Jezus heeft gezegd: „Mijn koninkrijk is geen deel van deze wereld” (Joh. 18:36). De ware, op de bijbel gebaseerde godsdienst staat dan ook neutraal tegenover de politiek van de wereld. Ze is noch vóór noch tegen enig land, ras, politiek of economisch stelsel. Christenen zijn voorstanders van Gods koninkrijk, niet van een of ander „koninkrijk” van deze wereld. Een christen moet net zomin partij kiezen in de politieke strijdpunten van deze wereld als Jezus partij koos in de steeds verder woekerende geschillen tussen de Joden en de Romeinen van zijn tijd. Mark. 12:17.
Net als christenen thans, verleende Jezus waar mogelijk rechtstreekse hulp aan de zieken en behoeftigen. Maar hij mengde zich niet in de politiek. Zijn voornaamste werk was de prediking van „het goede nieuws van het koninkrijk” (Matth. 9:35). De prediking van ditzelfde „goede nieuws” is de beste manier waarop een christen onder de hedendaagse moeilijke wereldtoestanden zijn naaste kan helpen.
Waarom is dit beter dan zich met politiek te bemoeien? Omdat, zoals elke realist moet toegeven, de problemen der mensheid nooit geheel en al opgelost zullen worden door de politiek, ondanks de ijverige en oprechte pogingen van sommige politici. Er zullen bovenmenselijke autoriteit en macht voor nodig zijn om armoede, ziekte, corruptie en al onze andere narigheden uit te bannen. En de bijbel verklaart dat dit alleen tot stand gebracht zal worden door God, door middel van zijn koninkrijk, zijn hemelse regering waarvan Jezus Christus de koning is. — Jer. 10:23; Dan. 2:44.
Daarom zei Jezus zijn volgelingen niet dat zij moesten proberen invloed uit te oefenen op de politici van de wereld, maar dat zij discipelen moesten maken, iets wat zij thans doen door „dit goede nieuws van het koninkrijk” op de gehele bewoonde aarde te prediken (Matth. 24:14). Het is hun taak anderen te vertellen over de zegeningen die dat koninkrijk zowel nu als in de toekomst zal brengen, en zij moeten mensen helpen discipelen van Jezus Christus te worden, waardoor zij in deze zegeningen zullen kunnen delen. — Matth. 28:19, 20; 1 Tim. 4:8; Openb. 21:3, 4.
Deze boodschap is bijzonder waardevol voor degenen die ze aanvaarden. De vragen waar zij zich zozeer het hoofd over breken, worden erdoor beantwoord, hun twijfels worden weggenomen, zij worden erdoor geholpen het hoofd te bieden aan de spanningen waarmee zij nu worstelen, en zij leren er dus door hoe zij „de vrede van God, die alle gedachte te boven gaat”, kunnen verwerven. — Fil. 4:6, 7.
Groetjes