron Laurence Gardner: uit het boek Maria Magdalena en erfopvolgers van de graal (Tamar) en verwerkt tot een eigengemaakte bijbelstudie over Maria Magdalena, die bestaat uuit een aantal retorische vragen rondom Maria Magdalena en de bijbel zelf. Laurence Gardner gebruikt zelf nog meerdere bronnen. Mijn geloof is enerzijds niet hetzelfde of het zijne, maar verwerp het kind met het badwater niet.