quote:
marody schreef op 04 oktober 2004 om 20:45:[...]
Ik schei er mee uit?
Dat is allemaal leuk en aardig maar ik heb nog steeds geen antwoord of de kerk een club van zondaren is of niet.
wie vind van wel en wie van niet.
Uiteraard ook bijbels geargumenteert.
Gr.
Hoi Marody,
Ik zal een poging wagen.
Ik las gisteren een artikel over de gelijkenissen over het Koninkrijk der Hemelen uit Mattheus 13. Je kunt het vinden op
http://users.skynet.be/fa390968/israel_en_gemeente.htm en klik dan op de knop De 7 gelijkenissen in Mattheus 13.
Het artikel beschreef dat het Koninkrijk der Hemelen niet hetzelfde is als de Gemeente. Terwijl dat vaak wel wordt gedacht. De Gemeente maakt wel onderdeel uit van het Koninkrijk. Het Koninkrijk der Hemelen staat voor het Belijdend Christendom. De Gemeente staat voor het het Lichaam van Christus. Dat zijn allen die door geloof aan Hem verbonden zijn. Zij die wedergeboren zijn.
De gelijkenissen kennen de volgende indeling:
1. De zaaier die uitging om te zaaien.
2. De vijand die onkruid tussen de tarwe zaait.
Deze verwijzen gedeeltelijk naar het begin van het Koninkrijk der hemelen in de handen van de mensen; de toestand hier geschilderd, duurt tot het einde, de tijd van de oogst.
3. Het mosterdzaad.
4. Het zuurdeeg.
De groei wordt beschreven; het is een onnatuurlijke en boze ontwikkeling.
5. De schat in de akker verborgen.
6. De ene parel van grote waarde.
Gods aardse volk verborgen in de aarde en de Gemeente de ene parel waarvoor Hij alles geeft. Eerst wordt de parel uit de diepte gehaald en dan de schat in het veld opgegraven.
7. Het visnet.
Deze gelijkenis verwijst naar het eind van het Koninkrijk der hemelen en zijn verborgen vorm.
Vooral de 3e en 4e gelijkenis werden heel anders uitgelegd dan ik gewend was. En ik denk dat ik de schrijver van het artikel gelijk moet geven: Er is sprake geweest van onnatuurlijke groei in de kerkgeschiedenis toen de Kerk staatskerk werd onder Constantijn de Grote. Denk aan gedwongen bekeringen. Ik herinner me van school over bijv. Karel de Grote, dat in zijn tijd mensen gedwongen werden christen te worden, of anders: het zwaard. Dat is onnatuurlijke groei.
Ook het zuurdeeg: nergens in de Bijbel staat dat in positieve zin. Het moet dus wel iets negatiefs zijn: dwaalleer, zoals Jezus het had over het zuurdeeg/desum van de Farizeeen etc.
Ook kun je een verband leggen met de brieven aan de 7 gemeenten in Op. 2 en 3:
1. De zaaier - Efeze. De apostolische eeuw. Het begin van het verval, het verlaten van de eerste liefde.
2. Het boze zaad - Smyrna, dat bitterheid betekent. De vijand geopenbaard.
3. Het mosterdzaad - Pergamus, met de betekenis van Hoge toren en tweemaal gehuwd. De belijdende Kerk wordt groot, onder Constantijn de Grote. De grote boom en de onreine vogels (de volkeren) vinden er beschutting in.
4. Het zuurdeeg - Thyatira, degene die offert - Rome en haar afschuwelijkheden. De vrouw Izébel de hoer, komt overeen met de vrouw in deze gelijkenis.
5. De schat in de akker - Sardis - de Reformatie-eeuw, hebbende de naam van te leven, maar dood zijnde, doch er is een overblijfsel. Israël dood, maar Hem toebehorend die het veld kocht.
6. De kostbare parel - Filadelfia - de Gemeente, de éne parel. Het éne lichaam van Christus en de opneming der Gemeente om met Hem te zijn.
7. Het visnet - Laodicéa - Oordeel. Ik zal u uit Mijn mond spuwen.
Als ik het artikel goed begrijp dan zouden we dus de hedendaagse kerkgenootschappen (waarmee ik de kerk als instituut bedoel), dus kunnen zien als dit Koninkrijk der Hemelen. In dit Koninkrijk groeit goed zaad, maar ook onkruid.
Dus vanuit deze visie klopt het dat je de kerk als club van zondaren kan zien (en dan bedoel ik: kerkgenootschap). Met de Gemeente ligt het anders. Die wordt gevormd door mensen die zich verloste zondaren weten. Vrijgesproken. Rechtvaardig in Gods ogen. Geen zondaar meer.