De canon van het OT lijkt me buiten twijfel. De boeken daarin zijn in het hebreeuws geschreven in tegenstelling tot de apocriefe boeken (grieks). De joden hebben deze apocriefe boeken ook niet in de wet, de profeten en de schriften (joodse canon) opgenomen. Ze zijn wel in de griekse bijbel (septuagint) opgenomen die ongeveer 200 jaar voor christus onstond. Deze "vervuilde" canon is weer gebruikt bij de latijnse vertaling (vulgata). De Willibrod vertaling bevat ze nog steeds als zogenaamde deuterocanonieke boeken. Oftewel, tweederangs canonieke boeken. De OT-apocrieven zijn allemaal geschreven in de laatste 400 jaar voor Christus (dus na het laatste canonieke boek, maleachi).
De boeken in het grieks en voor de tijd van het NT zijn m.i. dus standaard verdacht. Het gebruik van de naam van een bekende bijbelse figuur was niet ongebruikelijk. Het gaf het geschrevene meer waarde. Het klinkt nu eenmaal interessanter als een boek van Ezra of Henoch zou zijn in plaats van bv. Chaim. Je hoeft maar het canonieke boek Ezra naast het apocriefe te lezen om direct te zien dat het totaal verschillende schrijfstijlen zijn. Hetzelfde zie je bij Esther en de toevoegselen van het boek Daniel. Daarnaast zitten er twijfelachtige gebeurtenissen, tegenstrijdigheden en historische fouten in.
Lastiger wordt het met NT-apocriefe boeken. Ook nu geldt dat ze meestal later dan de canonieke zijn geschreven zoals bv. het opgedoken boek van Judas. Maar voor de rest zullen ze toch vooral op inhoud beoordeeld moeten worden.