quote:
op 23 Mar 2004 21:12:45 schreef Qohelet:
Rom 9,11-18
Want toen de kinderen [Jakob en Esau] nog niet geboren waren en goed noch kwaad hadden gedaan - opdat het verkiezend voornemen Gods zou blijven, niet op grond van werken, maar op grond daarvan, dat Hij riep, - werd tot haar [Rebekka] gezegd: "De oudste zal de jongste dienstbaar zijn," gelijk geschreven staat: "Jakob heb Ik liefgehad, maar Esau heb Ik gehaat."
Het is geen verwerping
waarmee bedoeld wordt dat je verloren bent om naar de hel te gaanEsau had een andere positie dan Jakob.... Jakob werd uitgekozen om de lijn voort te zetten.....dat betekent niet dat Esau niet gezegend werd.
Na zijn leven(ong. 1400 of 1500 jaar later) zei God dat Hij Esau had gehaat.... Door zijn eigen daden heet Ezau daarvoor gezorgd.
Ik zie dit dus los van
wel of niet gered zijnquote:
Wat zullen wij dan zeggen: Zou er onrechtvaardigheid zijn bij God? Volstrekt niet! Want Hij zegt tot Mozes: "Over wie Ik Mij ontferm, zal Ik Mij ontfermen, en jegens wie Ik barmhartig ben, zal Ik barmhartig zijn."
Er is geen onrechtvaardigheid bij God. Het eerste voorbeeld is uit Exodus 33, waar God aan Mozes duidelijk maakt dat Hij 'soeverein' is. Geen enkele Israeliet kan namelijk zeggen dat God op dit moment hier in Ex. 33 onrechtvaardig is; het hele volk had op het moment van het instellen van de wet massaal gezondigd. Als God alleen zijn normen van rechtvaardigheid had gehanteerd, (naar zijn wet had gehandeld) zou het hele volk gedood moeten worden.....Maar tegen Mozes zegt Hij:
Exodus 33
19 Hij nu zeide: Ik zal mijn luister aan u doen voorbijgaan en de naam des HEREN voor u uitroepen: Ik zal genadig zijn, wie Ik genadig ben, en Mij ontfermen, over wie Ik Mij ontferm. 20 Hij zeide: Gij zult mijn aangezicht niet kunnen zien, want geen mens zal Mij zien en leven.
De Joden moesten toegeven dat dat eerlijk zou zijn geweest: het wegdoen van het volk... Maar God kiest voor genade en ontferming. Mozes was een voorafschaduwing van de middelaar Christus...hij zegt in hoofdstuk 32: 'delg mij dan maar uit uw boek...'
Het is hier
Gods eigen keus genade te bewijzen....
quote:
Het hangt dus niet daarvan af, of iemand wil, dan wel of iemand loopt, maar van God, die Zich ontfermt.
Het hangt dus niet daarvan af, of iemand wil, ....want Israel had zelf vol enthousiasme het onderhouden van Gods wet beloofd in Ex. 19: 8 en 24: 7
dan wel of iemand loopt, .....het volk was nog maar nauwelijks aan de loop begonnen of het was al gestruikeld...
maar van God, die Zich ontfermt. ....het hangt af van de genade van God...
Wij als zondaars hebben geen andere grond om tot Hem te komen....
Mozes is dus een voorbeeld van
hoe God zich ontfermt....quote:
Want het schriftwoord zegt tot Farao: "Daartoe heb Ik u doen opstaan, opdat Ik in u mijn kracht zou tonen en mijn naam verbreid zou worden over de gehele aarde."
Dan komt Farao als een voorbeeld hoe God iemand verhardt....
Farao wordt hier een voorbeeld wat God doet met iemand die tegen de uitdrukkelijke wens van God ingaat die vraagt: "Laat mijn volk gaan,....maar Farao zegt: "Wie is de Here naar wie ik zou moeten luisteren...Ik ken de Here niet en ik zal het volk ook niet laten gaan"...en hij verzwaart de dienst van de Israelieten... (Ex. 5)
Verscheidene keren lezen we: "En het hart van Farao verhardde.." Ex.7: 13 en 22, 8: 15 en 19 en 32, 9: 7.
En dan staat er uiteindelijk: 'En
de Here verhardde het hart van Farao..." Ex. 7:3, 9: 12, 14: 4 en 17.
God is ook ten opzichte van Farao souverein in zijn handelen. God is rechtvaardig maar ook barmhartig t.o.v. hem omdat God hem nog lang zijn gang laat gaan
en hem dus steeds weer de kans geeft te luisteren. Alleen Farao vertikt het en uiteindelijk verhardt
God zijn hart (maar dat had God al na de eerste weigering van Farao kunnen doen....) Het verharden was dus geen initiatief van God....
Uiteindelijk wordt aan iedereen bekend dat hij ten onder is gegaan in de Schelfzee... Het citaat uit dit gedeelte komt uit
Exodus 9
15 Reeds nu had Ik mijn hand kunnen uitstrekken om u en uw volk met de pest te slaan en zoudt gij van de aarde weggevaagd zijn; 16
doch hierom laat Ik u bestaan, om u mijn kracht te tonen, opdat men mijn naam verkondige op de gehele aarde. 17 Nog steeds verzet gij u tegen mijn volk, zodat gij het niet laat gaan.
Het
doen opstaan in het citaat in Rom. 9, staat in Exodus 9 als
laten bestaan betekend eigenlijk
sparen of (nog) staande houden.
Je zou het dus zo kunnen zeggen:
Jahweh had Farao daarom 'doen opstaan' of 'nog staande gehouden', dwz 'gespaard om Zijn macht in hem te verheerlijken.Vergl. hetzelfde werkwoord in Habakuk 1: 6 en Zacharia 11: 16.
Gods naam werd grootgemaakt door wat Hij aan Farao deed: zie Ex. 15:14; Jozua 2: 10, 9:9; 1 Sam. 4:8 en Psalm 135: 9.
quote:
Hij ontfermt Zich dus over wie Hij wil en Hij verhardt wie Hij wil.
Deze zin is een zeer korte samenvatting van het voorgaande stukje over Mozes en Farao..... Het geeft het uiteindelijke resultaat, maar er was wel
een weg en handelen van de mens die uiteindelijk tot dit resultaat leidde bij Farao en hoe hij verhard werd..uiteindelijk.
God heeft Farao aan zijn eigen ongehoorzaamheid
overgegeven.... God heeft hem niet ongehoorzaam
gemaakt in die zin dat Farao daar niets aan kon doen, want God had het zo beslist.....
quote:
A & P, wat doen jullie met een dergelijk duidelijk bijbelgedeelte?
Misschien wordt het duidelijker wat wij bedoelen al ook het volgende gedeelte uit Romeinen 9 even erbij komt:
19
Gij zult nu tot mij zeggen: Wat heeft Hij dan nog aan te merken? Want wie wederstaat zijn wil? 20 Maar gij, o mens! wie zijt gij, dat gij God zoudt tegenspreken? Zal het geboetseerde soms tot zijn boetseerder zeggen: Waarom hebt gij mij zo gemaakt? 21 Of heeft de pottebakker niet de vrije beschikking over het leem om uit dezelfde klomp het ene voorwerp te vervaardigen tot eervol, het andere tot alledaags gebruik? 22 En als God nu, zijn toorn willende tonen en zijn kracht bekend maken, de voorwerpen des toorns, die ten verderve toebereid waren, met veel lankmoedigheid verdragen heeft – 23 juist om de rijkdom zijner heerlijkheid bekend te maken over de voorwerpen van ontferming, die Hij tot heerlijkheid heeft voorbereid?Vers 19
lijkt een logische vraag....'Wat heeft Hij nog aan te merken en wie kan Zijn wil weerstaan'....
Maar het souverein zijn van God heft de verantwoordelijkheid van de mens niet op.
Je kunt uit wat hier volgt, door de vraagstelling gemakkelijk een verkeerde conclusie trekken.
Zelfs de mens als pottenbakker heeft de macht te maken uit het leem wat hij wil, potten met
verschillende bestemming (vers 20 en 21)
God heeft ons gemaakt en heeft
nog veel meer dan een aardse pottenbakker het recht met zijn schepselen te doen wat Hem goeddunkt...
Hoe zouden wij kunnen zeggen dat God het kwaad niet mag oordelen, want wij zijn allen in de zonde gevallen....Als je dit doortrekt zou God
het kwaad moeten dulden.
Dit stukje wil ons duidelijk maken DAT GOD RECHTEN HEEFT.
Vers 22
Als God nu zijn toorn wil tonen,
maar het niet gedaan heeft want Hij heeft de voorwerpen des toorns
met veel geduld verdragen........Is Hij dan onverschillig of onrechtvaardig?
De 'voorwerpen des toorns' en de 'voorwerpen der barmhartigheid' zijn beide op weg naar hun einddoel. Ze zijn daartoe
bereid.....
Maar let op
op wat voor manier zij bereid zijn.....
Van de voorwerpen des toorns zegt Paulus alleen dat zij tot het verderf toebereid zijn, maar van de voorwerpen der barmhartigheid zegt hij dat Hij (God) hen van te voren tot heerlijkheid bereid heeft.Van de voorwerpen des toorns wordt
nergens