Hierbij de werkelijke tekst vaan de Acte van Vrijmaking van 20 september 2003:
AKTE VAN VRIJMAKING OF WEDERKEER
Jarenlang zijn binnen de Gereformeerde Kerken in de kerkelijke weg bezwaren ingebracht tegen allerlei ontwikkelingen. Deze vanuit Schrift en belijdenis beargumenteerde bezwaren wezen aan dat er binnen de Gereformeerde Kerken sprake is van brede en diepe afval in heel het kerkelijk leven en dat deze kerken zich verwijderen van Gods Woord. Daarom werden de kerken en de kerkelijke vergaderingen met klem opgeroepen van deze deformatie van de kerk terug te keren, zowel plaatselijk als binnen het kerkverband.
Vele revisieverzoeken zijn ingediend met name bij de Generale Synode Zuidhorn-2002/2003, waar de lijnen van afval en afwijking van Gods Woord nadrukkelijk uitliepen in besluiten die direct in strijd zijn met dat Woord van onze God,.
Deze synode heeft echter in plaats van de deformatie te stuiten en de weg naar de reformatie van de kerk in te slaan vrijwel alle revisieverzoeken afgewezen. Zij is voortgegaan op de weg, die wij moesten aanwijzen als in strijd met Schrift en belijdenis. Het verval werkt daarom nog steeds verwoestend door.
Hieronder noemen we de voornaamste besluiten waaruit de afval en woordverlating blijkt.
De valse leer als zou er geen goddelijk gebod meer zijn om op de dag van de HERE te rusten, werd gewettigd. Zelfs werd uitgesproken dat de geloofsopvatting, dat naar het vierde gebod de zondagsrust nog steeds door God geboden wordt (Matt 5:17,18; Marc. 2:27; Hand. 20:7; 1 Kor.16:2; Hebr. 4:8,9v; Openb. 1:10; Gen. 2:2,3; Ex. 16:22-30; Ex. 20:11; Ex. 3-1:14,15; Neh. 13:17; Jes. 58:13,14; Jer. 17:21-27; Ez. 20:18-26; Heidelbergse Catechismus zondag 33, 34, 38; De Nationale Synode van Dordrecht 1618-1619, Post-acta 164-ste zitting), niet aan de gemeente mag worden opgelegd. Daardoor wordt de Schriftuurlijke prediking eigenmachtig aan banden gelegd, en is kerkelijke tucht over zonde tegen het vierde gebod sterk beknot.
Met de ontkrachting van het vierde gebod worden àlle geboden aangetast.
De Schriftkritiek werd aanvaard door middel van besluiten met betrekking tot de voortgaande eenheid met de Christelijke Gereformeerde kerken en de Nederlands Gereformeerde kerken, waar deze valse leer geduld wordt (1 Petr. 1:20,21; 1 Joh. 4:1; 2 Joh.:10);
Vele gezangen uit het Liedboek voor de kerken, die afwijken van Schrift en belijdenis, zijn ondanks ingebrachte bezwaren door de synode vrijgegeven voor gebruik in de eredienst; het gevolg hiervan is een gemeentezang waarin de eendracht van het loven en prijzen van de Here verbroken is (Rom. 15:4-6, Gal. 1:8; Hebr. 13:15; 1 Petr. 4:11).
Alle bovengenoemde zaken zijn nu door twee opeenvolgende synodes definitief besloten en aan de kerken opgelegd. Verder appèl in de kerkelijke weg is niet meer mogelijk.
Inzake de toepassing van het zevende gebod werd door de laatstgehouden synode weliswaar gewezen op het handhaven van Gods gebod, maar werd tegelijk de radicaliteit ervan weer ontkracht door het beroep op de hardheid van het hart, de draagkracht bij de gehuwden, de billijkheid ten aanzien van de concrete situatie, de beperktheid van het zevende gebod in relatie tot de stijl van het koninkrijk der hemelen en het gevoelen van de gemeente (Matt 19:9, Heidelbergse Catechismus Zondag 41, 44).
In deze situatie is door verscheidene kerkleden door middel van brieven een Oproep tot reformatie en bekering uitgegaan naar de plaatselijke kerken en naar kerkleden. Daarin en in de vergezellende brochure Laten wij ons bekeren is breed beargumenteerd een samenvatting gegeven van wat wij moeten zien als de droevige toestand van de kerken. Allerlei trends en ontwikkelingen en ook veel concrete besluiten laten geen andere conclusie toe, dan dat de kerk beroofd wordt van haar erepositie als ware kerk en verlaagd tot een pluralistische kerk. Zij is verworden tot een kerk waarin ja en nee, zuivere en onschriftuurlijke leer, een wettige plaats naast elkaar hebben. De Oproep tot reformatie en bekering werd gedaan aan de kerkenraden, het hoogste kerkelijke orgaan, dat geroepen is om naar artikel 31 K.O. en artikel 29 Nederlandse Geloofsbelijdenis, synodebesluiten die in strijd zijn met Gods Woord, te verwerpen.
De Oproep tot reformatie en bekering is echter tot onze grote droefheid door de kerken en in de kerkelijke pers op brede schaal radicaal verworpen.
Ook u, kerkenraad van onze gemeente, hebt de oproep verworpen en geen bereidheid getoond om de weg van terugkeer naar Gods Woord te gaan.
Wij moeten daarom vaststellen dat het ondanks de indringende en overal verspreide waarschuwingen ontbreekt aan enig begin van bekering, terwijl de aangewezen valse leer wordt verdedigd; ja zelfs zijn sommigen die deze Oproep tot reformatie en bekering indienden, beschuldigd van zonde tegen het negende gebod en opgeroepen daar schuld over te belijden en hun Oproep tot reformatie en bekering met betuiging van leedwezen terug te trekken. Tegen sommigen van hen zijn zelfs tuchtmaatregelen genomen.
Daarmee zijn de Gereformeerde Kerken niet langer pijler en fundament der waarheid (1 Tim. 3:15) meer. Haar taak om haar kinderen te leren Gods geboden onverkort te bewaren (Joh. 14:15; Jak. 2:10; 1 Joh. 2:3; Openb. 12:17; 14:12), heeft zij opgegeven.
Met grote droefheid moeten wij constateren dat de Gereformeerde Kerken dan ook niet langer gezien kunnen worden als ware kerk (artikel 29 Nederlandse Geloofsbelijdenis).
Wij geloven dat de HERE ons in deze situatie roept om te rekenen met deze werkelijkheid, dat door de afwijzing van de Oproep tot reformatie de gemeenschap van Woord en sacrament opgebroken is en om te gehoorzamen aan zijn Woord waarin Hij gebiedt geen gemeenschap te hebben met de zonden, Openb. 18:4.
Daarom spreken wij uit dat het niet langer verantwoord is om deel te blijven uitmaken van een gemeenschap die zich, ondanks herhaalde oproepen tot reformatie en bekering, vastgelegd heeft in afwijking van Schrift en belijdenis.
Daaruit volgt dan ook dat wij geloven dat het ons, zolang u niet alsnog wilt komen tot kerkreformatie, om ’s HEREN wil niet langer mogelijk is, om met u te vergaderen onder uw herderlijk opzicht en uw tucht te aanvaarden als geoefend in de naam van de HERE.
Wij verwerpen naar artikel 31 K.O. de onschriftuurlijke synodebesluiten en maken ons vrij van deze verbastering in de leer.
Tevens maken wij ons vrij van de beknotting van de prediking inzake de door God geboden zondagsrust, welke tegen Gods Woord ingaat (Deut. 12:32, Matt. 28:19, Openb. 22:19), en van het vrijgeven van gezangen die Gods Verbondswoord tegenstaan.
Deze Vrijmaking en bekering is een daad van gehoorzaamheid aan het Woord van God, dat gebiedt geen gemeenschap te hebben met de zonden en de dwalingen, en de meerderheid niet te volgen in het kwade, (Ex. 23:2, Ef. 5:6,7; 2 Joh.:10, artikel 7 Nederlandse Geloofsbelijdenis): de waarheid is boven alles.
We willen de roeping van de HERE, Die vraagt dat de kerk zich richt naar het zuivere Woord van God en alles wat daarmee in strijd is verwerpt, artikel 29 Nederlandse Geloofsbelijdenis, gehoorzaam volgen. Eveneens willen we alleen datgene volgen wat de eenheid dient, artikel 32 Nederlandse Geloofsbelijdenis. Wij erkennen daarbij onze eigen schuld en zonde en roepen daarvoor de vergeving in van onze Hemelse Vader.
Wij mogen die verwachten in de weg van het trouw blijven aan de beloften die we bij onze openbare geloofsbelijdenis hebben afgelegd en eventueel bij de bevestiging in enig kerkelijk ambt.
Wij vinden onze kracht in Gods belofte die Hij verbonden heeft aan het houden van zijn geboden, welke inhoudt dat Hij aan zijn kerk herstel geeft van geschonden verhoudingen en de eenheid van het ware geloof zal bewerken.
Wij dringen er met de meeste ernst bij u op aan om ’s Heren wil, vanwege de heiligheid van zijn huis, en de vergadering van zijn schapen, te luisteren naar deze laatste oproep, teneinde een ark van behoud te zijn in de stormen van de t