quote:
op 30 Nov 2003 16:28:33 schreef Zijnkind:
In marcus 12 gaat Jezus in tegen de Saduceers die niet in een leven na de dood geloofden met deze woorden;
[...]
en er staat ook in dezelfde bijbel:
23 En de rijke stierf ook, en werd begraven. En als hij in de hel zijn ogen ophief, zijnde in de pijn, zag hij Abraham van verre, en Lazarus in zijn schoot.
24 En hij riep en zeide: Vader Abraham, ontferm u mijner, en zend Lazarus, dat hij het uiterste zijns vingers in het water dope, en verkoele mijn tong; want ik lijde smarten in deze vlam.
25 Maar Abraham zeide: Kind, gedenk, dat gij uw goed ontvangen hebt in uw leven, en Lazarus desgelijks het kwade; en nu wordt hij vertroost, en gij lijdt smarten.
26 En boven dit alles, tussen ons en ulieden is een grote klove gevestigd, zodat degenen, die van hier tot u willen overgaan, niet zouden kunnen, noch ook die daar zijn, van daar tot ons overkomen.
27 En hij zeide: Ik bid u dan, vader, dat gij hem zendt tot mijns vaders huis;
28 Want ik heb vijf broeders; dat hij hun dit betuige, opdat ook zij niet komen in deze plaats der pijniging.
29 Abraham zeide tot hem: Zij hebben Mozes en de profeten, dat zij die horen.
30 En hij zeide: Neen, vader Abraham, maar zo iemand van de doden tot hen heenging, zij zouden zich bekeren.
31 Doch Abraham zeide tot hem: Indien zij Mozes en de profeten niet horen, zo zullen zij ook, al waren het, dat er iemand uit de doden opstond, zich niet laten gezeggen.
23 Op die dag kwamen enige Sadduceeen tot Hem,
die beweren, dat er geen opstanding is, en zij
ondervroegen Hem,
24 en zij zeiden: Meester, Mozes heeft gezegd, indien
iemand sterft zonder kinderen, zal zijn broeder
diens vrouw trouwen en voor zijn broeder nakomelingschap
verwekken.
25 Nu waren er bij ons zeven broeders. En de eerste
huwde en stierf daarop, en daar hij geen nakomelingschap
had, liet hij zijn vrouw na aan zijn broeder.
26 Eveneens de tweede en de derde tot de zevende toe.
27 Het laatst van allen stierf de vrouw.
28 Van wie van de zeven zal zij dan in de opstanding
de vrouw zijn? Want allen hebben haar tot vrouw
gehad.
29 Jezus antwoordde en zeide tot hen: Gij dwaalt,
want gij kent de Schriften niet noch de kracht
Gods.
30 Immers, in de opstanding huwen zij niet en worden
zij niet ten huwelijk genomen, maar zij zijn als
engelen in de hemel.
M a t t e ü s 2 2