Beste meedenkers,
In de eerste plaats: nogmaals mijn hartelijke dank voor de vele bemoedigende reacties en nuttige vragen. Ik heb gemerkt dat ik in de afgelopen dagen veel profijt heb gehad van het delen van mijn kwestie met anderen. De knoop heb ik nog niet doorgehakt, omdat ik nog een aantal gesprekken wil hebben met vrienden en bekenden. Tot zover de voortgang van het proces.
Nu mijn reactie. Als ik het goed zie, zijn de reacties te bundelen tot 3 thema’s:
1. Ga werken aan je geloofslevenElle heeft hierover gezegd dat ik het gevaar loop de eenoog te worden die de blinde leidt. Een terechte waarschuwing. Ze roept me ook op te proberen Christus te hervinden. Een soortelijk appèl is gedaan door Fotogravinnetje, Priscilla en Aquila, dingo (dank voor de fraaie tekst), Mezzamorpheus, Zwever en Roodkapje.
Mijn twijfel over het wel of niet vragen van ontheffing (formeel is de benoeming al rond, dus is er geen sprake van aanvaarding) heeft ook niet zozeer te maken met de vraag of ik met de stand van zaken in mijn geloofsleven het ambt van ouderling kan vervullen – mij is wel helder dat dat niet zo is. In mijn eerste reactie (vrijdag 4 maart, 14:53 uur) heb ik al geprobeerd aan te geven wat de bottleneck is. Kennelijk is dat niet gelukt. Laat ik het nog eens proberen.
a. God verandert mensenVan of over diverse mensen heb ik gehoord dat God ingreep in hun leven. Dat zijn soms spectaculaire verhalen, soms heel triviale gebeurtenissen. Hoe dan ook, steeds als ik die verhalen hoorde bekroop me een jaloers gevoel: ik wil ook gegrepen worden door God. Ik wil die inspirerende, zichtbare verandering ondergaan. Maar die gevoelens waren steeds heel ambigu, of misschien beter gezegd: oppervlakkig. Meermalen heb ik een boekje ter hand genomen om nu toch echt eens met mijn geloof aan het werk te gaan; diverse keren heb ik een bijbelleesrooster opgezocht en demonstratief op mijn tafel gelegd om het lezen weer vast onderdeel van mijn dag te maken; al jaren achtereen blijf ik een bijbelkring, en zelfs een Emmaüskring volgen (sic! Mezzamorpheus). Maar de vonk slaat niet over. Ik ben en blijf lauw. Het kost me heel veel moeite regelmaat op te bouwen in het lezen uit de bijbel of (andere) boeken, en als ik merk dat het niet lukt leg ik me daar maar al te gauw bij neer.
b. Ben ik nu aan de beurt?Tot zover is de conclusie gauw getrokken: ik moet ontheffing aanvragen.
Maar wat als dit nou eindelijk die vonk is? Zou het kunnen zijn, dat God het (een beetje oneerbieding gezegd, misschien) aandurft om een notoire twijfelaar tot ouderling aan te stellen, om zodoende mij weer op het rechte pad te krijgen? Terecht wijst Mezzamorpheus erop dat óók als dit inderdaad een signaal van God is, dat nog niet betekent dat ik dus ook maar ouderling moet worden. Maar het blijft lastig: waarom op deze manier? Nou geldt dat vast voor heel veel dingen die God doet, maar toch. En waarom wordt van zo’n benoeming zo gemakkelijk geroepen dat het een roeping van God is, maar zijn we daar een stuk voorzichtiger mee als iemand bijvoorbeeld beweert een opdracht van God te hebben gekregen?
2. Waarom loopt het niet lekker in de GKv en in je gemeente?Door diverse deelnemers is gevraagd waarom ik me in mijn gemeente niet echt thuis voel. Dat heeft onder meer te maken met het algehele gevoel van lauwheid dat ik hiervóór al omschreef. Priscilla en Acquila vroeg wat ik concreet mis, en of een betere beleving niet bij mezelf begint. Het antwoord op de tweede vraag is een schot voor open doel: natuurlijk is dat zo. Maar uit wat ik hiervóór schreef, blijkt al wel dat ik er niet in slaag voldoende vasthoudend te zoeken naar contact met God. En het ergste is: ik baal er meestal niet eens zo erg van.
Dan de vraag wat ik mis in mijn kerk. Ik mis zichtbare en voelbare tekenen dat geloven iets met mensen
doet. Daarnaast voorzie ik problemen als het gaat om de identiteit van de vrijgemaakte kerk. De binding aan de belijdenissen die door ambtsdragers moet worden onderschreven, benauwt me. Ik zie daarin een nodeloos verstarren van een waardevol erfgoed van christelijke voorouders.
(Tussen haakjes, en vooral voor another brick: kijk eens bij
de synode-uitspraken uit 1996 die gedaan zijn n.a.v. art. 54 Kerkorde over het gezag van belijdenisgeschriften. Natuurlijk mag je ze toetsen en moet er iets veranderen als ze onschriftuurlijk blijken – maar een uitspraak als hier geciteerd werkt verstarring in de hand!).
Het bijzondere gezag dat aan de belijdenisgeschriften wordt toegekend, maakt in mijn beleving dat kerkgangers zich niet laten inspireren door de oude woorden, maar zich er het zwijgen door laten opleggen. Het gaat dus niet om de geschriften zélf (alhoewel ik ook wel moeite heb met delen daaruit, bijvoorbeeld art. 36 NGB) als wel hoe daar mee wordt omgegaan in de GKv. (Roodkapje heeft soortgelijke verzuchtingen gedaan in
haar thread over het verschil tussen de gereformeerde leer en de gereformeerde cultuur. Ik herken me in haar klacht).
De GKv is een kerkgemeenschap in overgang. Wellicht (laten we het hopen) zijn deze strubbelingen over koers en identiteit over enkele jaren niet meer actueel. In de tussentijd vind ik het wel erg lastig aansluiting te zoeken bij de in de GKv gangbare manier van belijden.
Wat another brick opmerkt over het je terecht ongemakkelijk voelen bij kerkelijke verdeeldheid is me uit het hart gegrepen – ik ben wel eens bang dat veel gelovigen de verdeeldheid veel te veel accepteren, er misschien zelfs in zwelgen.
Mijn twijfel over de vrijgemaakte kerk is ook niet of deze kerk de juiste leer verkondigt – mijn twijfel betreft of vrijgemaakte kerken (ik vermijd hier “de kerk”) voldoende voedingsbodem en ruimte geven aan de consequenties van een christelijk leven. De bekende gesprekken over gevoel en beleving lopen doorgaans stuk op stokpaardjes. Mijn indruk is dat de laag die daaronder zit, gemeden wordt. Het gáát inderdaad niet om gevoel, evenmin als het gaat om een ordelijke kerkdienst of om ouderlingen in zwarte pakken. Ik denk dat de spanning in de vrijgemaakte kerk die vandaag de dag waarneembaar is, onder meer wordt veroorzaakt door het gebrek aan visie op wat geloven inhoudt en welke consequenties daaraan verbonden zijn. Het is hier niet de plaats om die stelling uitgebreid te gaan onderbouwen, laat ik volstaan met het volgende: de impact van het verhaal dat in de kerk verteld wordt, zou zo groot en duidelijk waarneembaar moeten zijn, maar ik merk er zo weinig van. En juist voor iemand die zo graag van lauw gloeiend heet wil worden, is dat een pijnlijke constatering.
Dit probleem is, naar ik denk, verbonden aan de GKv als instituut, niet alleen aan mijn eigen gemeente. Overigens weet ik dat er vrijgemaakte gemeenten elders in het land zijn waar de knoop al is doorgehakt, en waar een positieve en op groei gerichte weg is ingeslagen. Da’s heel mooi, maar voor mij nu niet relevant: ik ben benoemd in een gemeente waar dat allemaal nog (lang) niet aan de orde is.
Zo kom ik op het niveau van mijn huidige gemeente. In mijn eerste reactie schreef ik al (naar aanleiding van een vraag van dingo) dat ik geen traumatische ervaringen heb opgedaan in mijn gemeente – God zij dank. Ik weet niet goed waarom je denkt dat ik geloof dat ik “mijn plaatsje in de hemel nog moet verdienen.” Kan je dat toelichten?
Overigens geloof ik dat een “warm christen” (ik gebruik dat maar even als tegenstelling tegenover mijn eigen kwalificatie als “lauw christen”) zich in een gemeente als de mijne best op z’n gemak zou kunnen voelen – warmte heeft de neiging af te stralen op de omgeving, en dat is zeker in dit verband een goede eigenschap.
3. De benoemingResteren een paar vragen rondom de benoeming. Onder andere door dovid en Merwekade is gevraagd hoe het kan dat ik, hoewel ik geen vaste bezoeker van de kerk ben, toch benoemd ben. Het antwoord op die vraag moet ik schuldig blijven. Ik zal de vraag wel voorleggen aan de wijkouderling, als ik nog eens met hem praat over de benoeming. Elle suggereerde dat ik bij mijn vragen rondom de benoeming me moest realiseren dat de gemeente onvolkomen is. Ik weet niet helemaal wat ze daarmee bedoelt. Mijn vraag betrof niet zozeer hoe het kan dat de kerkenraad een ontrouwe kerkganger toch benoemt, mijn vraag betrof of ik dit als roeping van God moest zien. Dat lijkt wellicht op elkaar, maar ‘t is toch wat anders, denk ik.
Evenals Merwekade en another brick vind ik dat er nog wel een aantal vragen zijn rondom de motivering voor de keuze van de kerkenraad – die zal ik zeker stellen. Ik houd jullie op de hoogte.
Nou, weer een enorme lap tekst. Hopelijk zijn er nog mensen die mee willen praten. Ik ben benieuwd!
Groet,
Thomas