"Onze" versie van de apostolische belijdenis kwam in algemeen gebruik ongeveer in de zevende of achtste eeuw.
Bij een oudere Latijnse versie bij Rufinus rons 390 en een Griekse bij Marcellus rond 340 ontbreekt het artikel over het afdalen in de hel.
Uit de dogmatiek van Van Genderen & Velema (komt je lijstje daar vandaan, Zacharov?):
quote:
1. Een oude en misschien ook de oudste opvatting is: Christus is na zijn sterven naar de plaats gegaan waard de doden zijn (Gr. ta katachthonia "het ondergrondse"). Volgens de ene zienswijze heeft Hij daardoor de gelovingen uit de tijd die aan zijn komst voorafging, verlost ... volgens een andere zienswijze ging Hij naar de onderwereld om ook aan de heidenen en ongelovigen het evangelie te verkondigen, wat impliceert dat er ook na de dood een mogelijkheid is om tot bekering te komen.
Rome heeft zich in de eerste interpretatie kunnen vinden. ... Van een prediking aan gestorvenen wilde de Reformatie in het geheel niet weten. Ook in 1 Pet 3,19.20 staat dat immers niet. Wij geven to dat de tekst moeilijk is, maar kunnen niet inzien dat het universalisme ... erdoor gesteund wordt. ...
2. Onder verwijzing naar ... Luther ... zegt de Formula Concordiae dat Christus na zijn begrafenis naar de hel is afgedaald, de duivel overwonnen heeft, de macht van de hel vernietigd en de duivel alle macht ontnomen heeft. ... Zo gezien is de nederdaling ter helle niet een dieptepunt ... maar het begin van zijn verhoging.
3. Wij treffen bij Luther echter ook een andere visie aan ... Dan staan hem de helse smarten die Christus in Getsemane en op Golgotha verduren moest, voor de aandacht. Hiermee komt de verlaring overeen die Calvijn gaf. ... hij [denkt] ook aan de weeën van de dood waarover in Hand 2, 24 gesproken wordt. Wij kennen deze opvatting ook uit de HC, zondag 16 ...
4. De nederdaling ter helle wordt in de Confessie ... van Westminster nog weer anders opgevat. Deze vernedering had niet vóór maar na zijn dood plaats. Hij werd begraven en verkeerde ... in de staat van de doden en in de macht van de dood.
De auteurs geven de volgende argumenten:
* Christus gaf zijn geest aan de Vader, dus geen hellevaart à la Luther (2).
* Historisch gezien staat 3 niet sterk, dan liever 4. Zo ook de
Synopsis (een overzicht van gereformeerde Nederlandse theologie geschreven in de tijd van Dordrecht), die een verbinding legt tussen 3 en 4.
* Zie Hand 2,24.31 voor hel = rijk van de dood.
Dit laatste wordt trouwens gesteund door de Griekse tekst (
Hades, de naam van de God van het dodenrijk in de Griekse mythologie). De hel als plaats van pijniging wordt in OT en NT aangeduid met het Hebreeuwse
gehenna; de Grieks-mythologische naam
Hades is parallel met Heb.
shaoul en duidt op "de onderwereld", het rijk van de doden.
Dit artikel past heel goed in een wereldbeeld waarin een dodenrijk voorkomt; wij hebben dat wereldbeeld vaarwel gezegd sinds de Verlichting, maar het maakt begrip voor deze belijdenis moeilijker.