Als je de verhalen leest over de eerste gemeenten, bijv in Handelingen, krijg je het idee dat de kerk zich heel duidelijk profileerde als een aparte groep. Doch van de anderen durfde niemand zich bij hen aansluiten, maar het volk stelde hen hoog (Hand 5, 13). Goed, dat was na het incident met Ananias en Sapphira.
Het moet duidelijk zijn dat voor christenen alles onder het gezag van God valt. Dat stelt een grens aan samenwerking. Hoe kun je het eens worden over het streven van bijvoorbeeld economie of het doel van een relatie, als christenen leven volgens het adagium van Paulus:
Dit bedoel ik, broeders: de tijd is kort. Ten slotte, laten zij, die een vrouw hebben, zijn als zonder vrouw; die wenen, als weenden zij niet; die blijde zijn, als waren zij niet blijde; die kopen, als zouden zij er niets van behouden; die van de wereld gebruik maken, als zouden zij haar niet ten einde toe gebruiken. Want het uiterlijk van deze wereld is bezig te verdwijnen (1 Kor 7, 29-31).
Daartegenover staat dat christenen, juist door deze relativering, respectabele burgers kunnen zijn. ... het volk stelde hen hoog, vertelt Lucas over de eerste gemeente. En Paulus roept er toe op: uw vriendelijkheid zij alle mensen bekend (Fil 4,5). De vertaling is hier niet heel gelukkig; het woord eueikes geeft iets aan over een gematigde houding, fatsoen; in het Engels, moderate of considerate. Je voegt je als christen in het maatschappelijk patroon, doet positief mee, maar realiseert je voortdurend dat het allemaal zó onbelangrijk is in het licht van Gods plan; want het uiterlijk (schema) van deze wereld ís bezig te verdwijnen.