Auteur Topic: Anders van de Geest Tweedeling gelovigen ende weg tot behoud  (gelezen 610 keer)

CZ

  • Berichten: 299
    • Bekijk profiel
Anders van de Geest Tweedeling gelovigen ende weg tot behoud
« Gepost op: oktober 30, 2004, 03:04:06 pm »
(3 deel van mn reactie op Meer dan genoeg)

Tweedeling gelovigen en de weg tot behoud

Er zijn verschillende zaken, waarvoor in MDG gewaarschuwd wordt dat ze de gelovigen uit elkaar kunnen drijven, gewone christenen en christenen+ zeg maar: bijzondere gaven, vervulling van de Geest, een heilig moeten etc.
En daar geven de schrijvers in veel gevallen ook antwoorden op die ik van harte kan onderstrepen. Bij andere kwesties houd ik vragen.

Vervulling van de Geest
Meer dan Genoeg laat overtuigend zien dat vervuld zijn van de Geest niet iets extra’s is, boven op het gewone geloof.
Dat het hier gaat om geestelijke groei, niet om een 2-fasen geloof, maar een oproep om voortdurend vervuld te worden( blz. 20).
Zo ook over de doop van de Heilige Geest, een voortdurende werkelijkheid, het groeien in geloof, geen éénmalige gebeurtenis.
Dit betekent groeien in volwassenheid, dichter bij God gaan leven, zijn Wil in je leven en dat van anderen beter verstaan.

Anders van de Geest
MDG doet een pleidooi om ‘Meer van de Geest’ te veranderen door ‘Anders van de Geest’ (blz. 166). Niet méér ervaren, maar anders. Deze oproep wil ik van harte onderschrijven, en veel mensen die zoeken naar ‘meer’ denk ik ook. Want het gaat niet om het geloof op te waarderen maar anders te waarderen.
Zo ook met de gaven, niet zoekend naar bijzondere cq meerwaardige gaven, maar naar andere gaven, ruimte voor het volle arsenaal van de Geest.
Wat wel méér mag, is: verlangen om door Gods Geest geleid te worden, ons geloof en dagelijks leven meer en meer te vullen met zijn werkelijkheid en liefde.

Groei in volwassenheid
De gelovigen delen allemaal hetzelfde dezelfde Geest, die aan ieder geloof geeft tot behoud. En de oproep tot vervulling geld voor ons allemaal.
En in de gemeente kennen we vaak ook verschil in geestelijke groei.
Dat christenen op zoek zijn naar meer geestelijke groei is niet een zoeken naar tweedeling, maar geestelijke rijpheid en volwassenheid. Om te groeien in de gaven maar vooral de vruchten van de Geest: liefde, trouw, goedheid, zachtmoedigheid, geduld, vreugde, zelfbeheersing en vrede.
Dit is bij veel oprechte christenen geen zoeken naar meer dan genade of meer ervaringen etc, maar geestelijke rijpheid. Om van de speen over te gaan naar vast voedsel, geen zuigeling meer te zijn in geloof. (Hebr. 12 : 5-14)

Verscheidenheid in gaven
In het eerste hoofdstuk heb ik al aangegeven dat in MDG de ruimte voor de uitingen van de gaven van de Geest beperkt wordt gehouden, waar ook over bijzondere gaven wordt gesproken als tekenen van de startperiode van de kerk in het Nieuwe Testament, en misschien als startversterkers in de nieuwe tijd.
Dit is ook wel bekend als de zg. Streeptheologie, waarbij de nodige mankementen zijn op te merken.
Hier wil ik zelf niet al te veel op in gaan, vandaar de bijlage achterin over dit onderwerp van ds. Gert-Jan Brienen.
Ik wil zelf ingaan op de kwestie van verschillende gaven in de gemeente, waaronder dan ook de zg. bijzondere uitingen.
In 1 Kor.14 lezen we dat ze in die gemeente maar al te trots waren op hun bezit van de tongen cq vreemde talen. Zo trots dat ze daar graag aandacht mee wilden trekken waardoor ze bij samenkomsten door elkaar stonden te brabbelen zodat het overzicht volkomen weg was.
Paulus grijpt hier in, terechtwijzend dat deze gave op gepaste wijze ten dienste van de gemeente gebruikt moet worden, in goede orde(1 Kor 14:40).
De gave wordt echter niet verboden.
Wanneer we in het heden opnieuw ruimte willen geven aan andere uitingen van Gods gaven, moeten we dat in goede orde blijven doen.
Het argument van tweedeling in de gemeente gaat voor bijzondere gaven niet op, mits zij op een goede wijze gepraktiseerd worden. Gods Geest geeft iedereen andere gaven, in de mate die Hem goeddunkt.
Daarbij moeten we niet jaloers zijn maar ook niet hoogmoedig, want we zijn allemaal leden van hetzelfde lichaam(Gal 5:26, 1 Kor 12: 12-31).
We hebben elkaar nodig, niemand ontvangt alle gaven, zij vullen elkaar in Christus lichaam aan.Dit geld ook voor de mensen met grotere rijpheid in volwassenheid en geloof: nederig en zich dienstbaar blijven opstellen ten opzichte van de zwakkere.(Rom.12:3, 2 Kor 10 :12a,17).
Dus geen elite van christenen+ als aparte groep.
En dit alles ten dienste van de gave der gaven, eigenlijk de meest ongrijpbare, maar zeer wezenlijke en bijzondere gave: de liefde (1 Kor 13, Lucas 10:27).

Geen geest van slavernij (Rom.8:15)
In hoofdstuk 3 van MDG wordt het drieluik van het normale christelijke leven beschreven, aan de hand van romeinen 6,7,8. En in hoofdstuk vier over de moeiten, lijden en de troost die God daarin wil geven.
Op treffende wijze wordt hier beschreven hoe veel God ons wil geven, maar dat ook onze zonden en gebrokenheid nog niet de wereld uit zijn. God heeft een bedoeling met onze zwakheid en lijden, die ook in een zg. overwinnend christenleven ook aanwezig zullen blijven.
Hiermee wordt positie gekozen tegenover W.J Ouweneel, volgens wie zonde en zwakheid naar de rand van ons christelijk leven kunnen worden verdreven.
In deze hoofdstukken leren we niet vertrouwen op onze eigen kracht, geloof of goedheid, maar op te zien naar God, getroost in goede en slechte jaren.

Maar we moeten oppassen niet te verzanden in berusting, alsof God ons niet wil laten groeien in geloof, hoop en liefde, geestelijke groei en heelheid.
Wandelen met God is méér dan vergeving voor zonden, het is een nieuw leven. We leren door Gods geest te leven in gehoorzaamheid, vertrouwend en verwachtend.
Hierbij ons  hele wezen, ons hele leven voor Hem neerleggen. Ontdekken dat God dingen kan en wil veranderen, beginnend in dit leven. Meer kan doen met ons dan we ooit bidden of beseffen. Vanuit zijn kracht. Dit zoeken we niet eisend maar verwachtend, niet moedeloos maar vertrouwend. Geloven dat Hij een plan heeft met elk van ons en dat Hij daaraan blijft werken(Ps.90:17).

1 Cor. 3:10-15. Hierin wordt ook duidelijk de verhouding tussen ons doen en laten en Gods genade. Ons behoud is niet afhankelijk van onze werken, maar vanuit de genade en liefde aan ons bewezen hebben ze wel degelijk betekenis voor Gods koninkrijk.
God wil ons gebruiken in zijn dienst! En dat is niet iets wat je kan verzaken, terend op genade(Matt 25:14-30).
De slechte slaaf handelde daar uit vrees, maar wij moeten leren uit liefde te handelen, die elke vrees voor straf uitbant(1 Joh 4:18).
Daarin blijven puttend uit diezelfde genade aan ons geven, van de Ware wijnstok(Joh 15:1-17). Waarin ook onze positie wordt benoemd als kinderen van God, niet meer als slaven.
Het is makkelijk om de genade aanvaarden en er vervolgens niets mee te doen. Israël was verlost uit de slavernij uit Egypte, een feit waar ze niet om heen konden. Maar de slavernij in hun hart duurde voort, waardoor ze zelfs terugverlangden naar dat oude Egypte!
Daarom zal God ons leven lang ons hart blijven veranderen, om die innerlijke slavernij eruit te branden door het vuur van zijn Geest.
Mijn kinderkens, laat ons niet liefhebben met den woorde, noch met de tong, maar met de daad en waarheid.
En hieraan kennen wij, dat wij uit de waarheid zijn, en wij zullen onze harten verzekeren voor Hem.Want indien ons hart ons veroordeelt, God is meerder dan ons hart, en Hij kent alle dingen.
Geliefden! Indien ons hart ons niet veroordeelt, zo hebben wij vrijmoedigheid tot God; En zo wat wij bidden, ontvangen wij van Hem, dewijl wij Zijn geboden bewaren, en doen, hetgeen behagelijk is voor Hem. En dit is Zijn gebod, dat wij geloven in den Naam van Zijn Zoon Jezus Christus, en elkander liefhebben, gelijk Hij ons een gebod gegeven heeft.
En dit is Zijn gebod, dat wij geloven in den Naam van Zijn Zoon Jezus Christus, en elkander liefhebben, gelijk Hij ons een gebod gegeven heeft.
En die Zijn geboden bewaart, blijft in Hem, en Hij in denzelven. En hieraan kennen wij, dat Hij in ons blijft, namelijk uit den Geest, Dien Hij ons gegeven heeft (1 Joh 3: 18-24, statenvertaling).