Auteur Topic: Bolter, Schuurman en Wright  (gelezen 791 keer)

Pulpeet

  • Berichten: 4393
    • Bekijk profiel
Bolter, Schuurman en Wright
« Gepost op: december 06, 2004, 01:56:51 pm »
Zoals ik al had aangekondigd in de weblog, hierbij een bespreking van drie boeken die ik onlangs gelezen heb, of waarin ik nog aan het lezen ben.

Het gaat om de volgende drie boeken:
  • Tom Wright, Nieuwe taken voor de kerk van nu (Zoetermeer, 1992).
  • Egbert Schuurman, Het ‘technisch paradijs’ (Kampen, 1996).
  • J. David Bolter, De mens van Turing (Kampen, 1986).

Ik wil de inhoud van deze boeken verbinden met psalm 115 over afgoden die door mensen zijn gemaakt: “zij hebben een mond, maar spreken niet; zij hebben ogen, maar zien niet; oren hebben zij, maar zij horen niet; zij hebben een neus, maar zij rieken niet.” En wat gebeurt er als de mens knielt voor de goden die hij zelf gemaakt heeft? Hij wordt aan zijn afgod gelijk, zoals we in vers 8 lezen.

In De mens van Turing behandelt David Bolter de invloed die de techniek (en vooral de computertechniek) heeft op het denken over de mens. Het lijkt erop dat de aard van de techniek van een bepaald tijdperk, het denken over de werkelijkheid sterk beinvloedt. In de oudheid was de spil een zeer belangrijk werktuig. Deze werd bijvoorbeeld gebruikt bij het spinnen of bij de draaitafel van de pottenbakker. De handwerksman die met behulp van een draaiende beweging iets maakte, sprak zodanig tot de verbeelding dat de filosoof Plato er zijn wereldbeeld aan ontleende: sferen van aarde, zon, maan en planeten die rond de 'spil der noodzaak' wentelen. Dit wereldbeeld is min of meer overgenomen in het Middeleeuwse christendom. Daarin was God de 'handwerksman' die de hele zaak in beweging hield (de opperbouwmeester van het heelal). Later werd de klok uitgevonden. Dit was lange tijd een ongekend technisch hoogstandje. Met de kennis van de werking van de klok in het achterhoofd bleek de wereld ineens verdacht veel op een klok te lijken. God had deze aan het begin in werking gezet, en nu tikte zij aldoor voort. Ook levende organismes, zoals bomen en mensen werden als een soort superklokken gezien (Descartes). In de eeuw van de stoommachine bleken de wereld en de levende organismes ineens verdacht veel op geavanceerde warmemachines te lijken. En in onze tijd van digitalisering wordt de computer gebruikt als model voor het menselijk denken.
Dit zijn allemaal zeer interessante en waardevolle inzichten. Het is echter een groot gevaar dat deze aspecten van de schepping verabsoluteerd worden. Is de mens dan nog wel meer dan een soort superklok? Of meer dan een soort supercomputer? Soms lijkt het van niet. Als de vraag of computers kunnen denken bevestigend beanwoord wordt, lijkt het er meer op dat de mens gedegradeerd wordt tot het niveau van een computer dan dat een computer als een mens is geworden. En daar zien we de constatering van de dichter van psalm 115 werkelijkheid worden. Als een aspect van de schepping verabsoluteerd wordt, werkt dat een ontmenselijking uit. Alleen wie de ware God dient en de gehele schepping ziet in relatie tot Hem, behoudt zijn volle waarde als mens.

Dit brengt ons bij het tweede boekje. Professor Schuurman heeft niet voor niets aanhalingstekens in de titel gezet: Het ‘technisch paradijs’. De ondertitel luidt: om de GEBROKENHEID van HEEL de schepping. Schuurman signaleert in onze cultuur een enorme verwachting van de techniek. Hij spreekt zelfs over een heilsverwachting: ‘We’ kunnen tegenwoordig zoveel, dat we daarmee de hele schepping naar onze hand kunnen zetten. Als we maar genoeg ons best doen, kunnen we met de techniek zelfs alle wereldproblemen oplossen. Het lijkt er echter op dat we voorlopig meer problemen veroorzaken dan oplossen: lucht- en milieuverontreiniging, nucelaire dreiging, ontmenselijking van de samenleving, enz. De mens, die zich met zijn wetenschap en techniek als autonoom en onafhankelijk ziet, wordt slachtoffer van de ongeremde macht die door deze mens zelf is opgeroepen. De oplossing die Schuurman aandraagt is een heroriëntatie. Als wetenschap en techniek niet langer als autonoom en absoluut gezien worden, maar betrokken worden op de Bron en Oorsprong van alles (de Schepper), worden wetenschap en techniek middelen om te beheren in plaats van middelen om te beheersen. We zien hier weer dat aspecten van de schepping zich tegen de mens kunnen keren als ze de plaats van de Schepper innemen. Dit thema wordt door Tom Wright uitgewerkt in zijn boek Nieuwe taken voor de kerk van nu.

Hoewel er heden ten dage geen afgoden van hout en steen meer gemaakt worden, is er wel een overeenkomst met de afgoden die in psalm 115 bedoeld worden. Namelijk dat mensen knielen voor machten die bij de schepping horen in plaats van bij de Schepper. Wright spreekt in dit verband over het moderne heidendom. Het is belangrijk dat de kerk zich terdege bewust is van deze moderne afgoden. Het zijn aspecten in de schepping die op zich goed zijn, maar die vernietigend worden als je ze in plaats van God zelf plaatst. Wright noemt een groot aantal voorbeelden: oorlog, geld, sexualiteit, de aarde (Gaia), eten en drinken, mystiek en de afgoden van het verstand. Als deze zaken de plaats van de Schepper innemen, leidt dat tot ontmenselijking van hen die voor deze goden knielen. En uiteindelijk gaat het altijd ten koste van anderen. Dit zien we op grote schaal gebeuren in de wereld om ons heen. Maar ook aan de kerk gaan deze afgoden helaas niet voorbij. Waar macht misbruikt wordt om te heersen in plaats van te dienen, of waar de traditie (of juist de vernieuwingsdrang) tot een afgod wordt, waarvan alles wordt verwacht, daar verdwijnt het juiste zicht op de Schepper. Wright zegt: “Het is hoog tijd om het ‘evangelicalisme’ te vergeten en ons te concentreren op het evangelie; om het ‘katholicisme’ te vergeten en ons te concentreren op de kerk en haar zending; om het ‘liberalisme’ te vergeten en ons te concentreren op helder denken; om de ‘charismatische beweging’ te vergeten en de Geest van de levende God aan te roepen.”
Wright ziet een aantal taken die de kerk temidden van het moderne heidendom te vervullen heeft. Elk van de gesignaleerde afgoden dient op zijn eigen terrein bestreden te worden. De kerk dient te zoeken naar creatieve en geweldloze oplossingen voor conflicten, de kerk moet zich aan de zijde van de armen scharen, de kerk moet de wereld een zuiver christelijke sexualiteit of een zuiver christelijk celibaat voorleven, de kerk dient aandacht te geven aan onze rol als ‘rentmeesters’ van deze aarde, de kerk dient de maaltijd des Heren tegenover drokenschap en brasserij te zetten, de kerk dient een op Christus gericht spiritueel leven te kennen, de kerk dient de betekenis van de wetenschappen te doordenken.
Dit alles kan slechts in afhankelijkheid van de drieënige God, die onderscheiden is van de schepping, maar die er tegelijkertijd zo meer verbonden is dat Hij, als mens aan de dood zelf deelachtig is geworden. Omdat Hij zo één is geworden met de schepping, mogen we het ‘aardse’, het ‘materiele’ niet verachten ten koste van het ‘geestelijke’. Dan wordt er een onbijbelse tegenstelling gecreëerd. Een ‘geestelijk’ evangelie kan niet losstaan van sociale gerechtheid, zorg voorhet milieu, enz.
In de gerichtheid op Jezus, wordt het werk van de christen in afhankelijkheid volbracht. Niet in arrograntie, want de christen kan alleen zijn taken vervullen als hij zijn eigen onwaardigheid erkent. Het werk geschiedt door de Geest van de levende God zelf. Dit gericht zijn is een voortdurende oefening waar Wright ons toe oproept. Christenen kunnen niet anders dan mensen van gebed zijn. Laten we deze aansporing zeer ter harte nemen!

porcupine

  • Berichten: 1013
    • Bekijk profiel
Bolter, Schuurman en Wright
« Reactie #1 Gepost op: december 06, 2004, 04:43:30 pm »
Wat leuk! Ik zit op dit moment in een commissie die bezig is met het organiseren van een symposium over deze ontwikkelingen. Prof. Dr. Ir. Schuurman is al geboekt :-D

Pulpeet

  • Berichten: 4393
    • Bekijk profiel
Bolter, Schuurman en Wright
« Reactie #2 Gepost op: december 06, 2004, 04:53:25 pm »
Hij heeft een goed verhaal.
Ik heb tijdens mijn studie aan de TU Delft al zijn vakken gevolgd, en daar heb ik tot op de dag van vandaag veel aan.