quote:
Mientje schreef op 06 april 2004 om 11:56:Salomo bad om wijsheid en heeft dat gekregen, en Paulus heeft ook een radicale ontmoeting met Jezus gehad, maar Thomas getuigde alleen maar van ongeloof, dus was hij niet bruikbaar.
Lees je verder eigenlijk nog wel over Thomas in de bijbel ?
Ik haal altijd steun uit Thomas, pak dat nou niet af...

Thomas had moeite met geloven, net als ik regelmatig, en Jezus zei niet: Nou, zout dan maar op, nee, Jezus was genadig en hielp Thomas, waarna Thomas zei: Mijn Here en mijn God!! Daar hoop ik altijd op... we kunnen niet allemaal een Petrus of Paulus zijn.
Dit heb ik gevonden toen ik op Tomas zocht in de Bijbel:
1. Mat 10,3
Filippus en Bartolomeüs; Tomas en Matteüs, de tollenaar; Jakobus, de zoon van Alfeüs en Taddeüs;
2. Mar 3,18
Andreas en Filippus en Bartolomeüs en Matteüs en Tomas en Jakobus, de zoon van Alfeüs en Taddeüs en Simon de Zeloot en Judas Iskariot,
3. Luc 6,15
en Matteüs en Tomas, [en] Jakobus, de zoon van Alfeüs, en Simon, bijgenaamd de Zeloot, en Judas, de zoon van Jakobus,
4. Joh 11,16
Tomas dan, genaamd Didymus, zeide tot zijn medediscipelen: Laten wij ook gaan om met Hem te sterven.Wel gaaf dit toch? Zouden wij dat ook zeggen?
5. Joh 14,5
Tomas zeide tot Hem: Here, wij weten niet, waar Gij heengaat; hoe weten wij dan de weg?
6. Joh 20,24
En Tomas, een der twaalven, genaamd Didymus, was niet met hen, toen Jezus daar kwam.
7. Joh 20,26
En na acht dagen waren zijn discipelen weer in het huis en Tomas met hen. Jezus kwam, terwijl de deuren gesloten waren, en Hij stond in hun midden en zeide: Vrede zij u!
8. Joh 20,27
Daarna zeide Hij tot Tomas: Breng uw vinger hier en zie mijn handen en breng uw hand en steek die in mijn zijde, en wees niet ongelovig, maar gelovig.
9. Joh 20,28
Tomas antwoordde en zeide tot Hem: Mijn Here en mijn God!
10. Joh 21,2
Daar waren bijeen Simon Petrus, Tomas, genaamd Didymus, Natanaël van Kana in Galilea, de zonen van Zebedeüs en nog twee van zijn discipelen.
11. Hand 1,13
En toen zij in de stad gekomen waren, gingen zij naar de bovenzaal, waar zij verblijf hielden: Petrus en Johannes en Jakobus en Andreas, Filippus en Tomas, Bartolomeüs en Matteüs, Jakobus, de zoon van Alfeüs, en Simon de Zeloot en Judas, de zoon van Jakobus.