quote:
op 14 Feb 2004 10:14:05 schreef P. Strootman:
…
Pugna: Het is er verre van, dat ik zou willen proberen die naam christenen van tafel te krijgen. Maar ik hoop aan te kunnen tonen, dat een gelovige heiden om verschillende belangrijke redenen geen christenen genoemd hadden mogen worden. Dat er Grieken waren, die tot bekering kwamen doet daar niets van af. In de tekst staat, dat de discipelen voor het eerst christenen genoemd werden. Het woord ‘discipel’wordt 250 keer gebruikt en dat alleen in de evangeliën en het boek Handelingen. Het wordt alléén gebruikt voor leerlingen van Jezus, Johannes de Doper, de Farizeeën en Mozes. Als we dus lezen, dat de discipelen voor het eerst christenen genoemd worden, worden daarmee niet de gelovigen uit de volkeren bedoeld.
Jij zegt hier dus dat alleen discipelen christen genoemd mogen worden. Dat alleen Joden discipelen kunnen zijn. En jou conclusie is dat alleen Joodse gelovigen christen genoemd mogen worden.
Ik ben er niet van overtuigd dat alleen joden discipelen kunnen zijn. In handelingen wordt het woord discipelen 27 maal gebruikt (met dank aan de Online Bijbel). Een deel daarvan gaat inderdaad over leerlingen van Jezus, Johannes de Doper, de Farizeeën en Mozes. Over een ander deel kunnen we twisten of er nu wel of niet alleen joodse gelovigen worden bedoeld, zie bv:
Handelingen 14:21 En als zij derzelve stad het Evangelie verkondigd en vele discipelen gemaakt hadden, keerden zij weder naar Lystre, en Ikonium, en Antiochie; (persoonlijk ben ik van menig dat hier ook niet joodse gelovigen worden bedoeld.)
Anders wordt het in Handelingen 15.
1 En sommigen, die afgekomen waren van Judea, leerden de broederen, zeggende: Indien gij niet besneden wordt naar de wijze van Mozes, zo kunt gij niet zalig worden.
2 Als er dan geen kleine wederstand en twisting geschiedde bij Paulus en Barnabas tegen hen, zo hebben zij geordineerd, dat Paulus en Barnabas, en enige anderen uit hen, zouden opgaan tot de apostelen en ouderlingen naar Jeruzalem, over deze vraag.
3 Zij dan, van de Gemeente uitgeleid zijnde, reisden door Fenicie en Samarie, verhalende de bekering der heidenen; en deden al den broederen grote blijdschap aan.
4 En te Jeruzalem gekomen zijnde, werden zij ontvangen van de Gemeente, en de apostelen, en de ouderlingen; en zij verkondigden, wat grote dingen God met hen gedaan had.
5 Maar, zeiden zij, er zijn sommigen opgestaan van die van de sekte der Farizeen, die gelovig zijn geworden, zeggende, dat men hen moet besnijden, en gebieden de wet van Mozes te onderhouden.6 En de apostelen en de ouderlingen vergaderden te zamen, om op deze zaak te letten.
7 En als daarover grote twisting geschiedde, stond Petrus op en zeide tot hen: Mannen broeders, gij weet, dat God van over langen tijd onder ons mij verkoren heeft, dat de heidenen door mijn mond het woord des Evangelies zouden horen, en geloven.
8 En God, de Kenner der harten, heeft hun getuigenis gegeven, hun gevende den Heiligen Geest, gelijk als ook ons;
9 En heeft geen onderscheid gemaakt tussen ons en hen, gereinigd hebbende hun harten door het geloof.
10 Nu dan, wat verzoekt gij God, om een juk op den hals der discipelen te leggen, hetwelk noch onze vaders, noch wij hebben kunnen dragen?Petrus zegt hier dat de Joodse gelovigen de discipelen niet een juk op de hals mogen leggen. Juk is hier de (ceremoniële ?) wet van Mozes. Met discipelen kan hier volgens mij niets anders worden bedoeld dan niet-joodse gelovigen. Joden waren immers reeds besneden (vers 1).
Het woord discipelen wordt in het boek handelingen dus gebruikt voor joodse gelovigen, joodse volgelingen van Johannes en de Farizeeën en niet-joodse gelovigen. Dat er in handelingen 11 staat dat de discipelen christenen genoemd werden is dus geen reden om aan te nemen dat alleen joodse gelovigen christenen genoemd mogen worden.
Zoals Zwever al zei de benaming Christen is afkomstig van de heidenen. Als die met het woord christenen niet zowel joodse als niet-joodse gelovigen bedoelden. Dan lijkt het me aannemelijker dat ze met christenen de niet-joodse gelovigen bedoelden. Waarom een vreemde godsdienst onderverdelen in verschillende groepen. Wij hebben het toch ook over moslims en niet over soennieten of wat dan ook. En omgekeerd noemen moslims ons christen en niet protestant, gereformeerd etc.
quote:
Paulus noemde alle gemeenten: heidengemeenten.
Beetje overdreven, het woord heidengemeente wordt alleen gebruikt in Rom. 16:4. En dan ook allen nog in de NBG-vertaling. De SV heeft het over: de Gemeenten der heidenen, dus de gemeenten van of uit de heidenen. Dus gemeenten bestaande uit vooral niet-joodse gelovigen. Elders gebruikt Paulus Gemeente(n) of Gemeente(n) Gods en een enkele keer de Gemeenten van Christus (Rom 16:16).
quote:
Slechts enkele voorbeelden:
Rom.11.13:’Ik spreek tot u, heidenen’
15.9:’Opdat de heidenen God zouden verheerlijken’
15.10:’Wees vrolijk, gij heidenen’.
15.11’Looft den Here, alle gij heidenen’
16.4b:’…zo doe ik het in alle heidengemeenten’
Waarom noemde Paulus ons dan geen christenen?
Paulus heeft het woord christen(en) nooit gebruikt noch voor de joodse noch voor de niet-joodse gelovigen. Petrus doet dat (1 Petrus 4:16), Agrippa doet dat (Handelingen 26:28) en de inwoners van Antiochie doen dat (Handelingen 11:26).
Maar ik lees het nergens van Paulus.
quote:
Volgens de gangbare mening zijn heidenen per definitie slechte of domme mensen. In de bijbel is dat volstrekt niet zo! De naam ‘christenen’was kennelijk zo fascinerend, dat de Christenen zelfs zending gingen drijven onder de heidenen, terwijl ze door de bijbel zélf nota bene gezien worden als heidenen. Volgens Paulus is God immers de God der Joden en de God der heidenen. Christenen worden niet genoemd. Vandaag de dag lees je nogal eens: ‘De God van Joden, christenen en heidenen’. Dwaas!
Dan Galaten 3.28. In Christus Jezus (dus niet: in Jezus Christus. De naam C.J. betekent iets anders dan J. C.), is er inderdaad geen onderscheid meer tussen wie dan ook. Gedurende de Handelingentijd echter, werden de tot geloof gekomen heidenen geënt op de stam van de olijfboon Israël. Het was dus nog steeds: Eerst de Jood, en dan de Griek. Dit verschil werd echter ná de Handelingentijd ook opgeheven, want toen maakt Paulus in zijn brief aan Efeze een nieuwe openbaring bekend. Dat impliceert echter niet, dat de heidenen toen wél christenen genoemd werden.
Piet Strootman
Wat is het verschil tussen de naam Christus Jezus en Jezus Christus?