Niet jullie hebben Mij uitgekozen, maar ik heb jullie uitgekozen, zei Jezus tegen zijn leerlingen. (Joh 15,16). En jullie aangesteld om te gaan en vrucht te dragen, die ook zal blijven.
Want God is het, die om zijn welbehagen zowel het willen als het werken in u werkt. (Fil 2,13)
Want als wij, toen wij vijanden waren, met God verzoend zijn door de dood zijns Zoons, zullen wij veel meer, nu wij verzoend zijn, behouden worden, doordat Hij leeft. (Rom 5,10)
Hij heeft ons immers in Hem uitverkoren vóór de grondlegging der wereld, opdat wij heilig en onberispelijk zouden zijn voor zijn aangezicht. (Ef 1,4)
Als je het hebt over kiezen, kun je het beter eerst hebben over Gods kiezen voor ons dan ons kiezen voor Hem. Het gaat uiteindelijk wel samen: als God voor ons gekozen heeft, geeft Hij zijn Geest die ons inspireert tot geloof, d.i. kiezen voor Hem.
Na de dwaze keuze van de mens voor het kwaad is de situatie nu eenmaal zo:
de mens kiest tegen God. De HEER, genadig als Hij is, heeft er plezier in ("welbehagen" ) om het onwaarschijnlijke te doen: God kiest voor de mens. Op z'n zachts gezegd geeft Híj de mens de vrijheid terug om het goede en dus vóór Hem te kiezen. Zelf zijn wij niet in staat om dat klaar te krijgen. Pas in die vrijheid en door het in-werken van Gods geest in onze wil gebeurt er iets: de mens kiest voor God.
Als je alleen de laatste zin over wilt houden, heb je een te hoge dunk van onze vrijheid. Dat mag na duizenden jaren geschiedenis toch onderhand duidelijk zijn.