Samen kerk zijn
Er wordt laatste tijd in artikels veel energie en tijd gespendeerd aan de gespannen verhouding tussen vorm en inhoud. Ik constateer dat we, op de keper beschouwd, inhoudelijk niet veel verschillen, maar dat de meningen ver uiteenlopen hoe we de rijke inhoud van het evangelie vorm geven in de eredienst en kerkelijk leven.
Echter, zulke gesprekken lijken soms te verzanden in het herhalen van standpunten, of de ontdekking dat we alleen maar een andere invalshoek gekozen hebben om een kwestie aan te geven. We creëren een kloof die er eigenlijk niet is.
Vanwaar deze ijver om eigen visie te verdedigen betreft vorm en houding? Terwijl we inhoudelijk en qua intentie weinig verschillen: we willen Gods genade en liefde op passende wijze voor het voetlicht brengen.
Ik denk, dat achter deze kloof over de vorm-inhoud van kerk-zijn andere, diepere kloven schuilgaan.
Een belangrijker kloof is m.i het individualisme in onze kerken.
Zover we over een kerkelijke crisis mogen spreken, denk ik dat dit een groter probleem is dan de kwestie vorm-inhoud.
Dat gemeenteleden als los zand aan elkaar vast zitten, wat we door veel kunst –en vliegwerk proberen te behelpen? De een wil dit doen door een vormwijziging van erediensten of andere manieren van onderwijs en bijbelstudie. De ander door oproep om vooral het klassieke gereformeerde model trouw te blijven.
Op zich steekt daar geen kwaad in, mits het zijn doel niet voorbijschiet: dienstbaarheid aan gemeente-opbouw, bruid van Christus zijn.
Het ontbreekt m.i teveel aan gemeenschapszin, waardoor discussies gemakkelijk een ongeestelijke lading krijgen. Terwijl we de zorg voor en door elkaar vergeten of overlaten aan een klein deel van de gemeente.
Bedenkt u maar eens: wat vinden randkerkelijken van de discussies over vorm en inhoud? Zullen zij verwarmd worden door een moderne of meer traditionele eredienst, als dit niet gepaard gaat met omzien naar elkaar? Ook voor de buitenwacht: hoe kunnen wij verwachten hen aan te trekken, als we voor elkaar niet aantrekkelijk zijn, als onder de eredienst en georganiseerde bijeenkomsten geen liefdevol hart klopt?
En zal de inhoud, het rijke Woord, gesproken in zo’n kil klimaat, niet tot een vloek in hun mond worden als het krachteloos wordt gemaakt door degenen die haar zondags belijden? Waar gemeente-zijn gereduceerd is tot zondagse samenkomsten?
Welke vruchten mag je hier anders uit verwachten dan eenzaamheid, verwijdering en ruzie?
Ik schets hier een scherpe tegenstelling ter waarschuwing, om dingen in hun perspectief te blijven zien.
Een speerpunt voor elke gemeente zou moeten zijn om de leden aan te zetten tot onderling dienstbetoon, ipv dat aan de kerkenraad of enkele actievelingen over te laten. Want een kerk die verzandt in discussies over vorm-inhoud en niet praktisch investeert in gemeente-zijn, holt zijn betekenis uit.
Daarbij is het goed om de verhouding kerkenraad-gemeente opnieuw te beoordelen, of we daarin opnieuw geijkt moeten worden.
Ik denk dat kerkenraad en diaconie niet zozeer zelf pastoraal op moeten treden, maar juist dit bij gemeenteleden te bevorderen en coördineren, i.p.v zelf de kar te trekken. Gewone leden motiveren en mobiliseren, hen op eigen verantwoordelijkheid en talenten te wijzen.
Dit vereist nieuwe wijsheid bij de leiding, ik pleit daarom ook dat kerkenraad en diaconie eerst zelf voldoende worden toegerust, voordat zij gewone leden willen toerusten. En voorgangers die deze kwestie vanaf de kansel in duidelijk perspectief kunnen zetten, met kennis van de gemeente waar zij voorgaan. Om samen-kerk-zijn te bevorderen, voordat we nadenken over passende vormen en evangelisatie.
Inschakeling van de hele gemeente is cruciaal, willen wij bruid-van-Christus-zijn de juiste plek geven. Praktisch te groeien in discipelschap en gemeenschapszin.
Wanneer we daar, vanuit de kracht van Gods Geest, gestalte aan kunnen geven, zullen discussies zoals over vorm-inhoud in een ander licht kunnen worden besproken.
Dan zouden wij ook ontdekken dat randkerkelijken aangesproken kunnen worden, betrokken raken en de kerk ook weer zeggingskracht heeft naar de buitenwacht.