Je kunt het óók omdraaien, en bekijken wat er wél op Jezus van toepassing kan zijn:
Jesaja 53 (kgebruik liever de statenvertaling)
1 Wie heeft onze prediking geloofd, en aan wien is de arm des HEEREN geopenbaard?
-> De joden geloofden Hem merendeels niet.
2 Want Hij is als een rijsje voor Zijn aangezicht opgeschoten, en als een wortel uit een dorre aarde; Hij had geen gedaante noch heerlijkheid; als wij Hem aanzagen, zo was er geen gestalte, dat wij Hem zouden begeerd hebben.
-> De Joden geloofden in een Messias die in koninklijke pracht zou verschijnen.
Daarom geloofden ze Jezus niet.
3 Hij was veracht, en de onwaardigste onder de mensen, een Man van smarten, en verzocht in krankheid; en een iegelijk was als verbergende het aangezicht voor Hem; Hij was veracht, en wij hebben Hem niet geacht.
-> De mensen gaven Hem niet de eer die Hem als Gods Zoon behoorde toe te komen. (zie johannes 10 vers 20: En velen van hen zeiden: hij heeft den duivel, en is uitzinnig; wat hoort gij Hem? ALs er staat 'en velen', dan zullen het er ook wel velen geweest zijn. Jezus had zeker aantrekkingskracht op de mensen, maar dat betekent niet dat ze allemaal achter Hem stonden.
4 Waarlijk, Hij heeft onze krankheden op Zich genomen, en onze smarten heeft Hij gedragen; doch wij achtten Hem, dat Hij geplaagd, van God geslagen en verdrukt was. -> Jezus is voor onze zonden gestorven.
5 Maar Hij is om onze overtredingen verwond, om onze ongerechtigheden is Hij verbrijzeld; de straf, die ons den vrede aanbrengt, was op Hem, en door Zijn striemen is ons genezing geworden. ->Dit lijkt me duidelijk.
6 Wij dwaalden allen als schapen, wij keerden ons een iegelijk naar zijn weg; doch de HEERE heeft onzer aller ongerechtigheid op Hem doen aanlopen. -> lijkt me ook duidelijk.
7 Als dezelve geeist werd, toen werd Hij verdrukt; doch Hij deed Zijn mond niet open; als een lam werd Hij ter slachting geleid, en als een schaap, dat stom is voor het aangezicht zijner scheerders, alzo deed Hij Zijn mond niet open.
-> Jezus dan zeide tot Petrus: Steek uw zwaard in de schede. Den drinkbeker, dien Mij de Vader gegeven heeft, zal Ik dien niet drinken?
8 Hij is uit den angst en uit het gericht weggenomen; en wie zal Zijn leeftijd uitspreken? Want Hij is afgesneden uit het land der levenden; om de overtreding Mijns volks is de plage op Hem geweest.
9 En men heeft Zijn graf bij de goddelozen gesteld, en Hij is bij den rijke in Zijn dood geweest, omdat Hij geen onrecht gedaan heeft, noch bedrog in Zijn mond geweest is. -> Zijn graf bij de goddeloze: Kan zijn: de misdadigers aan het kruis, of de goddeloze soldaten die zijn graf bewaakten.
10 Doch het behaagde den HEERE Hem te verbrijzelen; Hij heeft Hem krank gemaakt; als Zijn ziel Zich tot een schuldoffer gesteld zal hebben, zo zal Hij zaad zien, Hij zal de dagen verlengen; en het welbehagen des HEEREN zal door Zijn hand gelukkiglijk voortgaan. -> het behaagde betekent niet dat God het 'leuk' vond, maar dat het nodig was. Het behaagde God, dus God vond het goed om Jezus te laten sterven zodat wij niet hoeven te sterven.
11 Om den arbeid Zijner ziel zal Hij het zien, en verzadigd worden; door Zijn kennis zal Mijn Knecht, de Rechtvaardige, velen rechtvaardig maken, want Hij zal hun ongerechtigheden dragen.
12 Daarom zal Ik Hem een deel geven van velen, en Hij zal de machtigen als een roof delen, omdat Hij Zijn ziel uitgestort heeft in den dood, en met de overtreders is geteld geweest, en Hij veler zonden gedragen heeft, en voor de overtreders gebeden heeft.
Ik denk dat er in dit bijbelgedeelte meer vóór dan tegen Jezus als vervulling van deze profetie spreekt. Je kan altijd wel dingen vinden die afwijken, maar in de hele sfeer en context spreekt m.i. toch het lijdensverhaal van Jezus.