In Romeinen staat over de gaven het volgende:
Rom. 12
6 Wij hebben nu gaven, onderscheiden naar de genade, die ons gegeven is: 7 profetie, naar gelang van ons geloof; wie dient, in het dienen; wie onderwijst, in het onderwijzen; 8 wie vermaant, in het vermanen; wie mededeelt, in eenvoud; wie leiding geeft, in ijver; wie barmhartigheid bewijst, in blijmoedigheid.
Hier zie ik niets (meer ?) van buitengewone gaven van genezingen, tongen en kennis etc.
In de eerder geschreven brieven aan Korinthe wel.
Dat wil niet zeggen dat er nu nooit iemand door God wordt genezen of dat niemand ooit meer andere dingen zou kunnen, maar dan is het niet meer de 'gave'. Dan moet je het volgens de bijbel het altijd kunnen.
Dan doet God dat misschien op het gebed van iemand, langs een andere weg dus.