De verschillen tussen deze - naar elkaar toegroeiende - kerkgemeenschappen beginnen verwaarloosbaar klein te worden.
Voorheen bleek vooral op synodaal- en plaatselijk niveau de CGK en de GKV redelijk homogeen.
De CGK was van hen de eerste die zich opsplitste in bloedgroepen, waardoor geografische kerkgrenzen werden vervangen door bloedgroep-kerkgrenzen.
De NGK is juist voortgekomen en ontstaan vanwege de afgedwongen homogeniteit binnen de GKV. Binnen de NGK komen we dan ook het meest diverse landschappen tegen met locaal-kerkelijk een grote veelkleurigheid.
Tot voor kort wist men binnen de GKV deze veelkleurigheid gevangen te houden binnen de bandbreedte van de plaatselijke kerk; het systeem van samenleven naast elkaar (zoals binnen de CGK) werd afgewezen.
Nu daar (binnen de GKV) de "weerstandsnesten" aan de "rechte" zijde zijn uitgedreven, is ook hier een liberaal klimaat ontstaan.
Zowel de CGK, de GKV als de NGK hebben nu de positie dat de Bijbel met belijdenissen de basis is, maar de interpretatie van wat daarin staat en de ethiek die daarop gebaseerd is, vrij is voor het experiment.
Er is nu in al die kerkgemeenschappen lokale veelkleurigheid en (sterke) onderlinge verschillen en verscheidenheid. Ieder kan uitzoeken, wat het beste bij hem of haar past en zich daar welbevinden.
Hiep hoi, zullen we maar zeggen.

en ook

En dat geeft in de komende jaren de ruimte voor een Samen-op-weg aan de Grefo-zijde van het kerkelijk landschap...