quote:
Leuk dat je er ook in wilt verdiepen!
quote:
Ik heb maar weer eens teruggebladerd in deze discussie en daar kwam ik je eerste aanhaling van Rom. 7 : 6 tegen:
maar thans zijn wij van de wet ontslagen, dood voor haar, die ons gevangen hield, zodat wij dienen in de nieuwe staat des Geestes en niet in de oude staat der letter.
Uit deze tekst trek jij de volgende conclusie:
[...]
Jij zegt dat wij getrouwd waren met de Wet! Maar dat is niet zo! Wij waren -na de zondeval- getrouwd met de zónde en daarin met de dood! Lees maar na in Romeinen 5:
12 Daarom, gelijk door één mens de zonde de wereld is binnengekomen en door de zonde de dood, zo is ook de dood tot alle mensen doorgegaan, omdat allen gezondigd hebben; 13 want reeds vóór de wet was er zonde in de wereld. Maar zonde wordt niet toegerekend, als er geen wet is. 14 Toch heeft de dood als koning geheerst van Adam tot Mozes, ook over hen, die niet gezondigd hadden op een gelijke wijze als Adam overtrad, die een beeld is van de komende.
Ik snap wat je wil zeggen.... En het probleem is natuurlijk ook de zonde. Maar dat wordt duidelijk voor ieder mens op het moment dat er een wet is die zegt: Gij zult niet dit, en gij zult niet dat.....
De zonde is inderdaad onlosmakelijk met onze oude mens, met onszelf verbonden. De bijbel noemt dit echter niet in het beeld van het huwelijk 'een echtgenoot' waar we mee getrouwd zijn.
Het beeld van de wet waar me mee getrouwd zijn, haal ik echter uit Romeinen 7: 1 en verder. Daar wordt die vergelijking/dat beeld gebruikt:
quote:
Rom 7
1 Of weet gij niet, broeders, ... dat de wet heerschappij voert over de mens, zolang hij leeft? 2 Want de gehuwde vrouw is door de wet aan haar man gebonden, zolang deze leeft; wanneer echter de man sterft, is zij ontslagen van de wet, die haar aan die man bond. 3 Zo zal zij dan, indien zij bij het leven van haar man een ander tot man neemt, echtbreekster heten; wanneer echter de man sterft, is zij vrij van de wet, zodat zij geen echtbreekster is, indien zij zich aan een andere man geeft.
Het lastige bij dit gedeelte is dat er op twee manieren het woordje 'wet' wordt gebruikt:
Zo voert de
'wet van Mozes' heerschappij over de mens zolang hij leeft..... (vs.1)
Om dit beter duidelijk te maken, gebruikt Paulus in vers twee het beeld van het huwelijk:
Want 'de wet van Mozes' heerst over ons, -stond in het eerste vers-
zoals de 'gehuwde vrouw' door
de burgerlijke wet aan haar man verbonden is, zolang die man leeft.. (vs.2)
Als haar man nog leeft is ze een echtbreekster als ze zich aan een ander geeft.
Alleen als haar man sterft, is ze niet meer door de burgerlijke wet aan hem gebonden, maar vrij van die burgerlijke wet, om zich aan een andere man te geven,(vs.3)
quote:
Rom. 7
4 Bijgevolg, mijn broeders, zijt ook gij dood voor de wet door het lichaam van Christus om het eigendom te worden van een ander, van Hem, die uit de doden opgewekt is, opdat wij Gode vrucht zouden dragen. 5 Want toen wij in het vlees waren, werkten de zondige hartstochten, die door de wet geprikkeld worden, in onze leden, om voor de dood vrucht te dragen; 6 maar thans zijn wij van de wet ontslagen, dood voor haar, die ons gevangen hield, zodat wij dienen in de nieuwe staat des Geestes en niet in de oude staat der letter.
Dan zet Paulus het beeld van de gehuwde vrouw en haar man die heerschappij voert (in beeld de wet van Mozes die heerst over de mens zolang deze leeft) uit vers 1, over op ons.
Zo zijn wij, met hetzelfde gevolg, zijn wij dood voor de 'de wet van Mozes' (die over ons heerste zolang wij leefden zie vers 1) door het lichaam van Christus = door de dood van het lichaam van Christus waarin wij
meegestorven zijn.
Door die dood zijn wij het eigendom geworden van een andere man, Christus
om vruchten voor God te dragen. (vs.4)
De vrouw uit vers 2 zijn wij- de man is de wet en die was goed en kon niet sterven. Om van de wet verlost te zijn, moest toen de vrouw sterven. Nu kan ze het eigendom worden van een ander, en is ze geen echtbreekster.
Toen we nog niet dood waren, meegestorven, waren we in het vlees werkte de zonde in ons omdat de wet van Mozes eiste en verbood, en zo onze zondige aard prikkelde om te zondigen.
vruchten voor de dood. (vs 5)
Maar nu zijn wij vrij van de wet, ontslagen ervan, niet meer zoals een getrouwd iemand gebonden aan de wet van Mozes. Want wij zijn meegestorven met Christus en de dood is het enige waardoor je bent onslagen van je 'huwelijksband'.
Nu kunnen we dus dienen in onze nieuwe hoedanigheid: als 'vrouw' van de andere man: dienen door de Geest om voor God vrucht te dragen..... (vs 6)
quote:
Vervolgens tekent Paulus dan dat Christus' genade meer dan overvloedig is geworden en vervolgt met:
18 Derhalve, gelijk het door één daad van overtreding voor alle mensen tot veroordeling gekomen is, zo komt het ook door één daad van gerechtigheid voor alle mensen tot rechtvaardiging ten leven. 19 Want, gelijk door de ongehoorzaamheid van één mens zeer velen zondaren geworden zijn, zo zullen ook door de gehoorzaamheid van één zeer velen rechtvaardigen worden. 20 Maar de wet is er bijgekomen, zodat de overtreding toenam; waar evenwel de zonde toenam, is de genade meer dan overvloedig geworden, 21 opdat, gelijk de zonde als koning heerste in de dood, zo ook de genade zou heersen door rechtvaardigheid ten eeuwigen leven door Jezus Christus, onze Here.
In Rom. 6 wordt dan uiteengezet dat wij door onze doop in Christus' dood gedoopt zijn. Oftewel, als je gaat geloven in Christus dan betekent dit dat je dood bent voor de zonde en levend voor God in Christus. Vandaar ook Paulus' oproep:Laat dan de zonde niet langer als koning heersen in uw sterfelijk lichaam, zodat gij aan zijn begeerten zoudt gehoorzamen, 13 en stelt uw leden niet langer als wapenen der ongerechtigheid ten dienste van de zonde, maar stelt u ten dienste van God, als mensen, die dood zijn geweest, maar thans leven, en stelt uw leden als wapenen der gerechtigheid ten dienste van God. 14 Immers, de zonde zal over u geen heerschappij voeren, want gij zijt niet onder de wet, maar onder de genade.
De wet doet zonde kennen, en daarom staat er toch dat de 'zonde over ons niet meer heerschappij voert'
omdat we niet meer onder de wet zijn. De zonde heeft wel geheerst voordat er een wet was, maar wordt niet toegerekend op de manier waarop het gebeurd als het zwart op wit staat dat je iets niet mag. Je hebt dan voor ieder duidelijk een zonde begaan omdat je een gebod hebt overtreden.
Hier in vers 14 staat toch
de wet tegenover de genade... En niet de zonde tegenover de genade. Tegenover zonde staat 'gerechtigheid'.....
quote:
Wij waren dus slaven van de zonde (6:17) maar nu zijn we in dienst gekomen van de gerechtigheid.
Prompt wordt het hier ook zo genoemd

quote:
Jij fulmineert steeds tegen de wet, alsof die onze ondergang zou zijn, maar feitelijk moet je tekeergaan tegen de zonde die ons in zijn macht had. Want de wet liet ons alleen maar merken hoe zondig wij waren! Vandaar ook dat Paulus in Rom. 7 best een loflied kan aanheffen over de wet:
7 Wat zullen wij dan zeggen? Is de wet zonde? Volstrekt niet! Ja, ik zou de zonde niet hebben leren kennen, tenzij door de wet; immers, ook van de begeerlijkheid zou ik niet geweten hebben, indien de wet niet zeide: gij zult niet begeren. 8 Maar uitgaande van het gebod, wekte de zonde in mij allerlei begeerlijkheid op; want zonder wet is de zonde dood. 9 Ik heb eertijds geleefd zonder wet; toen echter het gebod kwam, begon de zonde te leven, maar ik begon te sterven, 10 en het gebod dat ten leven moest leiden, bleek voor mij juist ten dode te zijn; 11 want de zonde heeft uitgaande van het gebod, mij misleid en door middel daarvan gedood. 12 Zo is dan de wet heilig, en ook het gebod is heilig en rechtvaardig en goed.
De wet is ook goed. Die eerste man was ook volmaakt! Veel te volmaakt voor ons (zijn vrouw die zondig is

) en we konden het maar steeds niet goed genoeg doen bij die eerste man.
Je zegt dat de wet niet onze ondergang is geworden, maar de zonde. Lees nog eens het einde van vers 9 en vers 10 en 11:
Rom 7
toen echter het gebod kwam,
begon de zonde te leven, maar ik begon te sterven, 10 en
het gebod dat ten leven moest leiden, bleek voor mij juist ten dode te zijn; 11 want de zonde heeft
uitgaande van het gebod, mij misleid en door middel daarvan gedoodDoor middel van de wet werden we niet levend, maar juist dood omdat we zondig zijn.
In die zin is dat iets wat steeds bij ons aanwezig is. Ik kan dus begrijpen dat jij het noemt
met de zonde getrouwd zijn.
Als je dat beeld even doortrekt, ben je dan met jezelf getrouwd?
Ik ging dood
omdat de wet kwam en door zijn gebod mij dingen opdroeg die ik als natuurlijk, zondig mens, niet konquote:
Dan heb je dus ook niet meer de discussie over de tijd vóór de wet. Toen was de zonde er namelijk al wel!
Komen we uiteindelijk bij het punt: Wij zijn dood voor de zonde, levend voor God in Christus. Dat is de hoge status die je krijgt door je geloof in Christus. Zondeloos? Nou nee, ieder beproeve zichzelf. En wie meent te staan, pas op dat je niet valt...
Helemaal mee eens

quote:
Mét zonde dus, maar wel in de wetenschap dat je zonden vergeven zijn door Christus' kruisdood.
Ik zie toch de oude mens als behorend bij de zonde etc. De nieuwe mens hoort bij God, is uit God en leeft door de Geest. Kan dus niet zondig zijn...... Is God zondig dan

Maar ik zondig nog steeds omdat ik niet altijd m'n oude mens afleg, of: dood houdt.... Zo komt toch wel duidelijk naar voren dat dat met je oude mens (die God niet kan behagen) te maken heeft, en niet met het nieuwe leven in jou dat van God komt.
Als je in Hem blijft zoals Jezus zelf ook zegt bij de ware wijnstok, dan draag je vrucht. Maar dat hetzelfde als leven door de Geest, dan komen ook de vruchten tevoorschijn. Dan wandelen we in het licht en komen de zonden openbaar als we eens niet in het licht zijn en onze oude mens de kans geven te zondigen.
Maar dat mogen we belijden en God vergeeft ons dat dan.
1 Joh. 1
5 En dit is de verkondiging, die wij van Hem gehoord hebben en u verkondigen: God is licht en in Hem is in het geheel geen duisternis. 6 Indien wij zeggen, dat wij gemeenschap met Hem hebben en in de duisternis wandelen, dan liegen wij en doen de waarheid niet; 7
maar indien wij in het licht wandelen, gelijk Hij in het licht is, hebben wij gemeenschap met elkander; en het bloed van Jezus, zijn Zoon, reinigt ons van alle zonde. 8
Indien wij zeggen, dat wij geen zonde hebben, misleiden wij onszelf en de waarheid is in ons niet. 9 Indien wij onze zonden belijden, Hij is getrouw en rechtvaardig, om ons de zonden te vergeven en ons te reinigen van alle ongerechtigheid. 10 Indien wij zeggen, dat wij niet gezondigd hebben, maken wij Hem tot een leugenaar en zijn woord is in ons niet.