quote:
op 30 Sep 2003 19:50:46 schreef skeptic:
[...]
De redenering gaat mank omdat het begint met de vraag of de opstanding onzin is.
Het is niet mogelijk te bepalen of de Opstanding van Jezus onzin is, dus is ook niet te bepalen of het is voor iedereen van belang is.
OK, laat ik eens een poging doen: Omdat wij christenen geloven dat de opstanding een historische gebeurtenis is moet deze gebeurtenis ook via historische criteria kunnen worden vastgesteld. Laat ik de volgende argumenten voor de opstanding noemen:
1. Van het feit van de opstanding wordt getuigd door vijf onafhankelijke bronnen (Mattheus, Marcus, Lucas, Johannes en Paulus die op hun beurt weer naar talloze andere bronnen verwijzen (1 Kor.15)). De veelheid van deze bronnen verhoogt de geloofwaardigheid van ieder afzonderlijk sterk. Je zou nog vol kunnen houden dat dat Matth. en Lucas hier van Marcus hebben geleend, zoals ze dat hier en daar in het andere materiaal wel gedaan hebben. Maar het boeiende is, dat hun eigen verhalen van de opstanding totaal verschillen van elkaar én dat van Marcus! Feitelijk bevat elk van de getuigenissen meer uniek materiaal dan dat ze gemeenschappelijk materiaal hebben. Het is een groot probleem om te verklaren dat ze, onafhankelijk van elkaar uberhaupt getuigen van de opstandig, als er helemaal geen opstanding zou zijn geweest.
2. De plaats van het graf van Jezus was bij allen goed bekend. Als Jezus niet was opgestaan, en zijn lichaam dus nog in het graf was gelegen, was dat gemakkelijk te controleren geweest. Zowel de volgelingen van Jezus (die vervolgd zouden worden vanwege hun geloof) als zijn tegenstanders (die de bewering van de christenen zouden willen weerleggen) hadden een motief om dit te verifiëren. Maar ze zijn het allemaal eens: Het graf is leeg. Hoe valt deze overeenstemming te verklaren?
3. Er is niemand die ontkent dat de christelijke kerk in Jeruzalem begon, slechts een paar weken na de kruisiging van Jezus. Ze kende een explosieve groei. En de inhoud van de boodschap die deze explosie veroorzaakte, was dat Jezus de Messias is, bewezen door zijn wonderen en de opstanding. Het gaat hier niet om een of ander onbekend persoon uit een grijs verleden, maar over een van hun eigen tijdgenoten.
4. De opstandingsverhalen missen de kenmerken die eigen zijn aan late legendarische verhalen en bevatten veel kenmerken van vroege ooggetuigenverslagen. Er is bijv. sprake van veel details die voor een groot gedeelte onbelangrijk zijn voor de verhaallijn. Als iemand een verslag zit te verzinnen, gaat hij niet dit soort details verzinnen. Ook zit er veel materiaal bij die de geloofwaardigheid geen goed doet. In legendes komt zoiets niet voor. Bijv. de rol van de vrouwen: in de context van de eerste eeuw kon die het getuigenis van de auteurs alleen maar schaden.
Er is een totale afwezigheid van theologische bespiegelingen die later legendarisch materiaal wel zou bevatten. De evangelieverhalen bevatten nogal wat raadselachtigheden die de schrijvers raadselachtig laten.
5. De bekering van Paulus is onverklaarbaar, behalve op grond van de verklaring die hij zelf geeft: hij ontmoette de opgestane Heer. (Handelingen 9 en 1 Korinthiers 15). Paulus was mordicus tegen het christendom, had zelfs toezicht gehouden bij de steniging van een van hun leiders en was op weg naar Damascus om christenen te laten vermoorden.
6. Paulus geeft ons een vroege opsomming van de verschijning van de opgestane Jezus in 1 Kor. 15. Dit is zo'n 15-20 jaar na de opstanding geschreven. Met noteren van het grote aantal levende mensen die Christus gezien hebben na zijn opstanding wil hij zeggen: Als u mij niet gelooft, het bewijs loopt overal rond. Ga het maar vragen aan degenen die het gezien hebben. Gemeten naar de normen van welke rechtbank dan ook, geldt dit als ijzersterk bewijs.
7. Er is geen enkele manier om de verandering bij de discipelen te verklaren, behalve met het feit van de opstanding, wat zij zelf ook zeggen. Als je de discipelen van voor de dood van Jezus vergelijkt met die van na zijn opstanding, dan zie je een wereld van verschil. De ene dag waren ze nog bang en verborgen ze zich; de volgende dag gingen ze de confrontatie aan met een vijandig publiek door de opstanding te preken.
8. De discipelen hebben geen motief om dit verhaal te verzinnen. Ze hadden niets te winnen en alles te verliezen. Er is ook niets dat aanleiding geeft om te geloven dat ze geneigd waren zulke verhalen te verzinnen, of dat ze het soort karakter hadden dat in staat was om zo'n ongelooflijk verhaal te fabriceren. En zelfs als ze dat hadden gewild, dan is er nog niets dat suggereert dat ze het ook klaargespeeld zouden hebben.
Ook alternatieve verklaringen snijden geen hout:
Kan iemand het lichaam gestolen hebben? Wie kan dat geweest zijn? Wie zou er belang bij hebben gehad? Hoe zouden ze langs de Romeinse wachtposten (wier leven op het spel stond) hebben kunnen komen? Hoe verklaar je dan de verschijningen? Zouden de discipelen allemaal gehallucineerd hebben toen ze Jezus 'zagen'? Hoe moet het lege graf verklaard worden?
Het is ook compleet ongeloofwaardig om te suggereren dat Jezus alles in scene gezet heeft.
Er is gewoon geen verklaring die zelfs maar een beetje plausibel is voor het bewijs voor de opstanding. Sorry...
Ik ben benieuwd naar je reactie.
By the way, met dank aan Gregory A. Boyd in 'Brieven aan een scepticus'.