Note: dit sluit aan op het topic herziening van het ambt, dus daarom in dit forum. Als de moderator meer iets vindt voor het bijbelstudie forum, merk ik het wel

Een analyse van bijbelteksten over de positie van de vrouw en de vraag of ze een ambt mag bekleden – diaken, oudste, dominee.
Hierbij heb ik naast mijn eigen inzicht gebruik gemaakt van citaten en de bijbel met Kanttekeningen. Onderaan heb ik de websites geplaatst van gebruikt materiaal voor deze studie. Het eigen werk en brongebruik loopt een beetje door elkaar maar is wel overzichtelijk gebleven.
Handelingen 9:36
In Joppe woonde een leerlinge die Tabita heette, in onze taal is dat Dorkas..
Ze deed veel goeds voor anderen en gaf vaak aalmoezen. (NBV)
(In de staten en NBG vertalingen wordt dit vertaald als discipel.)
Handelingen 21: 8,9
Hij had vier ongetrouwde dochters, die de gave van de profetie bezaten.
Hier zien we belangerijke participatie van vrouwen. Overigens blijkt hieruit ook, zoals in 1 Kor. 14:26 dat een samenkomst de gemeente veel meer participeert dan in de traditionele protestante kerken vandaag de dag, waar de dominee vaak een monologe bijdrage geeft. De lofzang laat ik buiten beschouwing, want het is duidelijk dat de participatie veel verder mag reiken. Het belang van vrouwen in de participatie van het verbreiden van het evangelie is onbetwist. Zie Fil 4 :
Euodia en Syntyche, ik dring er bij u op aan eensgezind te zijn, want u bent één met de Heer. En u, trouwe vriend, vraag ik hen te helpen. Ze hebben samen met mij voor het evangelie gestreden, evenals Clemens en mijn overige medewerkers, van wie de namen in het boek van het leven staan.
Zie ook Titus 2:3.
Romeinen 16: 1
Ik beveel onze zuster Febe bij u aan, die in dienst staat van de gemeente in Kenchreeën.
1) Paulus gebruikt de mannelijke vorm diakonos, de vrouwelijke vorm diakonissa wordt pas in de post-NT tijd gebruikt.
2) Paulus gebruikt diakonos zonder lidwoord. In het Grieks kan diakonos zonder lidwoord de betekenis hebben van een diaken, diaken en de diaken.
3) Paulus kwalificeert diakonos als “van de ekklêsia (kerk/gemeente) te Kenchreeën“. Dit is de enige plaats in het NT waar iemand expliciet wordt beschreven als diakonos van een bepaalde kerk/gemeente (zie Fil 1,1!).
diakonos in de brieven van Paulus
lexicale betekenissen: dienaar, helper, bemiddelaar, diaken
dienaar
*Paulus gebruikt diakonos soms in de letterlijke zin van
dienaar/helper. Hij past deze betekenis ook toe op het leidersambt
in de vroegchristelijke kerken.
*Het feit dat de tegenstanders van Paulus in Korinte zich diakonoi
noemen en dat er in Filippi diakonoi zijn, toont aan dat diakonos in
de vroegchristelijke gemeenten gebruikt wordt om een ambt/functie
te beschrijven
In Romeinen 16 :2 wordt Febe een Prostatis genoemd, di.i
vrouwelijke vorm van het znw., vgl. het verwante ww. prohistêmi
hapaxlegomenon (= slechts éénmaal) in het NT
het ww. prohistêmi = leiden, autoriteit hebben, zorgen
voor,bekommerd zijn om, hulp verlenen, zich engageren in
In de context van Romeinen 16 ontmoeten we andere vrouwen met leidersrollen: Prisca, Tryfena, Tryfosa, Persis.
Wanneer je de ‘zwakke’vormen gebruikt , kun je diakonos vertalen als helper en Prostatis als hulpverlener. Maar gezien bovenstaande toelichting doet dat minder recht aan de vertaling dan de sterke vormen.
Romeinen 16:7
Groet Andronikus en Junia, mijn volksgenoten die met mij in de gevangenis hebben gezeten, die als apostelen veel aanzien genieten en die eerder dan ik één met Christus zijn geworden.
Hoewel Junia in sommige vertalingen als Junias (man) wordt vertaald is dit
verkeerd vertaald. Wat is de reden voor deze “geslachtsverandering”?
In de Griekse tekst staat de accusatief IOUNIAN (IOUNIAN). Deze vorm is ambigu omdat zij de accusatief kan zijn van:
jIounia'" Iouniâs Junias: mannelijk
jIouniva" Iounías Junia: vrouwelijk
*Er is niets in Rom 16,7 dat de mogelijkheid uitsluit dat IOUNIAN naar een vrouw refereert. De grammatikale vormen die naar ANDRONIKON en IOUNIAN samen verwijzen zijn mannelijk. Mannelijke vormen zijn in het Grieks ook vereist als het gaat over een man en een vrouw. Het woord “mannen” dat de Willibrord 1975 gebruikt, staat niet in de Griekse tekst.
*De naam Junias is in de toenmalige wereld onbestaande.
*Junia was zeer frequent omdat het vrouwelijke vorm van de naam Junius was.
*De poginen om Junias als afkorting van de naam Junianus te zien zijn mislukt omdat volgens de regels van de taal de afkorting van Junianus als resultaat Junas en niet Junias zou moeten hebben.
*In de Oudheid heeft niemand in de gezel van Andronikus een man gezien. Zie b.v. Johannes Chrisostomos in zijn commentaar op de Romeinenbrief:
"Groet Andronicus en Junia … die vooraanstaand zijn onder de
apostelen": Het is iets groots onder de apostelen te zijn.
Maar vooraanstaand te zijn onder hen – denk maar wat voor een
wonderbaarlijk loflied dit is!
Ze waren vooraanstaand op grond van hun werken en rechtschapen
handelingen.
Inderdaad hoe groot moet de wijsheid geweest zijn van deze vrouw dat zij zelfs waardig bevonden wordt van de titel apostel!"
Junia is dus met zekerheid correct vertaald. Echter, of Andronikus en Junia worden voorgesteld als apostelen óf als mensen van aanzien onder de apostelen kan niet zeker worden bepaald.
De ene vertaling spreekt van apostelen, de andere van mensen met aanzien bij de apostelen. De griekse tekst laat het open. Wel is het woord ‘mannen’ zoals vertaald bij de NBG niet als zodanig terug te vinden – een verdere aanwijzing dat Junia inderdaad een vrouw is. De vraag echter of zij een vrouwelijke apostel was is niet met zekerheid te beantwoorden.
1 Kor 11. Het beste kun je 2-16 helemaal lezen. Voor de context verklaring citeer ik de Bijbel met Kanttekeningen.
“Bewees het dragen van lang haar in die tijd , dat een vrouw zichzelf respecteerde, hoeveel temeer behoort dit in de gemeente aan de dag te treden.Want mogen man en vrouw zich in de Here ter wille van hun levensbehoud van elkander afhankelijk weten, daardoor wordt het onderscheid der sexen nog niet opgeheven. En aangezien Christus het hoofd is van de man, zo is hij op zijn beurt het hoofd van de vrouw. Deze laatste heeft dan ook blijk te geven dit te eerbiedigen.”
In die tijd was het voor een vrouw eerbaar om lang haar te hebben, maar voor een man niet. Cosmetica gaf toen dus ook een morele boodschap af.
En bedekken was in de heidens/christelijke zede (niet de synogogale)een teken van onderworpenheid. Blootshoofd spreken was ook een signaal van macht. In Korinthe waren ook groepering die de religie van vrouwelijke superioriteit in de godinnen Artemis en Isis aanhingen. Dat zal zeker zijn weerslag op de gemeente kunnen hebben, waar Paulus tegen ageert.
Een vrouw, die ongesluierd bidt of profeteert gedroeg zich dus ongemanierd volgens de zeden van die tijd, zeker ten opzichte van de man.
1 Kor 14:34,35
Vrouwen moeten gedurende uw samenkomsten zwijgen. Ze mogen niet spreken, maar moeten ondergeschikt blijven, zoals ook in de wet staat.
Als ze iets willen leren, moeten ze het thuis aan hun man vragen, want het is een schande voor een vrouw als ze tijdens een samenkomst spreekt.
Denkertje: in hoeverre hebben wij er moeite mee als tijdens een gemeentevergadering een vrouw haar mening of visie geeft?
De context volgens van Bijbel met kanttekeningen:
alles wat in de gemeente gebeurt , moet iedereen baten en vormen. Dus ook getalenteerde vrouwen mogen zich niet opdringen en niet eigenmachtig optreden met Gods woord, dat van Hem alleen uitgaat en waarover niemand eigenmachtig mag beschikken. En ten opzichte van de echtgenoot en de gemeente is het zedelijk om dus ingetogen aanwezig te zijn. En iedereen dient zich dienend op te stellen. Zie 1 Petrus 5 vers 5 :
Overigens, in de omgang met elkaar moet ieder van u altijd de minste willen zijn, want God keert zich tegen hoogmoedigen, maar aan nederigen schenkt hij zijn genade.
Het gebruikte woord voor zwijgen is: sigao¯see-gah'-o :
stilte bewaren, direct en indirect, gesloten blijven (?) vrede bewaren.
Het gaat dus niet om het zwijgen van de vrouw op zichzelf, maar om op een gepaste manier de vrede te bewaren.
De vraag of een vrouw al dan niet een ambt mag bekleden, kun je m.i uit dit gedeelte niet halen, wel de manier waarop vrouwen in die tijd op gepaste wijze konden deelnemen. Vertaald naar onze tijd zou je zeker kunnen zeggen, dat vanwege de man als hoofd , de vrouw een bepaalde wijze gedrag behoort te hebben. Maar uitsluitsel over het al dan niet deelnemen aan een ambt geeft dit gedeelte niet.
Ef. 5 : 22
Vrouwen, erken het gezag van uw man als dat van de Heer, want een man is het hoofd van zijn vrouw, zoals Christus het hoofd is van de kerk, het lichaam dat hij gered heeft.
*Dit gedeelte zegt wel veel over de positie van de vrouw tegenover haar man, maar niet over het al dan niet bekleden van een ambt. Zie ook Kol 3:18
1 Timotheüs 2:11-15
11 Een vrouw dient zich gehoorzaam en bescheiden te laten onderwijzen; 12 ik sta haar dus niet toe dat ze zelf onderwijst of gezag over mannen heeft; ze moet bescheiden zijn. Want Adam werd als eerste geschapen, pas daarna Eva. 14 En niet Adam werd misleid, maar de vrouw; zij overtrad Gods gebod. 15 Ze zal worden gered doordat ze kinderen baart, als ze tenminste volhardt in het geloof, de liefde en een heilige, ingetogen levenswijze.
De grondtekst
Als eerste moeten we terug gaan naar de Griekse grondtekst. Het woord dat Paulus gebruikt voor vrouwen, ‘gunaikas’, slaat meestal op een getrouwde vrouw. Het woord dat in onze bijbel wordt vertaald met de man, namelijk het Griekse woord ‘andros’, kan ook zeer goed vertaald worden met ‘haar man’. Als we de tekst zo lezen, ontstaat er een heel ander beeld: “Een (getrouwde) vrouw late zich leren in stilheid, in alle onderdanigheid. Doch ik laat de vrouw niet toe, dat zij lere, noch over haar man heerse, maar wil, dat zij in stilheid zij. Want Adam is eerst gemaakt, daarna Eva.”
Paulus doelt op het feit dat binnen een huwelijksverbond de man het hoofd van de vrouw is. Daarom is het niet goed dat een vrouw ‘de baas’ over haar eigen man is of hem onderricht geeft, want Adam is eerst gemaakt, daarna Eva. Net zo liet God het wel toe dat Priscilla ondericht gaf aan Apollos, maar niet dat zij onderricht zou geven aan haar man, Aquila.
1 Tim 3: 1-13 geheel lezen is aan te raden. Het eerste gedeelte gaat over de opziener (oudste, ouderling), het tweede over de diaken.
Volgens sommigen bevestigt dit hele gedeelte dat alle leiders en gezagsdragers in de eerste gemeenten mannen moesten zijn en dat ook daadwerkelijk waren. Het is waar dat er in dit gedeelte hoofdzakelijk gesproken wordt over mannelijk leiderschap; hoogstwaarschijnlijk omdat dat het meeste voorkwam en vanwege de verwachtingen die mensen hadden, wanneer er vrouwelijke leiders waren, zoals Febe, werd er van hen verwacht dat ze aan dezelfde karakter- en gedragseisen voldeden.
Vertalingen van vers 11 tonen aan dat de vertaler een keuze maakt op grond van persoonlijke verwachtingen. Het woord gunaikas kan vertaald worden als “vrouwen” of als “hun vrouwen”, afhankelijk van de vertalers’ veronderstellingen ten aanzien van de context. De ene weergave veronderstelt dat het kwalificaties betreft waaraan vrouwen van diakenen moeten voldoen; terwijl de andere suggereert dat deze aansporing is bedoeld voor vrouwelijke geestelijke leiders.
Hoewel het culturele milieu van de eerste eeuw hoofdzakelijk mannelijke leiders voortbracht, toont dit gedeelte samen met ander bijbelse bronnen mogelijkheid voor vrouwelijk geestelijk leiderschap (bijvoorbeeld Handelingen 21:9; Romeinen 16:1-15; Filippenzen 4:2-3) aan dat vrouwelijk leiderschap niet verboden was, noch in Paulus’ tijd, noch in onze tijd. Op grond van gedeelten waaruit blijkt dat de meeste leiders mannen waren, mag niet geconcludeerd worden dat vrouwen geen leiders kunnen zijn, maar uit de tekst is ook niet onbetwist te concluderen dat ze dat wél mogen zijn.
Mijn conclusies
*Dat de vrouw aan haar echtgenoot gezag moet toekennen staat buiten kijf
*Vaak gebruikte teksten om vrouw buiten het ambt te houden zijn ambivalent gezien hun gedeeltelijke tijd-en cultuur-bepaalde context.
*Dat vrouwen ambten bekleedden, is niet met absolute zekerheid te bewijzen.
*Gezag als zodanig niet verkeerd is, wel dat de bijbel waarschuwt voor misbruik door man en vrouw.
*door inlegkunde is het zowel mogelijk vóór als tégen vrouw in het ambt te zijn.
*de bijbel ademt een sfeer, waarin vrouwen breed participeren in het gemeentelijk leven (al dan niet in de ambten) maar moeten waken voor overmoed of dominantie.
*Voor vandaag de dag geldt de norm, dat ieder zich niet heerszuchtig maar dienstbaar moet opstelllen binnen de gemeente, de ander hoger achtend dan zichzelf, elkaar de voeten wassend.
http://perswww.kuleuven.ac.be/~u0007546/2003slidestekst.htmhttp://groups.msn.com/Bek...stenen/rolvandevrouw.msnwhttp://home.hccnet.nl/j.pomstra/vrouwambt2.htmhttp://www.nd.nl/htm/doss...mbt/artikelen/301203a.htmhttp://www.vpe.nl/index.p...&id=205&Itemid=94positief nadenken over begrip onderdanigheid (halverwege de pagina)
http://www.bijbel.nl/manvrouw5.htm