Voeg toe aan favorieten
Topic: Wet of Genade - 5 pagina's
Het laatste bericht in deze discussie is meer dan 4 weken oud!

  1. Ik heb me altijd met hart en ziel overgegeven aan de gereformeerde leer.
    Zondagmorgen de tien geboden.
    Uitgelegd in de 3FvE wat ik daar van mag geloven.
    Maar hoe meer ik lees en begrijp van Romeinen, Korintiers en vooral ook Galaten, hoe meer ik in de problemen kom met de toepassing van de wet als wedergeboren christen.
    Op welke grond, vanuit Gods woord, is het toegestaan dat de wet nog gelezen mag worden? Want de wet, en geloven in Christus, en leven uit genade, lijken maar moeilijk samen te gaan.



  2. Christus zelf laat er geen misverstand over bestaan, lijkt me:

    Matteüs 5:17-19

    quote:

    17 Denk niet dat ik gekomen ben om de Wet of de Profeten af te schaffen. Ik ben niet gekomen om ze af te schaffen, maar om ze tot vervulling te brengen. 18 Ik verzeker jullie: zolang de hemel en de aarde bestaan, blijft elke jota, elke tittel in de wet van kracht, totdat alles gebeurd zal zijn. 19 Wie dus ook maar een van de kleinste van deze geboden afschaft en aan anderen leert datzelfde te doen, zal als de kleinste worden beschouwd in het koninkrijk van de hemel. Maar wie ze onderhoudt en dat aan anderen leert, zal in het koninkrijk van de hemel in hoog aanzien staan.

    God heeft het land aan de woestijnen,
    aan droge, saaie, humorloze praat,
    aan preken waar geen letter poëzie in staat;
    hij houdt van avontuur, muziek en donderjagen -
    diep in zijn hart is God een ouwe zeepiraat.


  3. Hij vervolgt dan ook in vers 20 dat je gerechtigheid groter zal moeten zijn als die van de farizeeen als je het koninkrijk van God wilt binnen komen.
    En dat is ook wat Paulus zegt in Galaten. Wie door de wet gerechtvaardigd wil worden, zal zich aan alle geboden moeten houden.
    Maar waarom kiezen voor gerechtigheid door de wet, of "het juk der wet" om in Galatenstijl te blijven , als je in Jezus geloofd?



  4. No even een aanvulling. Galaten 5:4 is daar denk nog duidelijker in. Als u probeert door God als een rechtvaardige te worden aangenomen door de wet na te leven, bent u van Christus losgemaakt en hebt u Gods genade verspeeld.



  5. Volgens mij dient (het voorlezen van) de wet om ons aan onze zonden te ontdekken. Zodat elke zondag weer het verlossende werk van Christus geprezen kan worden.

    Het is ellende - verlossing - dankbaarheid. De wet hoort imho bij de ellende. Na de verlossing is de wet hooguit een richtlijn voor de dankbaarheid.
    Volgens mij beweren de 3FvE niet heel veel anders. Weliswaar sluit de HC af met de wet, maar als je de artikelen van de HC over de wet leest dan zie je dat de schrijvers de wet interpreteerden op Jezus' manier: niet naar de letter, maar naar het hart. En dat is ook bijbels: dat de wet in het hart van Gods kinderen is geschreven, door Jezus Christus' werk.

    (Bij ons in de gemeente wordt met regelmaat een stuk NT gelezen ipv de wet; dat is meestal 's middags na de preek. En da's toch een vrijgemaakte gemeente.)

    'Life is a dream from which we all must wake'
    Amys of the Nine Valleys sept of the Taardad Aiel


  6. Volgens mij gaat de wet die in het hart geschreven is over de heidenen, als Paulus in Rom2, aangeeft dat er voor hen geen excuus is. En dat is denk ik ook precies waar de wet voor is bedoeld, voor hen die Jezus niet kennen. Maar het gebruik van de wet is, volgens mij, voor de gelovige de verkeerde weg, zelfs het voorlezen er van. Want Paulus zegt in 2Kor3:14 Hun denken verstarde, en dezelfde sluier ligt tot op de dag van vandaag over het oude verbond wanneer het voorgelezen wordt. Hij wordt alleen in Christus weggenomen. 15 Tot op de dag van vandaag ligt er een sluier over hun hart, telkens als de wet van Mozes wordt voorgelezen. 16 Maar telkens als iemand zich tot de Heer wendt, wordt de sluier weggenomen.
    Ik ken de leer van de ellende die tot dankbaarheid moet lijden, maar wat ik me afvraag, zal het genieten aan Gods tafel niet genoeg reden tot danken geven, moeten we daarvoor dan steeds terug kijken naar het vuilnisvat waar we vandaan komen?



  7. Het is een beetje een schijntegenstelling lijkt het wel. Christus is immers de Wet, in Hem komen Wet en genade samen.

    "Helvidius heeft zichzelf erg naïef betoond, door te zeggen dat Maria diverse zonen had omdat in enkele passages gesproken wordt over de broers van Christus" Johannes Calvijn.


  8. Misschien een leestip over de wet (vanaf bladzijde 16)

    Auteur Bert Bolhuis vind dat de wet niet voor ons christenen is bedoeld, maar voor de Joden die uit Egypte geleid werden.

    http://www.werkelijkvrij.nl/boek.pdf

    Tegen dit boek is weer het 1 en ander ingebracht dmv een weerwoord vanuit de GKV.



  9. quote:

    Harold-2 schreef op 27 april 2008 om 22:02:
    Misschien een leestip over de wet (vanaf bladzijde 16)

    Auteur Bert Bolhuis vind dat de wet niet voor ons christenen is bedoeld, maar voor de Joden die uit Egypte geleid werden.

    http://www.werkelijkvrij.nl/boek.pdf

    Tegen dit boek is weer het 1 en ander ingebracht dmv een weerwoord vanuit de GKV.
    Houdt de auteur ook rekening met het verschil tussen algemene en casuistieke wetgeving? M.a.w. als er een tijdelijk wetje wordt aangenomen, dan geldt die op een bepaalde wijze nog steeds.

    "Helvidius heeft zichzelf erg naïef betoond, door te zeggen dat Maria diverse zonen had omdat in enkele passages gesproken wordt over de broers van Christus" Johannes Calvijn.


  10. Als ik zie wat Paulus over de wet schrijft, lijkt Bert Bolhuis zich in goed gezelschap te bevinden. Maar ik zou het dan na moeten lezen. Wat ik niet doe, ik besteed mijn tijd liever in het vinden van bijbelse gronden. Dat de wet en de genade zich in Christus verenigen, dat zou veel verduidelijken wat de 3FvE betreft, kun je ook aangeven, waar dat in de bijbel staat. Want ik ben erg benieuwd in welke context dat geschreven is, anders worden de poten aardig onder Paulus stoel vandaag gezaagd.



  11. quote:

    Onyx schreef op 27 april 2008 om 22:20:
    betreft, kun je ook aangeven, waar dat in de bijbel staat.

    O.m. in dat stukje wat Ulysses citeert. Maar om wat context te schetsen een stukje uit Jezus van Nazaret van B16 dat hier feitelijk ook over handelt:

    Er is gezegd... Maar Ik zeg u

    Van de Messias werd verwacht dat Hij een vernieuwde Thora - zijn Thora - zou brengen. Mis­schien zinspeelt Paulus daarop in zijn brief aan de Galaten, als hij het heeft over de 'Wet van Chris­tus' (Gal 6,2). Zijn hartstochte­lijke pleidooi voor bevrijding uit de Wet culmineert in het vijfde hoofdstuk: 'Voor die vrijheid heeft Christus ons vrijgemaakt. Houd dus stand en laat u niet opnieuw het slavenjuk opleggen' (Gal 5,1). In vers 13 herhaalt hij nog een keer: 'U werd geroepen tot vrijheid.' Daar voegt hij echter aan toe: 'Alleen, misbruik de vrijheid niet als een voorwend­sel voor een zondig leven, maar dien elkaar door de liefde.' Hij zet uiteen wat vrijheid is, name­lijk vrijheid om goed te doen, vrijheid die zich laat leiden door de Geest van God, die ons vrij­maakt van de Wet. Paulus geeft meteen aan waaruit de vrijheid van de Geest inhoudelijk bestaat en wat daarmee onverenigbaar is.
    De 'Wet van Christus' is de vrij­heid. Dat is de paradox van de boodschap van de Galatenbrief. Deze vrijheid heeft een bepaalde inhoud, een richting, ze staat haaks op wat de mens alleen maar ogenschijnlijk bevrijdt en in feite tot slaaf maakt. De 'Thora van de Messias' is nieuw en anders, maar op die manier vervult ze de Thora van Mozes.
    Het grootste deel van de Berg­rede (Mc 5,17-7,27) gaat daarover: na de programmatische inleiding met de zaligsprekingen beschrijft de Bergrede, om zo te zeggen, de Thora van de Mes­sias. Er is een analogie met de Galatenbrief, ook wat betreft de geadresseerden en de bedoelin­gen van de tekst: Paulus schrijft aan de christenen uit de joden, die in het onzekere zijn of ze toch niet de hele Thora net als vroeger moeten blijven onder­houden.
    Ze waren vooral onzeker over de besnijdenis, de spijswetten, de reinheidsvoorschriften en de wijze van sabbat houden. Paulus beschouwt dat als een terugvallen achter het Messiaanse keer­punt, waarbij het wezenlijke van de vernieuwing verloren gaat: het universeel worden van het Godsvolk. Door die universali­teit kan Israël nu alle volkeren van de wereld omvatten.
    De God van Israël is de facto volgens de belofte naar alle vol­keren gebracht en laat zich zien als de God van alle mensen, de enige God.
    Beslissend is niet meer het 'vlees - de fysieke afstamming van Abraham - maar de 'Geest': het horen bij Israëls overleve­ring van geloof en leven door de gemeenschap met Jezus Chris­tus, die de Wet 'vergeestelijkt' heeft en tot de levensweg van allen heeft gemaakt. In de Berg­rede spreekt Jezus zijn volk toe, Israël als de eerste drager van de belofte. Maar door Israël de nieuwe Thora te geven, maakt Hij Israël open, zodat Israël en de volkeren nu één nieuwe, gro­te familie van God kunnen gaan vormen.
    Matteus heeft zijn Evangelie geschreven voor christenen uit de joden en voor de joodse wereld als geheel, omdat hij deze grote impuls van Jezus kracht wilde bijzetten. Door zijn Evangelie spreekt Jezus opnieuw en steeds weer tot Israël. Hij spreekt, het historische moment waarop Matteus staat, in het bijzondel de christenen uit de joden toe. Ze kunnen daardoor vernieu­wing en continuïteit vaststel­len in de geschiedenis die God, te beginnen bij Abraham, heeft met de mensheid, ook in de wending die Jezus eraan gegeven heeft. Dat is de weg waarlangs zij de weg van het leven moeten vinden.
    Maar hoe ziet deze Thora van de Messias eruit? Meteen aan het begin staat een uitspraak die kan gelden als titel en als sleu­tel tot goed verstaan. Het is een uitspraak die ons steeds weer verrast en die Gods trouw aan zichzelf en Jezus' trouw aan het geloof van Israël ondubbelzin­nig verwoordt: 'Denk niet dat Ik gekomen ben om de Wet of de
    Profeten af te breken. Ik ben niet gekomen om af te breken, maar om te vervullen. Want Ik verrzeker jullie: eer hemel en aarde vergaan, zal er niet één punt of komma van de wet afgaan voor het allemaal gebeurd zal zijn. Wie één van die geringste geboden ontkracht en dat de mensen leert, zal de geringste genoemd worden in het Koninkrijk der hemelen' (Mt 5,17-19).
    Het gaat niet om opheffing maar om vervulling. Deze vervulling vraagt niet minder maar méér gerechtigheid, zoals Jezus met­een daarop ook zegt: 'Als jullie gerechtigheid niet méér betekent dan die van de schriftgeleerden en farizeeën, zul je het Konink­rijk der hemelen zeker niet bin­nengaan' (Mt 5,20). Gaat het dan om een drastische aanscher­ping van de gehoorzaamheid aan de Wet? Wat houdt die grotere gerechtigheid eigenlijk in?
    Bij het 'herlezen' - het met nieuwe ogen lezen van kernge­deelten van de Thora valt eerste instantie de nadruk op consequente trouw, op onge­broken continuïteit op. Als we langer luisteren valt op dat Jezus een tegenstelling schept tussen de Thora van Mozes en de Thora van de Messias: 'Tot de ouden is gezegd ( ... ) maar Ik zeg jul­lie ( ... )' (Mt 5,21v). Het Ik van Jezus klinkt met een gezag dat geen wetsleraar zich mag toe­eigenen. De menigte voelt dat aan - Matteus zegt dat het volk schrikt van zijn onderricht. Hij onderricht hen als iemand met 'gezag' en niet zoals hun schrift­geleerden (Mt 7,28; vgl. Mc 1,22; Lc 4,32). Dat slaat natuur­lijk niet op Jezus' sprekerstalent, maar op de aanspraak dat Hij zelf het niveau van de wetgever - van God - vertegenwoordigt. Hun schrik komt voort uit het feit dat een mens durft te spre­ken met het hoogste gezag van God zelf. Ofwel Hij vergrijpt zich daarmee aan Gods majes­teit, wat onvergeeflijk zou zijn, ofwel Hij staat werkelijk op het niveau van God, en dat is nau­welijks voorstelbaar.
    Hoe moeten we deze Thora van de Messias nu begrijpen? Welke weg toont ze ons? Wat zegt ze ons over Jezus, over Israël, over de Kerk, over onszelf, en wat zegt ze tegen ons? Bij het zoeken naar een antwoord heb ik veel hulp gehad van een boek van de joodse geleerde Jacob Neusner: A Rabbi talks with ]esus. An Inter­millennial Interfaith Exchange (Doubleday 1993).
    Neusner, een gelovige jood en rabbijn, is in vriendschappe­lijke betrekkingen met katholieken opgegroeid. Hij doceert samen met christelijke theologen aan de universiteit en heeft groot z respect voor het geloof van zijn n christelijke collega's. Tegelijkertijd blijft hij echter ten diepste overtuigd van de geldigheid van de joodse uitleg van de Heilige Schriften. Zijn eerbied voor het christelijk geloof en zijn trouw aan het jodendom waren aanlei­ding voor hem om met Jezus in gesprek te gaan. In dit boek gaat hij bij de groep leerlingen van Jezus zitten op de berg in Galilea. Hij luistert naar Jezus en legt diens woorden naast de woorden van het Oude Testa­ment en van de rabbijnse overleveringen in Misjna en Talmoed, werken die de neerslag vormen van de mondelinge overlevering vanaf het begin. Voor hem zijn die de sleutel tot het verstaan van de Thora. Hij luistert, hij vergelijkt en hij spreekt met Jezus zelf. Hij is geraakt door de grootheid en de zuiverheid van Jezus' woorden. Tegelijk is hij ook onrustig over de uiteinde­lijke onverenigbaarheid met het jodendom die hij aantreft in de kern van de Bergrede. Hij loopt dan verder met Jezus op de weg naar Jeruzalem, hij hoort hoe bij Jezus dezelfde thematiek weer terugkeert en verder ontvouwd wordt. Steeds weer probeert hij het te begrijpen, steeds weer ontroert hem de grootheid ervan en steeds weer gaat hij in gesprek met Jezus. Maar uiteindelijk besluit hij Jezus niet te volgen. Hij blijft - zoals hij het uitdrukt - bij het 'eeuwige Israël'.
    De dialoog van de rabbijn met Jezus laat zien hoe het geloof in Gods Woord in de Heilige Schriften de basis vormt om elkaar, door alle tijden heen, te vinden: op grond van de Schrift kan de rabbijn in gesprek treden met Jezus, en op grond van de Schrift komt Jezus met ons in deze tijd in gesprek. Deze dialoog heeft plaats met kracht van argumenten. De dialoog laat zien hoe sterk de verschillen zijn, maar hij wordt ook geken­merkt door grote liefde: de rab­bijn aanvaardt het anders-zijn van Jezus' boodschap, en als hij afscheid neemt van Jezus gaat hij weg zonder haatgevoelens. In de harde waarheid blijft ook plaats voor de verzoenende kracht van de liefde.
    Proberen we de kern van dit gesprek te hernemen, om Jezus scherper in beeld te krijgen en om onze joodse broeders beter te begrijpen. Waar het om gaat, wordt naar mijn idee heel mooi zichtbaar in een van de meest indrukwekkende scènes die Neusner in zijn boek schetst. Neusner was - in zijn innerlijke dialoog - de hele dag in Jezus' gezelschap geweest. Nu trekt hij zich terug met de joodse bewo­ners van een klein stadje om te bidden en de Thora te studeren en om wat hij gehoord heeft te bespreken met de plaatse­lijke rabbijn - steeds volgens het uitgangspunt dat men eeu­wen overbruggen kan. De rab­bijn haalt een tekst aan uit de Babylonische Talmoed: 'Rabbijn Simlaj sprak: 613 voorschriften zijn aan Mozes overgeleverd: 365 (verboden) voor de dagen van het jaar, en 248 (geboden) voor de gewrichten van de mens. Toen kwam David en maakte er 11 van. ( ... ) Daarna kwam Jesaja en maakte er 6 van. ( ... ) Toen kwam Jesaja nog een keer en maakte er een enkele van. ( ... ) Beter gezegd - toen kwam Haba­kuk en maakte er een enkele van, want er staat: de rechtvaar­dige blijft leven door zijn geloof (Hab 2,4).'
    In Neusners boek volgt daarop deze gedachtewisseling: 'En was dit het', vraagt de meester, 'wat Jezus, de schriftgeleerde, te zeggen had?' 'Niet precies zo, maar wel ongeveer', zeg ik. 'Wat heeft hij weggelaten?' vraagt hij.
    'Niets', zeg ik. 'Wat heeft hij toegevoegd?' vraagt hij. 'Zich­zelf, zeg ik (p. 113v). Hier ligt de kern waarom de gelovige jood Neusner terugschrikt voor Jezus' boodschap. Dit is de reden waarom hij Jezus niet wil vol­gen, maar bij het eeuwige Israël wil blijven: vanwege de centrale plaats die de persoon van Jezus inneemt in zijn boodschap, die alles een nieuwe richting geeft. Neusner citeert op deze plaats, als bewijs voor deze 'toevoeging', wat Jezus zegt tegen de rijke jon­geman: 'Als u onverdeeld goed wilt zijn, ga dan uw bezit ver­kopen ( ... ). Kom dan terug om Mij te volgen (Mt 19,20; zie p. 114). Volmaakt zijn, heilig zijn zoals God heilig is - voorschrift van de Thora (Lv 19,2; 11,44) bestaat er voortaan in, Jezus na te volgen.
    (viavia uit het KN geciteert)

    "Helvidius heeft zichzelf erg naïef betoond, door te zeggen dat Maria diverse zonen had omdat in enkele passages gesproken wordt over de broers van Christus" Johannes Calvijn.


  12. In jeremia 31 voorspelt God al dat tzt Hij Zijn wet in de harten van de Israelieten zal schrijven, en dat dan alles weer goed zal zijn. 't Is dus niet iets voor heidenen.
    In Romeinen 2 staat (waarschijnlijk) niet met zoveel woorden dat heidenen de Wet in hun hart hebben, maar dat hun hart en hun geweten samen in datgene resulteert waar de Wet ook op wijst.

    Overigens vind ik het wel een legitieme vraag: wij, Gods kinderen uit de heidenen, hebben nooit deel uitgemaakt van het Mozaische verbond. In Christus is ten eerste de wet vervuld (die de Joden aan hun tekort ontdekte), en ten tweede is het heil uitgebreid naar de heidenen.
    Als dat juist is, dan lijkt de wet in onze grefo diensten idd wel misplaatst. Waar Joden nog konden pogen door de Wet behouden te blijven, gingen wij heidenen sowieso verloren. Maar evengoed hoort de wet onlosmakelijk bij het verlossende werk van Christus, waaraan ook wij deel hebben.

    'Life is a dream from which we all must wake'
    Amys of the Nine Valleys sept of the Taardad Aiel


  13. als je al die Joodse wetten na leest, dan zie je ook dat velen niet worden nageleefd in het huidige christendom. De vraag is vooral, wat wilde de profeten en God de Vader met die wetten berijken?

    Adam en Eva hadden geen geboden. Ze leefden in Vrede en mochten alleen niet van de verboden vruchten eten. Maar ze werden ongehoorzaam en de mensen na hen ook. De wetten werden opgesteld om ons in te dreunen wat goed is en wat niet, omdat kennelijk mensen die regels nodig schijnen te hebben. Terwijl God de mens toch zo gemaakt heeft dat die van nature goed behoorden te doen zoals Adam en Eva in het begin ook waren zonder al die wetten. Maar hun vleselijke aard om van het goede af te keren maakte God zeg maar pissig, waardoor Hij de wetten opschreef om aan te kunnen tonen dat geen mens zich eraan zou kunnen houden en dus van Hem afgekeerd zijn en bevrijd moeten worden van deze last.

    Dat kwam in Jezus. Hij bevrijdde ons van die last en in Jezus mogen we weer leven zoals Adam en Eva in het begin leefden. Gods wetten stonden in hun harten geschreven. Ze wisten door hun geweten wat goed en fout is. Dat is de heilige Geest die hun er van overtuigd. Het draaid dan ook niet om de wetten, maar het leven vanuit deze heilige Geest. Wanneer we dat doen, dan brengen we de bedoelingen van de wet (een liefdevol en rein leven in vrijheid) juist in vervulling.

    De wetten gebruikte God om ons onder de neus te wrijven dat we ongehoorzaam zijn, om ons te wijzen op de oplossing. Leven vanuit de Geest die we ontvangen als antwoord op je vertrouwen en geloof in Jezus Christus.

    Een nieuwe start is een nieuw begin


  14. quote:

    Onyx schreef op 27 april 2008 om 22:20:
    Als ik zie wat Paulus over de wet schrijft, lijkt Bert Bolhuis zich in goed gezelschap te bevinden. Maar ik zou het dan na moeten lezen. Wat ik niet doe, ik besteed mijn tijd liever in het vinden van bijbelse gronden. Dat de wet en de genade zich in Christus verenigen, dat zou veel verduidelijken wat de 3FvE betreft, kun je ook aangeven, waar dat in de bijbel staat. Want ik ben erg benieuwd in welke context dat geschreven is, anders worden de poten aardig onder Paulus stoel vandaag gezaagd.

    Wet en genade verenigen zich in Christus maar dan zo dat Christus de wet heeft vervuld: Hij deed 100% de wil van de Vader.
    Als we in Christus geloven, wil dat m.i. zeggen dat Christus onze plaatsvervanger is - voor de straf die we verdienen, maar ook heeft Hij in onze plaats de wet vervuld. Wij zouden dat moeten, maar kunnen het niet.
    Hij deed het en daarom hoeven wij het niet meer. Dat is genade: Hij deed het en wij zijn ontslagen van het juk: Doe dat en gij zult leven.
    Wil dat dan zeggen dat wij de wet maar moeten gaan overtreden?
    nee, Christus in ons, is onze hoop. Hij vervult in ons wat we vanuit onszelf niet kunnen.
    Maar dan is het een leven door de Geest en aangezien de Geest van God altijd Gods wil doet, zul je daarmee dan niet de wet overtreden.
    Galaten 2: 20 zegt bv dat niet ik, maar Christus in mij leeft. Dat is de enige manier om de wil van de vader te kunnen doen.
    En dat gaat dus niet meer langs de weg van de Wet, die is gegeven aan Joden, om te laten zien dat ze zondaars zijn. Het gaat langs de weg vanb de Geest die ons overtuigtg van zonde en ons laat zien wat de wil van de Vader is.

    Ik kom spoedig; houd vast wat gij hebt, opdat niemand uw kroon neme. Wie overwint, hem zal Ik maken tot een zuil in de tempel mijns Gods en hij zal niet meer daaruit gaan


  15. Waarom doet het OT en de Joodse Wet niet meer terzake? Dat Jezus deze vervuld heeft, betekent niet dat we dit dus maar uit onze bijbels kunnen scheuren!

    Pray as if everything depended upon God and work as if everything depended upon man. -- Francis Cardinal Spellman (1889-1967)


  16. quote:

    Priscilla en Aquila schreef op 27 april 2008 om 23:27:
    [...]

    Wet en genade verenigen zich in Christus maar dan zo dat Christus de wet heeft vervuld: Hij deed 100% de wil van de Vader.
    Als we in Christus geloven, wil dat m.i. zeggen dat Christus onze plaatsvervanger is - voor de straf die we verdienen, maar ook heeft Hij in onze plaats de wet vervuld. Wij zouden dat moeten, maar kunnen het niet.
    Hij deed het en daarom hoeven wij het niet meer. Dat is genade: Hij deed het en wij zijn ontslagen van het juk: Doe dat en gij zult leven.
    Wil dat dan zeggen dat wij de wet maar moeten gaan overtreden?
    nee, Christus in ons, is onze hoop. Hij vervult in ons wat we vanuit onszelf niet kunnen.
    Maar dan is het een leven door de Geest en aangezien de Geest van God altijd Gods wil doet, zul je daarmee dan niet de wet overtreden.
    Galaten 2: 20 zegt bv dat niet ik, maar Christus in mij leeft. Dat is de enige manier om de wil van de vader te kunnen doen.
    En dat gaat dus niet meer langs de weg van de Wet, die is gegeven aan Joden, om te laten zien dat ze zondaars zijn. Het gaat langs de weg vanb de Geest die ons overtuigtg van zonde en ons laat zien wat de wil van de Vader is.
    Ik mis een 'bijbelse' onderbouwing voor je bewering, anders word het zo alleen je eigen prive mening.



  17. quote:

    Erudil schreef op 27 april 2008 om 23:33:
    Waarom doet het OT en de Joodse Wet niet meer terzake? Dat Jezus deze vervuld heeft, betekent niet dat we dit dus maar uit onze bijbels kunnen scheuren!
    Wat de wet wil uitwerken: nl God liefhebben met heel je hart en verstand en je naaste als je zelf, doet NATUURLIJK ter zake, maar niet meer langs de weg van de 10 geboden.
    De andere weg is de geestelijke weg: Christus in ons (of: de Heilige Geest zo je wilt) en Hij vervult in ons wat wij niet kunnen.
    En dan gaat dat zelfs veel verder dan de tien geboden maar kom je uit op wat Jezus ons schetst in Mattheus 5.

    Ik kom spoedig; houd vast wat gij hebt, opdat niemand uw kroon neme. Wie overwint, hem zal Ik maken tot een zuil in de tempel mijns Gods en hij zal niet meer daaruit gaan


  18. Waar in de Bijbel staat dat er deze twee wegen zijn, namelijk een aparte 'Joodse' manier en een 'geestelijke' manier? Ik heb hier nog nooit eerder van gehoord. :?

    Pray as if everything depended upon God and work as if everything depended upon man. -- Francis Cardinal Spellman (1889-1967)


  19. quote:

    cyber schreef op 27 april 2008 om 23:45:
    [...]

    Ik mis een 'bijbelse' onderbouwing voor je bewering, anders word het zo alleen je eigen prive mening.

    Romeinen 7: we zijn dood voor wet (10 geboden) dat was de man die eisen aan ons stelde waar we niet aan konden voldoen. De enige remedie om aan die strenge echtgenoot te ontkomen was door de dood.
    Met Christus zijn wij gestorven en daarom dus ontslagen van de wet van de 10 geboden als onze echtgenoot met de strenge eisen.
    We zijn nu eigendom geworden van een Ander en die stelt niet de eisen aan ons, maar vervult voor ons de goddelijke eisen.
    In die zin hebben we niets meer met de wetg te maken: we zijn dood voor haar die ons gevangen hield.

    Ik kom spoedig; houd vast wat gij hebt, opdat niemand uw kroon neme. Wie overwint, hem zal Ik maken tot een zuil in de tempel mijns Gods en hij zal niet meer daaruit gaan


  20. quote:

    Erudil schreef op 27 april 2008 om 23:49:
    Waar in de Bijbel staat dat er deze twee wegen zijn, namelijk een aparte 'Joodse' manier en een 'geestelijke' manier? Ik heb hier nog nooit eerder van gehoord. :?

    Strikt gezien is de wet aan de Joden gegeven, wij als heidenen waren zonder wet en zouden ook zonder de wet verloren gaan - evanals de Joden met wet verloren gingen als ze er niet aan konden voldoen. Zie Romeinen 2.

    Het is voorlezen en willen houden van de 10 geboden is m.i. toch wel Judaistisch. Al wordt daarna de genade gepredikt.

    Ik kom spoedig; houd vast wat gij hebt, opdat niemand uw kroon neme. Wie overwint, hem zal Ik maken tot een zuil in de tempel mijns Gods en hij zal niet meer daaruit gaan


  21. quote:

    Priscilla en Aquila schreef op 27 april 2008 om 23:53:
    [...]

    Romeinen 7: we zijn dood voor wet (10 geboden) dat was de man die eisen aan ons stelde waar we niet aan konden voldoen. De enige remedie om aan die strenge echtgenoot te ontkomen was door de dood.
    Met Christus zijn wij gestorven en daarom dus ontslagen van de wet van de 10 geboden als onze echtgenoot met de strenge eisen.
    We zijn nu eigendom geworden van een Ander en die stelt niet de eisen aan ons, maar vervult voor ons de goddelijke eisen.
    In die zin hebben we niets meer met de wetg te maken: we zijn dood voor haar die ons gevangen hield.

    het staat in Romeinen 6 en Romeinen 7 volgt daarop.
    Wij zijn dood voor de zonde maar levend in God, er staat niet dat we dood voor de wet zijn.
    in hoofstuk 4 legt Paulus al uit wat hij daarmee bedoelt.

    Paulus zegt nergens dat de wet exclusief voor de Joden is, maar dat de wet ook voor de heidenen is en dat wij de wet uit genade mogen ontvangen.
    En dat is het thema van de hele brief aan de Romeinen en niet exclusief hoofstuk 7.

    offtopic edit: had dit bericht p.o. gewijzigd i.p.v. gequote, heb het nu hersteld.

    Priscilla en Aquila wijzigde dit bericht op 01-05-2008 15:59 met 9%


  22. Heb het hier ooit eerder geschreven, maar mijn vorige predikant zei ooit in een preek dat het bij de 10 Geboden gaat om '10 leefregels die God eigenhandig op de stenen tafelen heeft geschreven als leefregels voor Zijn volk.'
    Wij kunnen niet meer 'via' de wet behouden worden, we kunnen nog wel steeds heel goed in de wet zien hoe 'het goede leven' eruit ziet in Gods ogen en (met de hulp van de Geest) proberen steeds meer dat goede leven uit te leven.

    Mezzamorpheus wijzigde dit bericht op 28-04-2008 00:24 met 0%


  23. quote:

    Mezzamorpheus schreef op 28 april 2008 om 00:23:
    Wij kunnen niet meer 'via' de wet behouden worden
    dit snap ik niet, volgens mij geld nog steeds geen zonden, geen straf.

    geheelonthouder


  24. quote:

    grompie schreef op 28 april 2008 om 00:46:
    [...]

    dit snap ik niet, volgens mij geld nog steeds geen zonden, geen straf.
    Maar niemand is zonder zonden, behalve jezus... dus.

    Ik kom spoedig; houd vast wat gij hebt, opdat niemand uw kroon neme. Wie overwint, hem zal Ik maken tot een zuil in de tempel mijns Gods en hij zal niet meer daaruit gaan


  25. quote:

    Onyx schreef op 27 april 2008 om 20:10:
    Ik heb me altijd met hart en ziel overgegeven aan de gereformeerde leer.
    Zondagmorgen de tien geboden.
    Uitgelegd in de 3FvE wat ik daar van mag geloven.
    Maar hoe meer ik lees en begrijp van Romeinen, Korintiers en vooral ook Galaten, hoe meer ik in de problemen kom met de toepassing van de wet als wedergeboren christen.
    Op welke grond, vanuit Gods woord, is het toegestaan dat de wet nog gelezen mag worden? Want de wet, en geloven in Christus, en leven uit genade, lijken maar moeilijk samen te gaan.
    In de Hebreenbrief wordt uitgelegd hoe de wet en zijn inzettingen zijn te verstaan vanuit het geloof in Christus: als een aardse voorafschaduwing van de geestelijke dingen die zouden komen.


Het laatste bericht in deze discussie is meer dan 4 weken oud!
Powered by React - www.react.nl | Gereformeerde Kerken Vrijgemaakt - www.gkv.nl