quote:
lonneke schreef op 04 maart 2005 om 10:59:God is de hoogste gedachte van liefde!
God is alléén de hoogste gedachte van liefde!
God is alléén "een gedachte"!
"Een gedachte" is een bestaansvorm op zich!
God is geen lichaam!
Een gedachte heeft geen lichaam nodig!
God is niets anders dan een gedachte!
Eens of niet mee eens?
Mee eens. God is een gedachte, een universele gedachte, maar een gedachte heeft wel een oorsprong, een begin. In alle verhalen die er op de wereld zijn, zitten vaak ( bijbelse ) overeenkomsten, gedachtegoeden. Dat zou mensen al wakker moeten maken dat God er dus niet is voor slechts één bepaalde groep gelovigen: zij die het ‘juiste’ geloof bezitten.
Jezus zei: Alles nu wat gij wilt, dat u de mensen doen, doet gij hun ook aldus: want dit is de wet en de profeten.( Mt 7) Dit is dus een goede, universele en zeer oude gedachte.
En Jezus zei ook: Gij zijt goden ( Joh 10 )
Wij mensen zijn dus vergeten dat wij goden zijn, laat staan dat we nog zouden weten waarom we naar deze aarde verbannen zijn. Maar de tot nu toe mooiste uitleg vond ik hier:
http://www.spiritualiteit.net/dhtml.htm?page=gnostiek.htm ( kies daar : Voor zoekers )
Er was eens een tijd heel lang geleden,
dat alle mensen Goden waren.
Ze beschikten over een geweldige macht,
maar zij maakten daar misbruik van.
Brahma, de God der goden, besloot daar iets aan te doen.
Hij wilde de goddelijkheid van de mens verbergen.
Hij riep alle mindere goden bijeen en vroeg hen
waar hij het beste met die grootheid kon blijven.
Eén van de Goden zei: ”Laat ons de grootheid maar
begraven in het diepst van de aarde.”
Waarop de Brahma antwoordde:
“Nee, want eens komt de dag dat de mens zo diep zal graven
dat hij zijn grootheid terug zal vinden.”
Een andere God zei toen:
“Gooi het in het diepst van de oceaan.”
Maar opnieuw antwoordde de Brahma:
“Nee, want eens komt de dag dat de mens
het diepst van de oceaan zal ontdekken.”
Een derde zei:” Verstop het op de allerhoogste berg.”
Maar ook hierop antwoordde de Brahma:
“Nee, want eens komt de dag dat de mens die
bergtop zal beklimmen.”
Ten einde raad gaven de mindere goden het op.
Toen zei Brahma, de God der goden:
“Op aarde is maar één plaats
waar de grote goddelijkheid van de mens
afdoende kan worden opgeborgen.
Eén plaats waar hij zeker nooit zal zoeken.
En dat is: In het diepst van hemzelf.”
Ik ga dus meer en meer geloven in een God die niet commanderend boven mij staat, maar Zichzelf zo klein heeft gemaakt, dat Hij in mij woont: in mijn hart. En dan voel ik mij niet meer oneindig klein en oneindig zondig. Nee, juist oneindig vereerd! Wat een verLICHTing, ik mag zijn wie ik ben.