't Wel geen opwekking, maar bij ons is het de gewoonte om dan Psalm 17 het 3e en 4e vers te zingen.
Om precies te zijn, de nieuw belijdende leden zingen het derde vers:
3.Ik zet mijn treden in Uw spoor,
Opdat mijn voet niet uit zou glijden.
Wil mij voor struikelen bevrijden,
En ga mij met Uw heillicht voor.
Ik roep U aan, ‘k blijf op U wachten,
Omdat G’, o God, mij altoos redt.
Ai, luister dan naar mijn gebed,
En neig Uw oren tot mijn klachten.
En de gemeente zingt hen daarna het 4e vers (beetje gewijzigd) toe.
4.Maak Uwe weldaân wonderbaar,
Gij, die Uw kind’ren wilt behoeden.
Voor ‘s vijands macht en vrees’lijk woeden,
En hen beschermt in ‘t grootst gevaar.
Wil
hen Uw bijstand niet onttrekken;
Uw zorg bewaak’
hen van omhoog;
Bewaar
hen als d’ appel van het oog;
Wil
hen met Uwe vleug’len dekken.
orgineel is:
4.Maak Uwe weldaân wonderbaar,
Gij, die Uw kind’ren wilt behoeden.
Voor ‘s vijands macht en vrees’lijk woeden,
En hen beschermt in ‘t grootst gevaar.
Wil mij Uw bijstand niet onttrekken;
Uw zorg bewaak’ mij van omhoog;
Bewaar m’ als d’ appel van het oog;
Wil mij met Uwe vleug’len dekken.
Toen ik zelf belijdenis deed en de gemeente ons vers 4 toezong, werden mijn ogen een beetje vochtig.
