Zwever, je doet nogal wat aannames waar ik weinig van begrijp.
- Als de Geest 'door de voorganger' kan spreken, waarom moet die inspiratie dan tijdens de dienst, en niet tijdens het schrijven van de preek plaatsvinden, of wat is daarvan de meerwaarde?
- Als de Geest 'door de voorganger' kan spreken, waarom kan dat dan niet meer als de voorganger voorleest (vergelijk bijvoorbeeld het verhaal over de joden die terugkeren uit ballingschap, en een boekrol vinden en gaan voorlezen. (Nehemia, denk ik))
- Als de Geest 'tot de gemeente' spreekt, waarom kan dat dan niet door elk willekeurig middel? (Het lezen uit de bijbel, een preeklezer die monotoon een preek leest, een spreker die begenadigd is met eloquente gaven).
Ik wil niet pleiten voor slecht voorgelezen prietpraat, en ik wil sprekers die er niet aan zouden moeten denken om een papiertje te gebruiken daar echt niet toe dwingen, maar de vorm is ondergeschikt aan de boodschap en aan de Geest, niet andersom. De Geest heeft echt geen bepaalde houding of papierloosheid van de spreker nodig.