Als ik het moeilijk heb, dan ga ik naar mijn vrienden. We praten, we denken, we zijn stil, we bidden. Hezelfde als ik me helemaal goed voel. We praten, we lachen, we denken, zijn stil, we prijzen de Heer. Is dit pastoraat? Ik noem dit vriendschap. Doordat ik gezegend ben met goede vrienden waarin we veel voor elkaar kunnen betekenen, loop ik niet zo snel naar een pastor.
Nu een ideaalplaatje: als iedereen naar elkaar omziet (in de gemeente), iedereen zich thuisvoelt, genoeg sociale contacten heeft etc., is pastoraat dan niet overbodig geworden? Of noemen we dat dan allemaal pastoraat? Ik zou de volgende stelling willen neerzetten: pastoraat en vriendschap: een vals onderscheid.