Het is ook goed om Mat 5 te vergelijken met Luk 6:
Lukas 620 Hij richtte zijn blik op zijn leerlingen en zei: ‘Gelukkig jullie die arm zijn, want van jullie is het koninkrijk van God. 21 Gelukkig jullie die honger hebben, want je zult verzadigd worden. Gelukkig wie nu huilt, want je zult lachen. 22 Gelukkig zijn jullie wanneer de mensen jullie omwille van de Mensenzoon haten en buitensluiten en beschimpen en je naam door het slijk halen. 23 Wees verheugd als die dag komt en spring op van blijdschap, want jullie zullen rijkelijk beloond worden in de hemel. Vergeet niet dat hun voorouders de profeten op dezelfde wijze hebben behandeld.
24 Maar wee jullie die rijk zijn, jullie hebben je deel al gehad. 25 Wee jullie die nu verzadigd zijn, want je zult hongeren. Wee jullie die nu lachen, want je zult treuren en huilen. 26 Wee jullie wanneer alle mensen lovend over je spreken, want hun voorouders hebben de valse profeten op dezelfde wijze behandeld.
Lukas schrijft het allemaal veel compacter op en legt ook wat andere accenten. Opvallend is dat Jezus ook de andere kant geeft: Wee jullie die rijk zijn, wee jullie die nu verzadigd zijn, wee jullie die nu lachen, wee jullie wanneer alle mensen lovend over je spreken.
Hier kun je niet uit afleiden dat Jezus een wee over de rijke mensen in het algemeen uitspreekt, of over hen die lachen. Het gaat hier dan ook om een geestelijke gesteldheid. Iets wat de mens van nature niet bezit. Jezus kondigt namelijk het Koninkrijk aan. Mensen zullen moeten kiezen. Als iemand denkt alles te bezitten (rijk in geestelijk opzicht), als iemand ongerust denkt te kunnen leven (en dus lachend door het leven gaat), als iemand het allemaal wel best vindt (oftewel: verzadigd is), dan zegt Jezus: Wee jullie! Jezus confronteert zijn hoorders, want er gaat iets gebeuren! Het Koninkrijk komt eraan. Daar gelden andere regels dan in de wereld.
Wat betreft Mat 5: Ik vind de uitleg van D.M. Lloyd-Jones wat betreft de zaligsprekingen heel mooi. Die wil ik jullie niet onthouden (in mijn eigen woorden). Er zit namelijk een opbouw in vers 3-10:
Arm van geestArm van geest is het begin. Je bent je bewust dat je in jezelf niets hebt om op te bouwen. In jezelf is er niets waardoor je rechtvaardig voor God kan staan. Zie ook Rom 3:10: Niemand is rechtvaardig voor God, ook niet een.
TreurenDit is als het ware het gevolg van de ontdekking dat je arm van geest bent. Dit heeft alles te maken met zondebesef. Je ziet je eigen miserabele toestand. De macht van de zonde is je duidelijk geworden.
ZachtmoedigDe eerste 2 verzen beschrijven je innerlijke toestand. Als je weet hoe het er met je voorstaat, en je ziet dan andere mensen, dan weet je dat je net zo bent als zij, geen haar beter. En zij niet slechter dan jou. Je houding tov de andere mensen verandert dus.
Hongeren en dorsten naar de gerechtigheidHoe kun je wel recht komen te staan voor God? Dat is het volgende. Daar ga je naar verlangen. Hongeren, dorsten. Smachten. Jezus belooft: je zult verzadigd worden. Zoekt en je zult vinden, klopt en je zal opengedaan worden. Je zult het vinden in Christus.
BarmhartigAls je de gerechtigheid hebt ontvangen, als je beseft dat je recht mag staan voor God, uit genade, door Christus, dan verandert er wat in je leven. Als Christus zich als de Barmhartige heeft laten zien, door je de gerechtigheid te geven, dan wordt je zelf ook barmhartig, toch?
Rein van hartNog een gevolg van de ontvangen gerechtigheid. God ziet je niet langer als zondaar, maar als rechtvaardige. Je krijgt een goed geweten, een rein hart. Alleen zij kunnen God zien, want God is heilig en kan de onreinheid niet verdragen.
VreedzaamNog een gevolg. In Christus heb je gerechtigheid ontvangen. Daardoor is er vrede met God. Eerst was er vijandschap (Rom 8:7). Nu vrede. Dit wil je dan ook laten zien, toch? Als Christus door zijn Geest in je woont, dan ga je op Hem lijken.
Vervolging om der gerechtigheid wilVrede met God en zelf wil je door Christus vrede met alle mensen. En toch: dit kun je verwachten: vervolgingen, juist hierom. Tegenstrijdig? Achter de werkelijkheid zoals wij die vaak zien, gaat een andere werkelijkheid schuil. De duivel zelf gaat rond als een brullende leeuw, zoekend wie hij zal verslinden (1 Petr 5:

. Zie ook Hand. 13:10 als een voorbeeld.