Gen. 2
19 En de HERE God formeerde uit de aardbodem al het gedierte des velds en al het gevogelte des hemels. Ook bracht Hij het tot de mens, om te zien hoe deze het noemen zou; en zoals de mens elk levend wezen noemen zou, zo zou het heten. 20 En de mens gaf namen aan al het vee, aan het gevogelte des hemels en aan al het gedierte des velds,
Zoals HenkG al aangaf, bracht God alle dieren tot de mens en Adam mocht ze een naam geven. Dat betekent dat hij toen ook het vermogen had om te zien wat voor dier en het waren. Ik denkl dat nu na de zondeval de mensen niet meer het vermogen hebben om dit te kunnen: Namen erbij te zoeken die bij hen passen.
God kan dat wel, daarom zijn er veel namen die God in de Bijbel aan iemand geeft ook precies hoe iemand is/zal zijn.
Over JHWH is misschien ook nog het volgende te vertellen. In Genesis 1 is het woord God, de vertaling van het woord Elohim. Dit betekent 'Verhevenen'.
In Gen. 2: 4 wordt er plotseling gesproken van JHWH Elohim.
Hier wordt er van Heer God gesproken i.v.m. de mens. Dit is ook de naam waarmee God zich aan Mozes bekend maakte. Het is de naam van de onveranderlijke Getrouwe, de Verlosser, een naam die van betekenis is voor mensen die van Hem afhankelijk zijn.
Als de verbinding tussen God en mens verstoord is, noemt de Bijbel soms ineens weer alleen de naam God. (Elohim)