quote:
HenkG schreef op 13 juli 2004 om 12:41:[...]
Is dat zo? Kunnen we Gods heil niet waarmaken in ons leven? Volgens mij is dit juist ons levensdoel: laten zien hoe Gods heil ons leven vervult en dat van alle mensen om ons heen kan vervullen! Het is volgens mij niets anders dan het openstaan voor mensen, het dienen van mensen en het delen van Gods zegen, zoals in dit vers gezegd wordt, met dien verstande dat dit alles op God moet wijzen. Het is eigenlijk het zendingsbevel in iets andere woorden...
Niet mee eens.
Laten zien hoe Gods heil ons leven vervult is nog heel wat anders dan Gods heil waarmaken.
Als God met Zijn heil in mijn leven komt, is dat m.i. dat Hij mij bekeert, wederbaart. Dat hij de belofte van Ezechiël 36:26 in mij vervult:
een nieuw hart zal Ik u geven en een nieuwe geest in uw binnenste; het hart van steen zal Ik uit uw lichaam verwijderen en Ik zal een hart van vlees geven. Als dat gebeurt, dan krijg ik deel aan Gods heil.
En als Gods heil mijn leven vervult, zoals jij het zegt, dan roept dat voor mij als voorstelling op: het straalt van mij af, ik verheug mij met een heerlijke en onuitsprekelijke vreugde in Christus (I Petrus 1:

.
Maar Gods heil waarmaken, dat roept heel wat anders bij mij op. Dat klinkt - zoals het in lied 106 staat - mij in de oren alsof de mens zichzelf wel wederbaren kan, zonder Gods handelen. Ofwel: het dodelijke en misleidende vergif van de dwaling.
Natuurlijk kan ik mijn Bijbel pakken en die gaan bestuderen, maar het is het werk van Gods Geest als ik - tengevolge van die bijbelstudie - Gods heil mag ervaren en mij daarin mag verheugen. Dan maakt
Hij dat heil in mij waar, en niet ik.
Kijk eens naar de geschiedenis van Israël: steeds leefde dat volk onder de maat, en het liep uit op de wegvoering, de ballingschap, de verstrooiing onder de volken. Het leek wel alsof er niets terecht kwam van Gods heilsplan, maar ondertussen was niets minder waar. God zorgde daar zelf wel voor, want Jezus Christus werd geboren. En Hij gaf zich gewillig over in de dood, en was geen slachtoffer van zijn achtervolgers, blijkt heel duidelijk als je de verhalen over zijn lijden en sterven leest in de Evangeliën. Hij had zo weg kunnen lopen, hoor. Denk maar aan die mensen die naar Hem zochten, en achterover tegen de grond sloegen toen Hij zei: "Ik ben het", of toen Hij tegen Pilatus zei: "U zou geen macht over Mij hebben indien het niet van boven aan u gegeven ware."