De energggie van gggristus
Ewoud Sanders
NRC-Handelsblad
2 januari 2004
Waarom zeggen sommige mensen Kristus en andere Gristus? Dat vroeg ik hier onlangs. Niet alle lezers konden zich vinden in de verklaring van ‘enkele deskundigen’.
Een van de deskundigen die ik had geraadpleegd, had mij geschreven: ,,Het uitspraakverschil heeft te maken met het feit dat de reformatorische orthodoxie van oudsher intensiever met de Schrift omgaat en daarbij het gebruik van de grondtekst niet uit de weg gaat. De katholieken werken van oudsher met het Latijn van de Vulgaat, dat de g-klank niet kent; vandaar Kristus. Al sinds de Statenvertaling van 1637 wordt Christus met ch gespeld en dus als G uitgesproken.’’
Maar een informant vond dit - terecht - niet helemaal helder. ,,De deskundige die u citeert’’, schreef een lezer uit De Lier, ,,geeft mijn inziens een onduidelijke c.q. onjuiste voorstelling van zaken. De zin ‘Al sinds de Statenvertaling van 1637’ wekt de indruk dat vóór 1637 de naam Christus met een K werd gespeld. Ik kan u verzekeren dat de naam Christus nooit anders dan met Ch is gespeld, niet alleen in de Vulgaat, maar ook in alle andere Latijnse handschriften. Dat blijkt bijvoorbeeld uit de standaardeditie Novum Testamentum Graece et Latine (met alle tekstvarianten) van E. Nestle (eerste druk Stuttgart 1906, gevolgd door talloze bijgewerkte herdrukken). Toevallig bezit ik ook twee exemplaren van de ‘Romeinse Catechismus’, respectievelijk in het Latijn, gedrukt in Parijs 1621, en in het Nederlands, Gent 1767. Beide spellen Christus. De enige mij bekende K-spelling is te vinden in de flamingantenleus ‘AVV-VVK’ (Alles Voor Vlaanderen - Vlaanderen Voor Kristus).’’
,,Eveneens misleidend’’, vervolgt dezelfde lezer, ,,is de zin ‘De katholieken werken van oudsher met het Latijn van de Vulgaat, dat de g-klank niet kent; vandaar Kristus’. Welke klanken de Vulgaat ‘kende’, weten we niet (bij gebrek aan opnameapparatuur vóór de 20ste eeuw). Wel weten we dat de Vulgaat Christus spelde. Mijn hypothese voor de K-uitspraak van de Ch-spelling (in alle mij bekende Europese talen) is de volgende. In de rooms-katholieke kerk (kerklatijn) werd de uitspraak van Rome (dus de Italiaanse) nagevolgd. In het Italiaans wordt ‘ch’ uitgesproken als ‘k’ (bijvoorbeeld in chianti). De Italiaanse uitspraak van het kerklatijn beperkt zich overigens niet tot de naam Christus. Agnus Dei bijvoorbeeld wordt in de kerk op z’n Italiaans uitgesproken als ‘Anjus Dei’. De strengprotestantse ‘Gristus’-uitspraak kan overigens wel te maken hebben met de Statenvertaling. De geleerde predikanten die de Statenvertaling maakten, vertaalden inderdaad uit de grondtalen (voor het Nieuwe Testament hoofdzakelijk het Grieks). Het woord ‘Christos’ (uitspraak: ‘Gristos’) is Grieks en betekent ‘Gezalfde’. De Griekse X (chi) werd in het Latijn en in alle ‘moderne’ talen als ch getranscribeerd. Het is goed mogelijk dat predikanten zich van de ‘roomse’ uitspraak ‘Kristus’ wilden distantiëren en daarom de oorspronkelijke ‘Griekse’ uitspraak ‘Gristus’ gingen gebruiken. Als dit al omstreeks 1637 gebeurde, dan hebben de predikanten deze strijd tegen ‘roomsigheden’ toch praktisch verloren (evenals hun strijd tegen ‘paapse stoutigheden’ als de kermis, het carnaval en Sinterklaas).’’
Recht in de leer In hetzelfde stukje had ik geschreven: ,, Ik heb sterk de indruk dat de G-uitspraak tegenwoordig door sommige protestanten wordt gebruikt om te laten zien dat je recht in de leer bent (en dat andere protestanten voor de K-uitspraak kiezen om te laten zien hoe oecumenisch ze zijn). Zo zijn er ook milieuactivisten die het over energgggie hebben, in plaats van over enerzjie.’’
Ook op dit punt kwamen er nuttige aanvullingen. Zo schreef iemand uit Raalte: ,,Ik denk dat de G-uitspraak niets te maken heeft met het recht in de leer zijn, doch meer met algemene ontwikkeling c.q. met het hebben genoten van een christelijke of klassieke opvoeding dan wel opleiding.’’ Een andere lezer bevestigt dit. ,,Op het Christelijk Gymnasium in Utrecht dat ik eind jaren vijftig/ begin jaren zestig met groot plezier bezocht heb, lazen wij bij Grieks in de vierde klas het Nieuwe Testament , Novum Testamentum Graece, in een Duitse editie. Aangezien Gristus in het Grieks met een Chie X gespeld werd, hebben wij nooit anders dan Gristus gezegd . Dat had totaal niet te maken met Streng Reformatorisch. Ons werd verteld dat je dan liet zien dat je een klassieke opleiding had genoten!’’
Zwaar reformatorisch Sommige lezers bevestigden mijn indruk dat er protestanten zijn die de G-uitspraak gebruiken om te laten zien dat ze recht in de leer zijn. Zo meldde een lezer uit Den Haag: ,,Wat ik me eens heb laten vertellen over de uitspraak ‘gristenen’ is dat deze zijn oorsprong vindt in de Theologische Hogeschool van Kampen. Daar was/is men nogal zwaar reformatorisch en zou men, eigenlijk los daarvan, de (wetenschappelijke) opvatting huldigen dat je de ch in christus niet als ‘k’ maar als ‘ch’ moet uitspreken. Overigens ben ik zelf van vrij licht protestanten huize (Nederlands Hervormd) en ik kan me van vroeger uit die kringen niet anders herinneren dan dat men christus e.d. met een k uitsprak - en dat als je ‘gristus’ hoorde, dat het dan foute boel was.’’
Maar er was ook iemand die schreef: ,,De naam Christus wordt door geen enkele serieuze christen met de g van goed als eerste klank uitgesproken. […] Wie meent dat de ch van Christus als toonhebbende g uitgesproken wordt door orthodoxe christenen heeft geen oren aan zijn hoofd en kent in ieder geval geen Grieks, wat niemand verweten kan worden, maar heeft waarschijnlijk zelf een slechte uitspraak van het Nederlands, zoals omroepers helaas vaak laten horen, doordat zij het verschil tussen een g en een ch niet kennen. Wie orthodoxen wil bespotten moet dat wel op goede gronden (niet choede chronden) doen en niet zijn eigen onkunde en onbegrip demonstreren.’’
Energgggie Tot slot waren er reacties op de zin ,,Zo zijn er ook milieuactivisten die het over energgggie hebben, in plaats van over enerzjie.’’ Zo schreef iemand: ,,Het woord energie is eveneens van Griekse oorsprong en zou eigenlijk met de g van het Engelse good uitgesproken moeten worden, maar sinds zoals vermeld in de Camera Obscura de heer Van Naslaan de naam Hugo al ‘met minstens vijfentwintig goede Hollansche G’s’ uitsprak zal hier wel niet veel meer te redden zijn’’.