Roodkapje op reis naar het Grote BosRoodkapje werd wakker. Niet wetende waar ze was. Ze stelde vast dat ze heerlijk had geslapen en dat het een beetje warm begon te worden. Waar was ze eigenlijk? De kamer waarin ze zich bevond was een langwerpig hok volgestouwd met tamtamapparatuur. In het vertrek bevond zich een paarse deur. Wat zou er gebeuren als ze die open zou doen?
Ze stond op en probeerde het. Ze stond in een kamer vol slapende mensen die her en der over de vloer verspreid waren. Ze herinnerde zich dingen: hoe het zinderend heet was in het Sprookjesbos, en hoe ze naar het koetshuis ging om met een comfortabele diligence weg te gaan, naar mensen die ze niet eerder gezien had.
Ze keek uit het raampje en zag het landschap voorbijtrekken: Nadat ze de rand van het Sprookjesbos bereikt hadden zag ze hoe het omringende landschap zich ontvouwde.
Na het bos kwamen uitgestrekte groene vlaktes, die langszaam begonnen te glooien en overgingen in bossige zandgrond van het grote oude magische Woud, het enige oeroude bos dat Fantasia nog kende en dat gevreesd (en daarom beschermd werd). Overal stonden grote borden: Levensgevaarlijk, niet betreden!
Dan zag ze weer moeraslandschappen met poelen waarin pompebladen dreven en waarin reigers hun dagelijkse maaltijd bij elkaar probeerden te scharrelen. Ze zag een nieuw landschap opdoemen: roodachtige grond met daarboven een dreigende donkere lucht. De diligence zoefde er recht op af en de lucht werd steeds donkerder en dreigender.
Roodkapje voelde hoe de duisternis over haar neerdaalde. Een onzichtbare hand drukte op haar. En felle flits verblindde haar, gevolgd door een donderende donderslag die het span paarden opschrikte. Ze steigerden en werden wild. De koetsier bracht ze met kalme hand weer in het gareel en stelde ze gerust. Het reisgezelschap ploeterde door de onweersbui heen.
Roodkapje zag hoe het aan de Westelijke Horizon al weer lichter werd. Precies de kant die ze op moesten. Ze zag de eerste steden opdoemen en keek vol verrukking naar grote glanzende gebouwen die stonden te blinken in de zon. Tussen de steden was weer groen. Op een groot meer zag ze grote aantallen zwanen neerstrijken. De diligence maakte een grote bocht en daar was het: Het Grote Bos!
Toen de koetsier stopte in het koetshuis, keek ze omhoog. Het dak was van glas. Alles ademde hier de sfeer van eeuwen geschiedenis... Ze liep door de vertrekhal naar buiten. De oude gebouwen troffen haar. Ze vond het oude centrum niet mooi, het eerste wat ze zag waren kraampjes met "Tourist Information". Het zou wel gekomen zijn doordat ze niets had met dat deel van Fantasia. Of misschien was ze niet in de stemming. In ieder geval zocht ze naar de glijgondels die de mensen vervoerden naar de uitgestrektere delen van het bos. Toen ze de goede gondel had gevonden stapte ze in en de gondel gleed weg. Bij het punt waar ze zijn moest stapte ze uit en liep de route die haar uitgelegd was. Ze wist dat ze na een smal beekje over een brug kwam en dan het derde bospad rechts moest nemen. Ze liep rond en zag rijen huisjes die allemaal erg op elkaar leken. Bij het middelste huis nam ze de middelste deur en drukte op de middelste bel. De deur ging met een klik open. Het leek alsof de deur zichzelf opende.
Ze duwde de deur open en zag dat dit inderdaad het geval was. Ze zag een smalle trap die steil naar boven ging. Ze klom naar boven en zo kwam ze in het huisje van Pooh en Knorretje. Ze werd warm welkom geheten en na een wat onwennige introductie ging Knorretje patatjes halen. Ze praatte met Pooh en Eyore over boeken en muziek.
Na het eten kwam ook Teigetje binnenstuiteren. Hij ontdekte een remnaaf en begon het uit elkaar te halen. Toen het helemaal gesloopt was, vroeg hij zich af hoe het werkte. Pooh merkte op dat het handiger was om je dat tijdens het demontageproces af te vragen omdat je dan ook meer kans had dat je het ding ook weer daadwerkelijk in elkaar kreeg.
Terwijl Pooh en Teigetje bezig waren met hun remnaaf-speelgoed stroomden andere gasten binnen. Roodkapje ontmoette allemaal nieuwe mensen en was al snel op het gebied van namen volledig de kluts kwijt.
Skippy en Kanga kwamen nog langs met hun kleine Roetje. Teigetje probeerde Roetje nieuwe woorden te leren: hij hield een fles bier voor het hoofd van Roetje die hem met grote ogen volgde. "Bier, Bierrr" riep Teigetje met een grote grijns op z'n hoofd.
Roetje hield wijselijk zijn mond en keek enigszins verwonderd naar de malloot met het flesje.
Even later was Teigetje ergens anders enthousiast over en begon luid te brullen. Roetje schrok daar zo van dat hij begon te huilen. Teigetje trok wit weg van schrik.
Elke keer als Roetje Teigetje in de gaten kreeg begon hij te huilen met een aantal decibels waar zelfs Teigetje niet aan kon tippen. Kanga bracht Roetje naar bed.
Het was al laat en Roodkapje was inmiddels van de reis, de indrukken en alle nieuwe mensen, net als Roetje, erg moe geworden. Ze dankte de Here voor de ervaring die op mocht doen en dat ze mensen die ze alleen van de tamtam kende ook in het echt mocht leren kennen. Ze vond het heel gezellig en vond het hele gebeuren nogal onwerkelijk, het leek net een rare droom.
Of was het echt een droom en had ze het niet werkelijk meegemaakt?