quote:
op 11 Nov 2003 01:41:54 schreef Aya Sophia:
Je suggereert dat mogelijkerwijs alles verklaarbaar is (principieel). Als je daarmee het deductief-nomologische (causale) verklaren bedoelt, ben je gewoon determinist. Misschien bedoel je dan een ander soort 'verklaren', als in 'inzichtelijk maken waarom het geen bovennatuurlijke oorzaak behoeft'.
De moeite zit al in het begrippen apparaat. Ik zie dat je zorgvuldig formuleert, maar ik ben er nog steeds niet gelukkig mee.
deductief: het één volgt uit het ander
nomologisch: dit proces wordt beheerst door een wetmatigheid
causaal: er is een oorzaak-gevolg relatie
deterministisch: alle gevolgen liggen geheel vast op grond van de oorzaken en de wetmatige afleidingsregels die het causale proces bepalen
Ik voel me in eerste instantie niet thuis bij determinisme; het is mij te statisch, te klinisch. Tegelijk is er een grote mate van wetmatigheid in wat in mijn ervaring een natuurgegeven is: causaliteit of oorzakelijkheid. Als ik alles daarin op laat gaan, al was het maar principeel, dan zou ik determinist zijn. Ik doet dat liever niet en zie daarom dus de vraag onder ogen: welk ander proces in de werkelijkheid, van niet-causale of niet-nomologische aard, bepaalt welke contingente werkelijkheid, werkelijkheid wordt, en welke anderen niet? Dat is volgens mij precies de vraag naar "toeval" in de engere, ontische (niet epistemische) zin.
quote:
Wel ben ik met je eens dat het epistemologische 'toeval' veel breder is dan het (ontologische) 'contingente' (alles wat 'mogelijk doch niet noodzakelijk' is binnen de regels van de natuur), namelijk ook bevattend onze beperktheid het 'noodzakelijke' als zodanig te bevatten.
Goed, laten we ons dus beperken tot de ontologie en niet teveel aandacht besteden aan het kenvermogen van de mens, of de beperktheid van waarneming of model. Verder spreek jij over "de regels van de natuur". Ik heb die uitdrukking in het voorgaande gebruikt in epistemologische zin, nl. de ordening die wij (menen te) zien in de natuur. Jij bent klaarblijkelijk van mening dat er, los van het menselijk kenvermogen, zulke regels bestaan. Dat vind ik prima; maar dan ligt als grote vraag: van welke aard zijn die regels? En: waarom zou toeval niet ook zo'n "regel van de natuur" zijn? (Als het dat zo zijn, kom je namelijk weer uit bij ontisch determinisme.)
quote:
Nu over de 'goddelijke factor'. Deze kan zich namelijk voordoen binnen het contingente (dan heet het 'sturing'), of erbuiten (dan heet het 'wonder').
Dit onderscheid is alleen zinvol als je uitgaat van de regels van de natuur als zelfstandige entiteiten. Ik neig ertoe dit niet voldoende radicaal te vinden. Ik prefereer de visie, dat God
voortdurend "ingrijpt" in de wereld, namelijk door actief
alles te sturen. Wat jij "regels van de natuur" noemt, zijn niet anders dan herhaalde patronen in Gods voorzienig bestuur, of zo je wilt, fysische uitingen van zijn trouw en een aanpassing (accomodatie) aan het menselijk bevattingsvermogen. Natuur, wonder en sturing zijn dan drie verschillende verschijningsvormen van precies dezelfde daad van God: respectievelijk conform, tegestrijdig met en onafhankelijk van de gangbare patronen.
quote:
Tenslotte de 'menselijke factor'. Ik kan me niet zo goed voorstellen dat die bevat is in de natuurlijke en de goddelijke factor. Ik doel niet op mijn ervaring van keuzevrijheid, maar meer op het theologische belang van de menselijke 'verantwoordelijkheid'. De mens, als (deels) autonome factor binnen het kosmische drama, die uiteindelijk voor God moet kiezen zie ik dan ook als een geloofwaardiger perspectief dan mezelf als 'robot' te zien (al dan niet met 'goddelijke afstandsbediening').
Omdat ik de menselijke factor niet in staat acht zelf 'wonderen' te doen, zal die zich moeten beperken tot het 'contingente', alwaar ook de goddelijke 'sturing' zich bevond. Als wetenschappers kunnen we er niets over zeggen of een 'contingente' gebeurtenis door God, de mens, door beide of geen van beiden veroorzaakt is: het contingente is per definitie niet wetenschappelijk te bevatten.
Geef je daarmee contingentie (en indirect, noodzakelijkheid) een epistemologische definitie? Bovendien lijk je toch weer uit te komen bij determinisme! Namelijk, een determinisme waarin alles deductief-nomologisch volgt uit de oorzaken, de natuurwetten en wils-actoren zoals God en mens. Bovendien claim je, dat die laatste factor geen (kenbare) oorzakelijkheidsrelatie inhoudt. Dát vind ik pas strijdig met
verantwoordelijkheid: hoe kan iemand verantwoordelijk worden gehouden voor iets, dat hij/zij niet (indirect) veroorzaakt heeft?
Mijn moeite met de fysische wetenschap is, dat ze in haar (deterministische) modellen geen enkele ruimte laat voor causale verbanden, laat staan vrije actoren. Maar dat wil nog niet zeggen dat de causale relatie van het goddelijke of menselijke handelen met de werkelijkheid per definitie niet wetenschappelijk te bevatten is!
quote:
Wel is het mogelijk dat het contingente geïdentificeerd kan worden met hetgeen we als 'quantumonzekerheden' kennen op elementair fysich niveau. Je opmerking dat zulks een 'verdacht terugdringen' van God (en/of mens) is, heb ik m'n vraagtekens bij. Immers, ik zie niet in waarom die 'quantumruimte' als 'smal' gezien zou moeten worden. De 'quantumonzekerheid' is voorwaar geen 'finishing touch' over het wereldgebeuren, waarin God (en/of mens) nog even een laatste bijstelling kunnen geven... Feitelijk is een fysisch proces niets dan het resultaat van een hele serie 'dobbelstenen' waarvan fysici alleen weten dat het, zeg, 'eerlijke' dobbelstenen zijn. Wat de uiteindelijke uitkomst van het proces is, hangt van al die 'dobbelstenen' af. Natuurlijk kun je je afvragen hoe God en mens die 'dobbelstenen' dan kunnen besturen, maar volgens mij eis je dan alsnog een fysisch-causale verklaring van iets principieel onvoorspelbaars.
Met dat laatste ben ik het van harte eens. Overigens is er in de filosofie van de natuurkunde van alles te doen over de interpretatie van de quantum-onzekerheid. Is het 1) een beperktheid van het model (er zijn diepere "deterministische" verbanden, maar die zijn onbekend); 2) een fundamentele beperktheid van observatie (er is een "deterministische" werkelijkheid maar het is onmogelijk een volledige set gegevens over oorzaken en gevolgen te verkrijgen); 3) een fundamenteel niet-gedetermineerd zijn?
Het fysische model is, al met al, nogal deterministisch; de Schrödinger- of Diracvergelijking zijn partiële differentiaalvergelijkingen die evenzeer gedetermineerd zijn door een set randvoorwaarden als de vergelijkingen van Newton, Lagrange, Hamilton of Maxwell. Het probleem in de fysica is: wat gebeurt er precies bij een "observatie"? Wat is de werkelijkheidswaarde van de modelgrootheid "golffunctie"? Het antwoord dat vrijwel elke natuurkundestudent voor zoete koek slikt is: toeval, eerlijke dobbelstenen. Maar wat ís dat dan?
quote:
Voor de volledigheid dien ik nog op te merken dat het 'noodzakelijke' waar ik eerder over sprak, eigenlijk helemaal niet bestaat in strikte zin, maar altijd 'probabilistisch' is. Ook het 'contingente' is dan meer een 'mate van onbepaaldheid', waarbij een vallende appel blijkbaar 'bepaalder' is dan het menselijke brein (als geheel!). Maar dit is niet belangrijk voor mijn betoog.
Hierover mag jíj wel iets meer zeggen! Ik proef verschillende zaken:
* je claimt dat alles (elke oorzaak-gevolg relatie; elke gebeurtenis) in meer of mindere mate contingent is. Daarmee ken je aan "toeval" een grotere plaats toe dan meestal wordt gedaan. De vraag is daarom des te prangender: welk mechanisme bepaalt dan welke contingente werkelijkheid, daarwerkelijk
werkelijkheid wordt? De term "probabilistisch" leidt alleen maar terug naar de vraag: wat is de essentie van toeval (of van "kans")?
Resumerend:
* wat wij 'toeval' noemen