door Ds. Bram Grandia geschreven
Volksliturgie voor André Hazes
Liturg van het volk
Ik zat gisteren in de trein op weg naar Amsterdam. Een paar meisjes stapten in bij Weesp en zetten spontaan een zin van Hazes' lied "de vlieger" in: "Ik heb hier een brief voor mijn moeder, die hoog in de hemel is". Uit een andere coupé werd die zin beantwoord: "Deze brief bind ik vast aan m'n vlieger, tot zij hem ontvangt, zij die ik mis." Er ontstond spontaan een klein Hazesconcert. Dat ging maar door.
Zo moet het gegaan zijn bij de pelgrims die hun psalmen zongen op weg naar de tempel in Jeruzalem. In een over en weer ontmoetten mensen elkaar zingend en kwamen gaandeweg in de stemming. De Arena was zo’n tempel gisterenavond. Het "ollee, ollee, ollee, ollee" klonk als een seculiere versie van Halleluja, Halleluja (Looft de Heer). Het was zoeken, wordt het een uitgelaten feestje of een ingetogen gedenken? Het werd een indrukwekkende combinatie. Ik heb het - kijkend naar de tv - ervaren als een bijzondere avondwake rondom het dode lichaam van André Hazes.
De teksten van André Hazes klonken en hoe. Hij was in staat grondemoties te verwoorden: geloof en wantrouwen, hoop en wanhoop, liefde en haat. Zijn liedjes functioneren als seculiere psalmen. "Al hebben mijn vader en moeder mij verlaten, Gij verlaat me niet" staat in een van de psalmen (Psalm 27:10). Hazes zou er een prachtige troosttekst van kunnen maken. Zijn lied was zijn leven, zijn leven was zijn tekst. Zo gaf hij voor velen adem en stem aan emoties. In zijn liedjes werden die grondemoties gekanaliseerd. Dat hebben vijf miljoen mensen gisterenavond gezien en beleefd. Zoals vroeger de psalmen klonken, klinken nu de smartlappen en levensliederen. Waar in de kerken in de middeleeuwen tijdens de veertigdagentijd het altaar aan het oog werd onttrokken door een hongerdoek (smartlap) met daarop beelden uit het leven van Jezus, zong de minstreel of troubadour op straat het treurige lied en rolde een doek uit waarop de smart stond uitgebeeld, de smartlap.
Al zingend, bedenkt ieder voor zich het eigen plaatje. Een enorme identificatie vindt plaats. Wie kent niet de ervaring van geluk en ongeluk, trouw en ontrouw, vriendschap en verraad? Wie geeft er stem aan? Dat deed André Hazes. Hij zelf zakte keer op keer door de bodem van zijn eigen bestaan. Wie gelooft in mij? Is er nog ergens een vriend die van me houdt? Heb ik tenslotte iedereen van me vervreemd? Zijn mijn vrienden mijn vrienden wel. Dwars door die dodelijke onzekerheid, tegen die onzekerheid in zong hij zijn "zij gelooft in mij". Een kerntekst. Wie ben je als mens als jij in niemand gelooft en niemand gelooft in jou? Dan ben je nergens. Die ervaring bezingt André Hazes keer op keer als een voorzanger, als een liturg van het volk. Gisterenavond oogstte hij wat hij gezaaid heeft. Daar heeft hij keihard voor gewerkt: Met bloed, zweet en tranen. Dat kreeg hij terug in warme kernachtige toespraken.
Tijdens die vele woorden en vele liedjes en vele emoties waren er steeds van die hoopvolle verwijzingen, naar de hemel waar André er ongetwijfeld weer eentje moet zingen en weer eentje mag nemen, naar Droomland, naar de plek waar hij bij Juliana op de thee komt.
"Droomland, droomland, oh ik verlang zo naar droomland. Daar is steeds vree, dus ga met mij mee. Samen naar ’t heerlijke droomland." Beelden, beelden, beelden. In de liturgie is de verbeelding aan de macht. Dat ervoer ik gisterenavond in die geladen volksliturgie waarin recht gedaan werd aan André Hazes, liturg van het volk. Zijn kleine jongen verwoordde het geloof in zijn vader, in zijn moeder en in zijn zusje. Wij zijn samen sterk! En de kaarsen die bij de avondwake horen? Daar zorgde F-side van Ajax voor bij het vertrek uit de Arena. Een laatste spoor van licht voor de zanger van het levenslied.
Deze tekst kun je hier ook nog eens nalezen