quote:
op 12 Dec 2003 20:07:12 schreef Does:
[...]
Het was een vraag. Ik vroeg er even naar. Heb niet veel verstand van die kerken maar samenkomen en fuseren is niet slecht.
Mja das dus een beetje kort door de bocht, hoewel het in z'n eenvoud wel waar is. Toch kleven daar een aantal haken en ogen aan. Aan het eind van de 19e eeuw heeft de kerkscheuring onder leiding van Abraham Kuiper (bekend als de Doleantie) plaats gevonden. Een groot aantal dominees verlieten (veelal samen met hun gemeentes) het Hervormde kerkverband uit onvrede over de samenstelling en wijze van besluiten van de Hervormde Synode. In 1892 was deze scheuring een feit en gingen deze gemeentes zelfstandig verder als "De Gereformeerde Kerken". Deze gemeentes hadden een groot probleem met de kerkelijke goederen, en veelal moesten de gemeenteleden zelf de kwartjes bij elkaar sprokkelen om een eigen kerkje neer te kunnen zetten.
Hoezeer Kuiper ook de nadruk legde op de innerlijke drang die ten grondslag zou liggen aan deze scheuring, en hoezeer hij ook een houding aannam die te vergelijken is met het "Hier sta ik, ik kan niet anders" van Luther, ik kan mij niet aan de indruk onttrekken dat de scheuring toentertijd geforceerd is. De redenen die aan de basis ervan hebben gestaan waren lang niet zo rechtmatig en verheven als die van de Afgescheidenen in 1834 (nu bekend als de Christelijk Gereformeerden).
De geschiedenis van de Doleantie is echter iets waar verder nu niet meer over getwist hoeft te worden. Dat het een betreurenswaardige gebeurtenis is, zal iedereen het over eens zijn. Feit is dat de Hervormde Synode sindsdien een grote organisatorische verandering heeft ondergaan. In plaats van benoemd worden de leden nu gekozen. Het is een vrij democratisch orgaan. De Nederlands Hervormde Kerk heeft zich sinds de reformatie steeds gebaseerd op dezelfde belijdenisgeschriften.
Inmiddels, na veertig jaar Samen op Weg-proces, hebben de onderscheiden synodes gemeend dat nú de tijd rijp is om tot hereniging over te gaan. (De opmerkzame lezer zal opvallen dat ik voor de eenvoud de relatief kleine groep van de Lutherse Kerk even buiten beschouwing laat, ook omdat dat kerkgenootschap niet van aanvang af bij het proces betrokken is geweest.) Na jarenlang gesteggel en vergaderen zijn er over een weer concessies gedaan om te bereiken dat vandaag tot oprichting van de Protestantse Kerk in Nederland besloten kon worden.
Een deel van dat gesteggel bestond enerzijds uit het feit dat vooral de Gereformeerde Kerken zochten naar een lichtere opvatting van bepaalde belijdenisgeschriften, waar anderzijds de rechterflank van de Hervormde Kerk (bekend als de Gereformeerde Bond) zich fel tegen verzette. In 2000 is een notitie verschenen onder de naam "Om de heelheid van de Kerk" waarin ondubbelzinnig werd gesteld dat indien individuele gemeentes zich niet konden vinden in de fusie, zij geen aanspraak konden maken op de kerkelijke goederen. Dat is dus eigenlijk het oude verhaal dat ook in 1892 al speelde.
Onder druk van de Gereformeerde Bond leek men even terug te komen van deze harde formulering, maar dat is toch later weer van tafel geveegd. Al sinds de nieuwe Kerkorde namelijk in ontwerp was, hebben de leden van de Gereformeerde Bond steeds aangegeven niet aankoord te zullen gaan met concessies ten aanzien van de klassieke belijdenisgeschriften. Dat is logisch en begrijpelijk voor dogmatici. Toch echter heeft de Hervormde Synode zich niet sterk gemaakt om de klassieke dogmatiek door te drukken, mede uit angst dat de Gereformeerde Kerken dan weer terug zouden krabbelen. Dát was natuurlijk een scenario dat na 35 jaar vergaderen uiterst onwenselijk zou zijn voor de deelnemers, omdat daarmee het hele proces ten einde zou zijn.
Vorig jaar kwamen de hoofdbesturen van de Gereformeerde Bond en de Confessionele Vereniging (de middengeleding in de Hervormde Kerk) met een nota genaamd "Opdat zij allen één zijn", waarin werd voorgesteld om het proces enigszins af te laten koelen. De beide hoofdbesturen spraken de angst uit dat het herenigingsproces meer schade zou toebrengen dan dat het goed zou doen. Men stelde dat samenwerking op plaatselijk niveau
als dat mogelijk was vaak al heel ver gevorderd was, maar dat in gevallen dat dat lastiger lag vanwege onoverkomelijke principiële bezwaren, deze samenwerking in geval van een gedwongen samengaan tot zeer onwenselijke uitkomsten zou leiden.
Kortgezegd kwam het hier op neer: óf we doen even rustiger aan en duwen de onwilligen de hereniging niet door de strot zodat we op een later tijdstip wellicht tot constructievere oplossingen kunnen komen, óf we gaan met de huidge snelheid door en nemen het risico dat we de rechterflank van de Hervormde Kerk schofferen, waarbij we de kans lopen dat deze het schip der Kerk verlaten. Er is veel te doen geweest over deze 'vertragingspoging' maar dat heeft zoals wel blijkt niet geleid tot de door de schrijvers beoogde resultaten.
[einde reply 1]