(12,3) Van dag tot dag werd haar buik groter. Bevreesd bleef Maria in haar eigen huis en verborg zich voor de zonen van Israël. Ze was 16 jaar toen deze mysteriën haar overkwamen.
13 En dit gebeurde in haar zesde maand: kijk, Jozef kwam uit zijn eigen huis en ging het huis in en vond haar met een dikke buik. En hij sloeg zijn handen voor zijn gezicht en wierp zich op de grond in de as en huilde bitter en zij: Hoe zal ik ooit de Here God onder ogen kunnen komen? Wat zal ik voor haar kunnen bidden? Want ik heb een maagd uit de tempel van de Here God genomen en haar niet bewaakt. Wie had het op mij voorzien? Wie heeft dit kwaad bewerkt in mijn huis? Wie heeft mijn meisje afgepakt en haar bevlekt? Zal dan in mij de geschiedenis van Adam worden samengevat? Want het is net als bij Adam op het uur van de lofprijzing; en de slang kwam en vond Wva alleen en roofde haar weg en bracht haar tot schande; zo is het ook mij gebeurd.
En Jozef stond op uit de as en riep haar en zei tegen haar: jij die verzorgd bent door God, waarom heb je dit gedaan? Ben je je Heer en God vergeten? Waarom heb je je ziel vernederd, die je gericht had op het allerheiligste en die voedsel ontving uit de hand van de engel?
En zij huilde bitter en zei dingen als: Ik ben rein en heb geen omgang met een man. En Jozef zei tot haar: Waar komt dat in je buik (= je zwangerschap) dan vandaan? Zij zei: "Bij het leven van de Here mijn God: ik weet niet vanwaar het in mij gekomen is."
14 Jozef werd erg bang en stil en overlegde wat hij met haar zou doen. En Jozef zei: "Als ik haar zondige daad verberg, zal ik in strijd zijn met de wet van de Heer; en als ik haar zal tonen aan de zonen van Israël, vrees ik dat als wat in haar is iets engel-achtig is, ik onschuldig bloed overgeef aan een doodsvonnis. Wat moet ik toch doen? Ik zal haar in het geheim van mij scheiden. En de nacht overviel hem.
En kijk, een engel van de Heer verschijnt aan hem in als een droombeeld dat zegt: Wees niet bang voor dit meisje; want wat in haar is is van Heilige Geest. Er zal je een zoon geboren worden en je zult Hem de naam Jezus geven; want Hij zal zijn volk redden van hun zondige daden. En Jozef stond op uit zijn slaap en verheerlijkte de God van Israel die aan hem zijn genade gaf. En hij paste goed op het meisje.
15 Annas, de schriftgeleerde kwam tot hem en zei: "Jozef, waarom was je niet op onze vergadering (synode)?" En hij zei tot hem: "Omdat ik van huis werkte en een dag opgehouden werd." En Annas keerde zich om en zag Maria met een dikke buik.
En hij ging op een holletje naar de priester en zei: "Kijk, Jozef, zoals u zelf kunt getuigen, heeft zwaar gezondigd." En de hogepriester zei: "Hoezo?" "De maagd die Jozef uit het heiligdom van de Heer heeft meegenomen; hij heeft haar bevlekt en haar eer gestolen en laat haar niet meer zien onder de zonen van Israel." De hogepriester zei: "Heeft Jozef dat gedaan?" "Stuur knechten en je zult ontdekken dat het meisje een dikke buik heeft." En de knechten gingen weg en vonden haar, zoals gezegd en voerden haar weg naar de priester en hij bracht haar voor het gerecht.
En de hogepriester zei tot haar: "Maria, waarom heb je dit gedaan? Wat heeft jouw ziel verlaagd? Ben je de Heer en God vergeten van jou, die zich richtte op het allerheiligste en voedsel ontving uit de hand van engelen? Jij, die de hun lofliederen gehoord hebt en in een koor voor hen gezongen hebt, waarom heb jij dit gedaan? En zij huilde bitter en zei: "Bij het leven van de Here God, ik ben rein voor zijn ogen en met een man heb ik geen omgang gehad."
De hogepriester zei: "Jozef, waarom heb je dit gedaan?" Jozef zei: "Zowaar de Here mijn God leeft en zijn Gezalfde en de getuige van zijn waarheid: ik ben rein van haar." De hogepriester zei: "Pleeg geen meineed, maar zeg de waarheid. Je hebt haar eer geroofd en haar verstopt voor de zonen van Israel, zonder dat je je hoofd hebt gebogen onder de machtige hand voor een zegen over je zaad.
16 Jozef zweeg. De hogepriester zei: "Geef terug het meisje dat je uit de tempel van de Heer genomen hebt." In Jozef in tranen (...). En de hogepriester zei: "Ik zal jullie het water te drinken geven van de proef van de Heer, en je zondige daad zal in jullie ogen zichtbaar worden.
En de hogepriester nam het en gaf het Jozef te drinken en stuurde hem de woestijn in en hij kwam ongedeerd terug. Ook het meisje gaf hij het water te drinken en stuurde haar de woestijn in; ook zij kwam ongedeerd terug. En het hele volk was verbaads dat hun zonde niet aan het licht was gekomen.
En de hogepriester zei: "Als de Here God jullie zondige daad niet aan het licht brengt, veroordeel ik jullie evenmin." En hij liet hen gaan.En Jozef nam Maria en bracht haar naar zijn huis, blij en vol lof voor de God van Israel.
17 En er kwam een beval van koning Augustus voor een inschrijving van allen die in Bethlehem van Juda waren. En Jozef zei: "Ik moet mijn zonen laten registreren. Wat zal ik met dit meisje doen? Hoe kan ik haar inschrijven? Als mijn vrouw? Daarvoor schaam ik mij. Als dochter dan? De zonen van Israel weten dat zij mijn dochter niet is. Gods dag zal zelf doen wat hij wil.
En hij zadelde de ezel, zette haar erop, nam zijn zoon mee en volde Samuël. En toen zij waren genaderd tot drie mijl afstand, draaide Jozef zich om en zag dat ze het moeilijk had en hij zei: "Misschien heeft ze last van wat in haar buik zit." Weer keerde hij zich om en hij zag haar lachen en zei: "Maria, wat is er met je aan de hand, dat ik je de ene keer een lach op je gezicht zie en het andere moment moeite?" En zij zei: "Jozef, ik zie twee volkeren in mijn ogen, het een klagend en rouwend, het ander blij en vrolijk.
En halverwege gekomen zei Maria tot hem: "Jozef, til me van de ezel, want wat in mij heeft haast om te voorschijn te komen." Hij tilde haar van de ezel en zei tot haar: "Waar zal ik je heenbrengen en je schaamte beschutten? Deze plaats is onherbergzaam.
18 En hij vond een grot, bracht haar naar binnen en liet zijn zonen bij haar achter; zelf ging hij weg om een Hebreeuwse kraamvrouw te vinden in de streek van Bethlehem. En hij vond er een die uit de heuvels kwam. En Jozef vertelde de kraamvrouw: "Maria is mijn verloofde, maar heeft iets ontvangen van de Heilige Geest, ze is opgegroeid het heiligdom van de Heer."
(...)
[[ 19 [Jozef:] "En ik zag een vrouw afdalen uit de bergen en ze zei tegen mij: 'Man, waar moet je heen?' En ik zei: 'Ik zoek een Hebreeuwse kraamvrouw.' Zij antwoordde: 'Kom je uit Israel?' Ik zei: 'Ja'. Zij zei: 'En wie ligt er te baren in die grot?' 'Mijn verloofde.' Zij zei tot mij: 'Ze is niet je vrowuw?' Ik zei: 'Zij is Maria, grootgebracht in het heiligdom van de Heer. En ik heb haar toegewezen gekregen, maar ze is mijn vrouw niet, maar heeft iets ontvangen van de Heilige Geest.'" De kraamvrouw zei: "Is dat waar?" En Jozef zei: "Kom en zie". ]]
En zei ging met hem mee
en ze bleven bij de grot staan. En een donkere wolk overschaduwde de spelonk. De vroedvrouw zei: "Mijn ziel maakt deze dag groot, want mijn ogen hebben vandaag het ongelooflijke (paradoxa) gezien, dat de redden voor Israel geboren is." En onmiddellijk onthulde de wolk de grot en een groot licht verscheen in de grot, dat de ogen niet konden verdragen. En beetje bij beetje werd het licht duidelijker, tot er een kind verscheen: en het kwam en nam de borst van zijn moeder Maria. En de kraamvrouw riep uit: "Hoe groot is me deze dag, want ik heb dit nieuwe wonder gezien."
En de kraamvrouw verliet de grot en kwam Salome tegen en zei: "Salome, Salome, ik heb je een nieuw wonder te laten zien; een maagd heeft gebaard, wat van nature niet kan." En Salome zei: "Bij het leven van mijn Heer! Als ik met mijn vinger haar natuur (= maagdenvlies) niet onderzocht heb, zal ik niet geloven dat een maagd gebaard heeft.
En ze ging naar binnen en hielp haar (= Maria) en Salome onderzocht haar natuur. En Salome schreeuwde uit dat ze de levende God verzocht had: "Zie, mijn hand valt brandend van mij af!" En ze bad tot