Ik ga er maar van uit dat het hier over de diagnose moet gaan, en als het daarbij niet alleen over H. 1 kan gaan, is dat jammer. Het boekje is m.i. teveel een geheel om deze reactie over zes topics te verdelen, leek mij.
De diagnose wordt nl. niet alleen in H. 1 gesteld. Volgens mij is dit zijn bewering - en die is nogal complex.
H. 1: de oude en onterechte scheiding van binnenwereld en buitenwereld steekt weer de kop op, en hierbij wordt een keus gemaakt voor de binnenwereld (het inwendige) en tegen de buitenwereld (het uitwendige)
H. 2: evangelisch = kiezen voor de binnenwereld en tegen de buitenwereld
H. 3: gereformeerd = uitgaan van het woord en van daaruit alles zijn plaats geven, dus ook de binnenwereld en de buitenwereld
H. 4: evangelische invloed:
a. verinwendiging, tegen het uiterlijke en los van het woord
excurs: Rome is het woord kwijtgeraakt en is daardoor de schepping verkeerd gaan gebruiken. > risico bij evangelische invloed: verinwendiging leidt tot verlies van het woord en uiteindelijk tot een verkeerd gebruiken van het geschapene
b. inderdaad treedt dat verkeerde gebruik van de schepping ook daadwerkelijk op:
- massaliteit in bijeenkomsten
- marketingstrategieën in de Alpha-cursus
H. 5: culturele achtergronden van de scheiding tussen binnen- en buitenwereld:
- materialisme: het gaat alleen maar om wat prettig is voor mij: bezit, vermaak
- platonisme: scheiding tussen een hogere binnenwereld en een lagere materiële wereld
- relativerisme: keus voor het inwendige leidt vaak tot relativering van het overige
H. 6: voorbeelden van waar het fout gaat:
a. meditatie:
- verinwendiging
- verkeerd gebruik van het geschapene (meditatie-technieken)
b. tolerantie en relativisme
c. het gaat net als bij de synodalen
De analyse raakt voortdurend aan een hele complexe problematiek, die van de scheiding van binnen- en buitenwereld en de doorwerking daarvan in de westerse wereld.
Ik ben het met hem eens, dat deze scheiding problematisch is. Pogingen om deze scheiding te overstijgen, zijn nastrevenswaardig. Probleem is echter, dat deze scheiding zelf een gevolg is van de zondeval (het zondige hart en de mooie buitenkant). Pas op de nieuwe aarde zullen we er helemaal van verlost zijn. Tot die tijd zal het een strijd zijn om vanuit het woord binnenwereld en buitenwereld hun plek te geven. Nieboer wil hieraan het zijne bijdragen.
Ik heb echter wel wat vragen bij zijn bijdrage:
- je kunt de vrijmaking zien als een poging om de scheiding van binnenwereld en buitenwereld (subjectief en objectief, inwendig en uitwendig) te overstijgen. Maar de vraag is (en die vraag stelt Nieboer niet): is dat gelukt? Of is uiteindelijk de vrijmaking nog in de tweedeling blijven steken zodat er vanuit het inwendige te veel alleen gekozen is voor het uitwendige: het objectieve, het heilige moeten, het handelen. Waarom is er juist nu zo'n aandacht voor het inwendige? En kan vanuit het schema uitwendig-inwendig het woord niet ook teveel op de plaats van 'uitwendig' terecht komen, waardoor het zijn werking verliest?
- ik betwijfel of 'evangelisch' en 'kiezen voor de binnenwereld' zo op een lijn te zetten zijn
- op theoretisch nivo kan ik me redelijk in zijn verhaal vinden, de praktische uitwerking richting alpha-cursus en meditatie vind ik niet overtuigend.