Roodkapje maakt een verre reisNa een lange week van hard werken was Roodkapje in het weekend nog druk in de weer: ze was haar tas aan het inpakken, want ze ging met de diligence op reis. Naar een heel ver sprookjesland dat een halve dagreis verder lag.
Ze was blij dat Donkey niet meereisde. Shrek en Fiona moesten wel over engelengeduld beschikken toen ze naar het Koninkrijk van Ver-ver-verreweggistan reisden. Donkey was toen ook meegeweest en had de hele tijd gevraagd of ze er al waren...

Roodkapje was niet een geduldig type. Ze besloot dan ook om alleen te reizen, in gezelschap van wat studeerspullen en een goed boek

Het Tuksterwold was het kleine buurland van het het koninkrijk van Ver ver-verreweggistan. Het was een beetje glooiend maar verder wel groen. In de heuvels woonden de hobbits. En het wemelde van allemaal bijzondere dieren en sprookjeswezens. Dat kwam omdat er een Technische Academie was in het Tuksterwold, een van de weinige Technische Academies in Fantasia, waardoor van heinde en verre allerlei studenten van allerlei volkeren toestroomden.
Het was laat in de herfst en het woei zo hard dat er takken van de bomen gewaaid waren. De blaadjes vlogen in kleine wervelwindjes rond en hadden allerlei mooie kleuren van geel richting rood en bruin. Buiten rook het naar herfst. En als de wind verkeerd stond kon ze ruiken dat de heks van het snoephuisje bezig was met het maken van nieuwe ramen van caramel. Dan rook ze die zware zoete suikerlucht van de grote potten gecarameliseerde suiker waarvan de ramen gemaakt werden.
Ze liep naar de halte van de paardentram met haar bagage. De koetsier lachte haar vriendelijk toe en hielp haar met instappen.
"Waar gaat het heen, jongedame?" vroeg de koetsier.
"Naar het Tuksterwold, meneer" antwoordde Roodkapje beleefd.
"Zoo, dat is ver van huis!" zei de koetsier.
"Wat ga je daar doen?" vroeg hij
"Een elvenvriend van mij heeft een boomhuis waarin hij woont, en ik ben uitgenodigd voor de inwijdingsceremonie."
"Dat is een hele eer voor gewone stervelingen, de boselven van het Tuksterwold laten normaal gesproken nooit mensen toe bij hun ceremonies".
Roodkapje glimlachte. Daarom was ze ook zo trots dat ze mocht komen, ze had zelfs de beschikking over een speciaal voor haar gereserveerde diligence. Zelfs voor de reis was gezorgd, dus men wilde blijkbaar erg graag dat ze erbij was.
Roodkapje voelde zich erg vereerd en was erg benieuwd naar het Tuksterwold. Ze had gehoord dat er machtige eiken stonden waar de elven woonden in huizen in de boomkronen.
In de diligence, die inderdaad speciaal voor haar gereserveerd stond te wachten in het koetshuis, vermaakte ze zich met haar studieboeken en een leesboek. Zo ging de tijd veel sneller. Na Ysenbrandstad, een stad die aan de rivier de Ysenbrand lag en eeuwenoud was, ging de reis een stuk langzamer: ze verlieten het netwerk van geplaveide wegen en reden steeds dieper het binnenland in. Roodkapje keek naar buiten en zag de lichtjes van de hobbits. Wat zag dat er schattig uit!
Ze ging weer verder in haar boek, totdat de koets halt hield. Ze stak haar hoofd uit het raam.
"We zijn er" riep de koetsier vrolijk.
Ze werd uit diligence geholpen en bedankte de koetsier. Die tikte tegen z'n pet en reed weg naar het koetshuis. Roodkapje keek in het rond. Het was donker en ze zag overal waar ze keek grote donkere bomen. Er was verder niemand. Ze liep naar de open plek voor het koetshuis en hoorde dat iemand haar naam riep.
Een elf stapte in het licht.
"Hee, Lãarìon"
"Kom mee, mijn rijtuig staat daar"
Lãarìon wees naar een luxe rijtuig met vijf witte paarden ervoor. Soms schudden ze met hun hoofd en dan leek het alsof er lichtgevend stof uit hun manen dwarrelde.
Roodkapje stapte met haar bagage in het rijtuig dat meteen wegreed, diep het Woud in.
Roodkapje had geen idee waar ze waren toen ze weer uitstapten, maar ze zag wel andere mensen lopen die ze kende.
Ze zag Kanga met Roetje lopen en ook Skippy was er natuurlijk. Verder zag ze nog een stekeltjesvarken en één van de zussen van Assepoester lopen. In tegenstelling tot wat algemeen gedacht werd, waren de zussen van Assepoester helemaal niet onaardig of gemeen. Dat was slechts het geslis van boze tongen. En niets is een mens vreemd, zelfs niet in Het Sprookjesbos, want NATUURLIJK worden vooral de negatieve verhalen over mensen geloofd. Aan alle lezers: geloof dat soort verhalen niet, want ze zijn niet waar.
Samen liepen ze naar het huis van Lãarìon, boven in een machtige eik. Ze zagen hoe er een mysterieus lichtschijnsel in de kruin van de boom hing. Roodkapje had er al vaker over horen spreken maar zag het nu met eigen ogen. Ze kon niet zien waar het licht vandaan kwam. Waarschijnlijk was het elvenmagie die ze niet kende. Boselven schenen hun eigen magie ontwikkeld te hebben. Roodkapje keek haar ogen uit.
In de zitkamer zaten al een aantal mensen: Teigetje was er en ook Nadrus, een Mens uit het Westland die ze nog nooit eerder in levende lijve gezien had, maar aan de hand van beschrijvingen die ze wel eerder van hem gehoord had moet het hem wel zijn. Iedereen herkende haar natuurlijk aan haar rode jas. Iedereen stelde zich voor de vorm opnieuw voor.
Het was enorm gezellig en Roodkapje was erg blij om iedereen te zien. Ze praatte erg lang en gezellig met Assepoesters zuster, prinses Marvárían.
Ze vond het zo heerlijk om er te zijn. De inwijdingsceremonie vond ze mooi en indrukwekkend. Het inwijden van een boomhuis was vooral een uitdrukking van gemeenschap. Er was een heerlijk banket, iedereen zat aan één tafel en alle gerechten gingen rond. Van sommige gerechten wist Roodkapje niet hoe ze gegeten moesten worden., dus dan spiekte ze bij de buren

Het was al ochtend toen ze gingen slapen. Roodkapje sliep bij de zuster van Lãarìon op de kamer, Naãndriel, een erg aardige boselfin die erg geïnteresseerd was in verhalen over andere volkeren en hun culturen. Dat vond Roodkapje tof. Het verhaal ging altijd dat boselven heel erg op zichzelf waren, maar dat bleek helemaal niet waar te zijn. Ze was te moe om andere dingen te denken en sliep in.