Als je rondkijkt in kerkelijk Nederland - in diverse kerkgenootschappen - dan lijkt het vaak wel alsof veel mensen vooral leven bij de traditie van hun kerk.

En de Bijbel lijkt dan wel eens een beetje op de tweede plaats te komen. Het is wat scherp gezegd, en wat generaliserend, maar dat is mijn indruk.
In iedere kerk vormen zich denkkaders, en vormt zich een traditie. Of die is/zijn gevormd.
Dat is ook zo in de GKV.
Veel mensen leven vaak in zo'n kader, en via zo'n kader lezen ze ook de Bijbel.
Vroeger had je de gereformeerd-vrijgemaakte zuil met zijn organisaties, en in de prediking sterke nadruk op de leer, de ware kerk, het verbond met zijn onwrikbare zekerheid, etc. Mensen leefden in die kerk, en bekeken de Bijbel en het gereformeerd-zijn via dat kader.
Vandaag is dat nog zo, alleen op een andere manier, met heel andere accenten. Niet meer zo'n hechte zuil, meer openheid naar andere kerken toe. Velen voelen nogal wat voor een evangelisch élan en staan erg open voor wat die hoek te bieden heeft. Anderen denken met heimwee aan vroeger terug, aan de warmte van het vertrouwde nest. En er zal ongetwijfeld nog veel meer op te sommen zijn.
Zulke kaders geven een zekere vastheid. Maar er zit ook een gevaar aan: je hebt aandacht voor bepaalde zaken, terwijl andere zaken onderbelicht blijven, of misschien zelfs wel helemaal uit de aandacht raken.
Daarom is het nodig om zich hier steeds weer kritisch op te bezinnen: zijn we nog goed bezig? Om zichzelf steeds weer te reformeren. Steeds weer terug naar de Bijbel, het 'sola scriptura'.
Leven bij een geopende bijbel, en daar intensief studie van maken. En dan niet alleen letten op de aangeduide zaken en woorden, maar ook op de sfeer van de tekst. Niet alleen: wat wordt er gezegd? Maar ook: hoe wordt het gezegd, onder welke omstandigheden?
Sola scriptura, het is een van de spreuken van de Reformatie. De reformatoren wilden weer terug naar de Schrift, en het stof daarvan afblazen. Daarom maakten zij zeer intensief studie van de Schrift.
En daarom is ook de gereformeerde leer mij lief.
De gereformeerde leer vindt zijn oorsprong in het 'terug naar de Schrift', sola scriptura.
Maar als ik het over 'gereformeerd' heb, weten we dan eigenlijk wel wat dat is?
Het lijkt er wel op alsof dat nogal eens beelden oproept van: "Steriel dogmatisch, je kan eigenlijk maar beter evangelisch zijn." "Veel nadruk op de leer, doodse stilte over het beleven van het geloof."
Maar is dat het? Is dat waar de gereformeerde belijdenis voor staat? Nee, dergelijke beelden zeggen ons meer over hoe het gereformeerd-zijn is ingevuld in het verleden van de gereformeerd-vrijgemaakte kerk, en hoe dat overgekomen is op diverse mensen. Maar ook daar moeten we kritisch bij stil staan. Het gaat niet om wat er van gereformeerd-zijn is gemaakt, het gaat erom wat het is in zijn essentie, in zijn oorsprong!
Volgens mij wordt het kloppend hart van het gereformeerde belijden - of: het ware geloof waarmee ik dat bedoel in de zin van de rechte beleving daarvan - het meest kernachtig uitgedrukt in vraag en antwoord 2 van de Heidelbergse Cathechismus. Daar gaat het over wat je moet kennen om in de troost van vraag en antwoord 1 gelukkig te leven en te sterven. En dat is: het kennen van ellende, verlossing en dankbaarheid. Dat wordt ook wel genoemd: de drie stukken die gekend moeten worden. Dat zijn geen steriele dogmata! Nee, dat is een bevindelijk kennen en beleven!
Het gaat hier over het nederig worden voor God vanwege onze diepe rampzaligheid, de breuk met God door de zonde, en de beleving daarvan. En het beleven van die wonderlijke verlossing, de ontsluiting van de weg tot God. En het leven in dankbaarheid vanuit dat nieuwe leven.
Die drie stukken nemen een zeer fundamentele functie in binnen het gereformeerde belijden. De hele Catechismus is volgens deze drie onderdelen ingedeeld. En je komt ze ook letterlijk tegen in de eerste twee avondmaalsformulieren en het doopsformulier.
En wat dacht je van het hele onderwijs van Jezus, en de brieven van Paulus?
Als je mij vraagt wat het grootste probleem in onze kerken is, denk ik dat dat gelegen is in het (te) weinig oog hebben voor het bevindelijke kennen van de drie stukken. Dan wordt het fundamentele verschil met de evangelische beweging ook niet meer gezien. Dan kun je nog zo doorwrocht zijn in de gereformeerde dogmata - voor mijn part heb je zelfs prof. dr. mr. ir. voor je naam staan - maar dan zal het je nooit lukken om dat overtuigend uit te leggen.

Preken over de zonde en de ellende - bij Zondag 1 of 2 van de Catechismus - dreigen wel eens een beschouwing van de zaak van buiten te worden, als zaak. Zo van: zo is dat, en laten we het maar erkennen. Maar dat volstaat niet, en Calvijn of Luther namen daar ook geen genoegen mee. Die spraken bepaald anders. Of de predikant trapt in de valkuil dat hij het over een heel andere ellende gaat hebben die veel oppervlakkiger is, veel aardser. Bijv. dat je wensen niet in vervulling gaan, of dat je wel eens ziek wordt. Dat kan de bedoeling ook niet zijn!
Wat ook zo jammer is, het wel lijkt alsof het bij veel bezwaardheid in onze kerken gaat over allerlei leerstellige zaken. (Ik bedoel niet te zeggen dat de leer irrelevant is, maar dat het kan lijken alsof er niet méér is dan dat.) Een vereniging als Reformanda heeft als mooie spreuk 'Ecclesia reformata semper reformanda'. Maar de inhoud van het blad lijkt wel beheerst te worden door een weemoedige nostalgie naar 'die goeie ouwe tijd'. Reformatie lijkt bij hen wel een terugkeer te zijn naar het verleden van onze kerken. Van een kritische bezinning daarop bespeur ik helaas niet veel. Integendeel, bepaalde specifiek vrijgemaakte punten (o.a.
onze ware kerk, eigen gesloten zuil) lijken daar wel heilig verklaard te zijn en in verscherpte vorm weer naar voren gehaald te zijn. Maar wat kom je in Reformanda tegen over het beleven van ellende, verlossing en dankbaarheid?
Ik heb eens een preek van Calvijn gelezen over Jesaja 55:1. Bij hem kom je dat bevindelijke duidelijk wel tegen. En dat spreekt mij ook erg aan. Daarom vind ik het zo jammer dat dat in de vrijgemaakte kerk nogal weggedrukt is in het verleden. Al merk ik gelukkig ook wel dat er langzaamaan iets meer openheid voor lijkt te zijn.
Reformatie, dat is duidelijk niet in nostalgie achterom zien naar hoe het vroeger was. Nee, het is je afvragen: "Zijn er misschien dingen in de Bijbel, waar wij een beetje blind voor geworden zijn?" "Hebben onze kerken in het verleden misschien (onbedoeld) dingen overboord gegooid, in de hitte van de strijd, uit reactie, die eigenlijk toch heel waardevol waren?"
Zo'n reformatie zie ik graag. Daarover kunnen we in gesprek gaan. In gesprek over wat we dan ontdekken. En het sola scriptura drijft ons dan niet uit elkaar, veel minder nog veroorzaakt het scheuringen, maar bindt ons juist samen. En mijn ervaring in de persoonlijke Schriftstudie is: hoe meer je de Schrift laat spreken, en daarbij je eigen inzichten en (dogmatische) denkkaders eens het zwijgen oplegt, hoe meer kracht er van dat Woord uitgaat, en dus hoe krachtiger Gods Geest in je gaat werken. En het mooie is dat het mij niet vervreemdt van de gereformeerde belijdenis, maar dat het me gebracht heeft en brengt tot een beleven daarvan.