Vind het stuk van Ten Brinke wel interessant, voor wat ik ervan zie. Heb deze discussie even doorgelezen, vandaar dat ik zo laat post. De hele tijd zat ik te denken: zouden ze ook dat interessante artikel uit het ND gelezen hebben?
Denk dat in het denken van de GKV en van Meneer Wolf (die deze discussie startte) een heel grote inconsequentie zit, namelijk dat alleen het citaat van Paulus over de vrouw in het ambt zo letterlijk wordt genomen. Andere dingen die Paulus zegt en die ons cultureel minder nabij zijn dan het weren van vrouwen uit het ambt (zoals het lopen met bedekt hoofd) worden door deze mensen afgedaan, zónder argument (want dat is wat ik geloof Laurens ooit zei, waar Wolf nooit op in is gegaan). Als je dan bijbelgetrouw claimt te zijn en per se alles wat Paulus zegt botweg letterlijk op 2004 wilt toepassen, wees daarin dan ook consequent. Je doet de bijbel onrecht door zo selectief alleen op zwijgteksten te focussen.
Nu dan het ND-artikel:
Vrouwenkerkdoor Rien van den Berg
Het christendom was in de eerste eeuwen van zijn bestaan de motor van de vrouwenemancipatie. Vrouwen begrepen dat ze eindelijk een gelijkwaardige plaats konden innemen, ook in de kerk.
Horen vrouwen, net als mannen, ouderling of dominee te kunnen worden? Die vraag staat weer op de agenda door het rapport van de Nederlands Gereformeerde Kerken over de kwestie, waarop de 'genabuurde' kerken officiële reacties schreven. In de discussies speelt de interpretatie van teksten uit de Bijbel een centrale rol. Maar de context waarin de Bijbel geschreven is, vooral het Nieuwe Testament, blijft onderbelicht. Het NGK-rapport maakt op bladzijde 64 en 65 duidelijk hoe patriarchaal de wereld van het Oude Testament in elkaar zat. Dan volgt er nog één alinea die opent met de zin: ,,In het Nieuwe Testament treedt dit alles minder op de voorgrond.'' Alleen al die vaststelling moet de nodige verbazing wekken, want de wereld waarin het Nieuwe Testament zich afspeelt, de wereld van het Romeinse Rijk, was nog beduidend patriarchaler dan het oude Israël.
Een van de meest heldere binnenkomers is wel de brief van de aanstaande vader Hilarion. Een jaar voor Christus werd geboren, schreef die aan zijn zwangere vrouw Alis het volgende:
,,Je moet weten dat ik nog steeds in Alexandrië ben. Maak je geen zorgen als iedereen terugkomt en ik in Alexandrië blijf. Ik vraag en smeek je goed op onze babyzoon te passen. Zodra ik mijn loon heb gekregen, zal ik het je sturen. Als je van een kind bevalt, houd het dan als het een jongen is en als het een meisje is, ontdoe je er dan van. Je schreef me: 'Vergeet me niet.' Hoe zou ik jou kunnen vergeten? Ik smeek je, maak je geen zorgen.''
Hilarion houdt van zijn vrouw, en de trots over zijn aanstaande vaderschap gloeit van de zinnen. Midden tussen al die liefde en trots staat daar ineens dat wegwerpzinnetje: als het een meisje is, ontdoe je er dan van. Dat is niet alleen gevoelloos, maar ook eufemistisch. In het gunstigste geval voor 'te vondeling leggen', maar waarschijnlijk voor 'vermoorden', want dat was een gangbare, legale praktijk.
Dat blijkt ook uit inscripties bij het tempelcomplex van Delfi. Wetenschappers hebben zeshonderd families kunnen reconstrueren aan de hand van de ingegraveerde namen. In slechts zes families was meer dan één dochter opgegroeid. In het Romeinse rijk heerste dan ook een enorm tekort aan vrouwen. Er waren honderdveertig mannen op elke honderd vrouwen. De historicus J.C. Russell tekent aan dat zulke extreme verschillen in de sekseverhoudingen alleen kunnen ontstaan als er geknoeid wordt met menselijk leven.
Het christendom werkte als een magneet op vrouwen. Die stelling is geen nieuwlichterij. Toen de Duitse theoloog Adolf Harnack honderd jaar geleden belangrijk bronnenmateriaal ontsloot over de wereld van het Nieuwe Testament, turfde hij in de brief van de Romeinen aan wie Paulus de groeten doet. Aan vijftien vrouwen en achttien mannen. Dat was in de klassieke paternalistische cultuur ondenkbaar geweest, als niet die vrouwen een factor van betekenis waren geweest in de toenmalige gemeente. Exacte gegevens zijn schaars en overgeleverde verhalen lang niet allemaal betrouwbaar, maar Harnack stelde vast dat klassieke bronnen ,,simpelweg wemelen van de verhalen over vrouwen uit alle klassen die in Rome en in de provincies werden bekeerd; hoewel de details van deze verhalen onbetrouwbaar zijn, geven ze toch correct de algemene waarheid weer, dat het christendom vooral vrouwen aansprak en dat het percentage christelijke vrouwen, met name binnen de hogere klassen, hoger was dan dat van mannen.''
Als invloedrijke Romeinse mannen zich tot het christendom bekeerden, was dat opvallend vaak het directe gevolg van de bekeringsijver van hun vrouwen. Dat patroon zette zich na het einde van de klassieke tijd voort, bij de kerstening van de Germanen. Die deden niet voor de Romeinen onder in de mannelijkheid van hun cultuur. Ook de bekering van Germaanse vorsten tot het christendom was opvallend vaak het gevolg van de bekering van hun wederhelft.
Status en macht
Wat had het christendom die vrouwen te bieden? De Amerikaanse socioloog Rodney Stark schreef in 1996 het boek The Rise of Christianity*. Daarin stelt hij de vraag hoe het kwam dat vrouwen zich zo tot het christendom voelden aangetrokken, en hij vraagt zich af welke plaats de vrouw in de gemeente innam. Hij heeft een strikt sociologische bril op, die hem het zicht ontneemt op het werk van de Heilige Geest, maar zijn bevindingen zijn interessant. Hij komt tot de conclusie dat bij de christenen de status van de vrouw hoger was dan bij de heidenen, en hun macht groter.
Een christelijke vrouw werd niet uitgehuwelijkt, om maar eens iets te noemen. Ze mocht zelf weten met wie ze trouwde, en ze trouwde prompt ook later dan haar heidense zusters. Twintig procent van de heidense meisjes trouwde voor het dertiende levensjaar. Ongeveer de helft van de christinnen trouwde pas na haar achttiende.
Christelijke mannen en vrouwen waren gelijk voor God. Ook in de seksuele moraal. Paulus schreef in 1 Kor. 7 vers 4: ,,De vrouw heeft niet zelf over haar lichaam te beschikken, doch haar man; en eveneens heeft de man niet zelf over zijn lichaam te beschikken, doch zijn vrouw.'' Die zin was voor toenmalige lezers van een schokkende wederkerigheid. Stark: ,,Evenals de heidenen, prezen de vroege christenen vrouwelijke kuisheid. Anders dan heidenen verwierpen zij echter de dubbele moraal die heidense mannen veel seksuele vrijheid verschafte. Christelijke mannen moesten maagd blijven tot ze waren getrouwd. Seks buiten het huwelijk werd veroordeeld als echtbreuk.''
Een Romeinse vrouw die weduwe werd, diende te hertrouwen. Keizer Augustus legde zelfs boetes op als ze dat niet deed. Alles wat ze bezat, werd eigendom van haar nieuwe echtgenoot. Christelijke weduwen werden gerespecteerd. Rijke weduwen hielden hun bezit, arme weduwen werden liefdevol opgevangen, maar beiden hielden hun vrije keuze.
Stark stelt dat vrouwen ook binnen de gemeente invloedrijke posities bekleedden. Hij toont dat aan uit de Bijbel zelf, maar ook met buitenbijbelse argumenten. De christenvervolgingen bijvoorbeeld. Er zijn meer christelijke vrouwen de marteldood gestorven dan mannen. ,,De meerderheid van de mannen die werden terechtgesteld bestond uit ambtsdragers, onder wie bisschoppen. Het feit dat een belangrijk deel van de martelaren vrouw was, [wijst erop] dat zij door de Romeinen dan ook als officiële ambtsdragers werden beschouwd.'' Vrouwen waren niet zelden diacones, een functie die wel degelijk van betekenis was binnen de kerkelijke gemeenschap.
In de Middeleeuwen werd die koers, vooral in de hogere klassen, vastgehouden**. De vrouw was bepaald niet slecht af. Kinderen konden kiezen voor de naam van de moeder. De vrouw runde niet zelden haar eigen bedrijf, of zette het bedrijf van haar man zelfstandig voort als die overleed. Ongetrouwde vrouwen of weduwen waren voor de wet volledig handelingsbevoegd, ook als het ging om grote sommen geld. In sommige streken zaten vrouwen op de rechtersstoel, en overal in Europa runden vrouwen de hofhoudingen en leidden ze als dat zo uitkwam militaire operaties.
Aan veel verworvenheden van de vrouw kwam pas een einde met de Renaissance, toen niet toevallig de Romeinse tijd verheven werd tot de maat van alle dingen.
Theologische basis
Onder de emancipatie van de vrouw lag wel degelijk een theologische basis. Het fundament wordt gelegd door Christus zelf, bijvoorbeeld waar hij de Sadduceeën van repliek dient die aankomen met het geval van de vrouw die zeven mannen heeft gehad. Van wie is zij in de hemel de vrouw? Veel hedendaagse commentatoren behandelen deze pericoop als een theologisch dispuut. De Sadduceeën wilden fijntjes aantonen welke problemen het opleverde als er een opstanding uit de doden zou zijn - waarin zij immers niet geloofden.
De Romeinse vrouw zal onmiskenbaar ook nog iets anders gelezen hebben. Die Sadduceeën presenteren een vrouw die er als vrouw volstrekt niet toe doet. Ze ontleent voor hen haar waarde aan degene wiens man ze is. En hoe luidt het antwoord van Jezus? Vrij vertaald: Jezus beschouwt een vrouw niet als een aanhangsel van vader of man, noch als een voortbrengster van zonen, maar als een volwaardig mens die persoonlijk toegang krijgt tot Gods koninkrijk.
Het is die fundamentele gelijkheid van man en vrouw voor God die ook Paulus steeds benadrukt. Paulus, zo in de hoek geduwd als vrouwenhater, schreef niets minder dan: ,,En toch, in de Here is evenmin de vrouw zonder de man iets, als de man zonder de vrouw. Want gelijk de vrouw uit de man is, zo is ook de man door de vrouw; alles is echter uit God.'' Voor ons mag dat gemakkelijk ondersneeuwen onder de zogenaamde 'zwijgteksten', maar gelezen in de volstrekte mannencultuur van die dagen, betekenen deze zinnen een volstrekte verschuiving van het perspectief.
Paulus laat in Efeze 5 vers 22 ogenschijnlijk een conventioneel, patriarchaal licht schijnen op het huwelijk. 'Vrouwen, wees uw mannen onderdanig...' Vandaag de dag struikelen veel christenen daarover. Maar juist aan dit soort teksten zullen veel lezers in Paulus' dagen wel gewend zijn geweest. Hij is er (zeker voor zijn doen) ook opvallend kort over. Het waarlijk dwarse van Paulus' boodschap zat hem in de tien verzen daarna: een aansporing voor mannen om hun vrouwen lief te hebben. Dat was nog eens andere taal!
Contextbepaaldheid
Kun je na het bovenstaande een sluitende uitspraak doen in de kwestie of vrouwen weggehouden mogen worden van het ambt van ouderling of predikant? Dat geloof ik niet. De kwestie ligt te complex. Om iets te noemen: er is geen enkele bron bekend die meldt dat in de oude kerk een vrouw in de eredienst het Woord van God open legde - net zo goed als vrouwen in het Oude Testament van tijd tot tijd opduiken als sleutelfiguren met status en macht, maar nooit in de priesterdienst. Aan de andere kant: Paulus geeft vrouwen een officiële kerkelijke functie - waarmee hij nadrukkelijk breekt met de gangbare Joodse praktijk.
Er is in de discussies over vrouw en ambt een blijvend discussiepunt, dat van de zogenaamde 'contextbepaaldheid'. Het rapport van de NGK noemt als voorbeeld het oudtestamentische zwagerhuwelijk. Waarom piekert niemand er nog over om de vrouw van zijn overleden broer te trouwen? Het rapport spreekt van een 'onoverkomelijk cultuurverschil'. ,,Het zwagerhuwelijk veronderstelt een andere samenleving, met andere waarden, andere belangen en andere familieverhoudingen. We moeten vaststellen dat de hele sociaal-culturele basis onder het zwagerhuwelijk is weggevallen.''
Zoals je het zwagerhuwelijk moet proberen te begrijpen in de maatschappij van toen, zo moet je bij allerlei teksten over mannen en vrouwen je ogen niet sluiten voor de culturele situatie waarin die woorden geschreven werden. Moderne, geëmancipeerde christenenen storen zich vaak aan de 'achterstelling van de vrouw' in de Bijbel. Klassieke christenen lazen volstrekt omgekeerd.
Maar ze kijken in dezelfde spiegel: de tekst van Paulus. Zoals klassieke christenen de gelijkwaardigheid van de vrouw niet konden wegpoetsen omdat dat niet in hun cultuur paste, zo kunnen moderne christenen de ongelijkheid tussen man en vrouw niet wegpoetsen omdat die niet in de hedendaagse cultuur past. Dat doet het NGK-rapport net iets te gemakkelijk. Paulus verankert het verschil tussen man en vrouw te diep in de scheppingsorde en in de relatie van Christus tot zijn kerk, om haar zo van tafel te vegen.
Daarmee is de conclusie van het rapport niet van tafel. Het is goed denkbaar dat je na een zorgvuldige afweging tot de conclusie komt dat het ambt van ouderling en predikant ook door vrouwen bekleed kan worden. Maar dan nog zul je bij de invulling ervan recht moeten doen aan een door God in de schepping gelegd verschil.
* In 1998 in het Nederlands verschenen bij Ten Have in Baarn. ISBN 90 259 4723 9
* Een goed leesbaar, zij het iets verouderd overzichtswerk verscheen in 1986 bij uitgeverij Ambo in Baarn: Vrouwen in de Middeleeuwen door Régine Pernoud.
(ND 23 januari 2004;
http://www.nd.nl/htm/doss...mbt/artikelen/230104a.htm)