quote:
op 14 Oct 2003 12:16:12 schreef cheese:
[...]
helder zien (of horen?) op zich is geen probleem,
het wordt een probleem als de helderziende (horende) zelf niet kan onderscheiden of de bron van deze helderziendheid (horendheid) juist is of niet, want dan blijkt dat dat zien (horen) toch niet zo helder is,
maar een kriterium kan zijn als dit vermogen ervoor zorgt dat de liefde in de wereld vermeerdert, dan is er niets mis mee en dat is dan tevens ook de bedoeling van zo'n gave
Denk je hierbij aan I Cor. 13?
Ik heb me wel eens afgevraagd welke liefde hier bedoeld wordt. De intermenselijke liefde, of de liefde van God tot zondaren die uitkomt in zijn ontferming? Ik heb er geen sluitend antwoord op, want een diepgaand onderzoek heb ik er (nog) niet naar gedaan. Maar er viel mij eens iets op.
Paulus schrijft in I Cor. 13:
1 Al ware het, dat ik de talen der mensen en der engelen sprak,
en de liefde niet had, zo ware ik een klinkend metaal, of luidende schel geworden.
2 En al ware het dat ik de gave der profetie had, en wist al de verborgenheden en al de wetenschap; en al ware het, dat ik al het geloof had, zodat ik bergen verzette,
en de liefde niet had, zo ware ik niets.
3 En al ware het, dat ik al mijn goederen tot onderhoud der armen uitdeelde, en al ware het, dat ik mijn lichaam overgaf, opdat ik verbrand zou worden,
en had de liefde niet, zo zou het mij geen nuttigheid geven.
Een keer las ik Johannes 5, en ik kwam aan bij vers 42. Daar staat:
Maar Ik ken ulieden, dat gij
de liefde Gods in uzelven
niet hebt.Ik heb een beetje het gevoel dat het zowel het één als het ander is in I Cor. 13.
- In de eerste plaats de liefde van Gods verkiezing van zondaren.
- Daar uit volgend de liefde tot elkaar binnen de gemeente.
Maar die eerste soort liefde gaat voorop. Daaruit volgend kan het niet anders, dat broeders van het zelfde huis - de gemeente dus - elkaar liefhebben en elkaar in liefde bejegenen.
Dat ik die tweede soort liefde ook noem, is omdat de intermenselijke verhoudingen binnen de gemeente van Corinthe niet zo best waren, zoals blijkt in de genoemde brief. En daar schrijft Paulus ook over.
Maar nogmaals: het is maar een (eerste) probeersel van mij. Wie er meer over weet mag het zeggen.