quote:
porcupine:
...wat volgens mij de kern is:
dat de mens zelf moet kiezen tussen goed en kwaad, (...)
Er staat dat na de schepping van het licht... “En God zag het licht, dat het goed was” [Gen. 1:4]. Er staat dat na de schepping van land en zee... “Zag God dat het goed was” [Gen. 1:10]. Na de schepping van het gewas... “En God zag, dat het goed was” [Gen. 1:12]. Na de schepping van zon en maan... “God zag, dat het goed was” [Gen. 1:18]. Na de schepping van vogels en vissen... “En God zag, dat het goed was” [Gen. 1:21]. Na de schepping van de dieren “zag God dat het goed was” [Gen. 1:25]. Nadat de schepping was voltooid “En God zag al wat Hij gemaakt had, en ziet, het was zeer goed” [Gen. 1:31].
Slechts toen de Schepper de mens had gemaakt, zei Hij niet ‘dat het goed was’; slechts de mens kan kiezen tussen goed en kwaad. (“zie, ik heb heden voor u gesteld het leven en het goede, de dood en het kwade.” Deut. 30-15).
quote:
(...) en niet altijd geneigt is tot het goede.
Het OT laat er geen onduidelijkheid over bestaan dat de mens begiftigd is met 'boze gedichtsels'- neigingen tot het kwade. Deze uitdrukking komt o.a. in de Torah /Pentateuch zeer vaak voor. (bijv. Gen 6:5: "En de Heer zag dat al het gedichtsel der gedachten zijns harten te alle tijden slechts boos was." En Gen 8:12: "...want het gedichtsel van 's mensen hart is boos van zijn jeugd af aan..." En Deut. 31:21: "Want Ik ken hun gedichtsel, dat zij maken, aleer Ik hen inbreng in het land dat Ik gezworen heb", etc...).
De mens heeft dus volgens de Torah /Pentateuch duidelijk sterke neigingen tot het kwaad. Echter, over zijn
wezen wordt
nooit gezegd dat het kwaad is, integendeel: de term die de Tanach hanteert om neigingen te duiden is 'Jetser' (J-TS-R) en betekent 'verbeelding'.
Het hebreeuwse woord voor (goede of slechte) impulsen verwijst dus rechtstreeks naar de menselijke kwaliteit 'verbeelding' en niet naar z'n
wezen (de verbeelder). Ondanks dat de mens is omgeven
door, en geneigd is
tot zonde, is de mens dus niet intrinsiek kwaadaardig.
quote:
...Namelijk dat de mens een interface nodig heeft om tot God te komen. In jouw visie is dat de goddelijke vonk. In mijn visie is dat Jezus.
Binnen de Christelijke exegese is het eten van de ‘boom der kennis’ betiteld als de ‘zondeval’ van de mens. In de tekst over de """“zondeval"""” wordt de daad van rebellie nooit onder de noemer ‘zonde’ geplaatst en evenmin toont de mens spijt.
'Chata' is in de Tanach de meest voorkomende term voor 'zondigen' (generiek). De wortel van
Chata betekent 'missen' (het missen van het juiste doel, of de juiste weg- zie bijv: Spreuken 19:2). Een ander woord voor zonde is
awon, letterlijk ‘ongerechtigheid’ (niet generiek); en
awon heeft een wortel die verwijst naar 'dwalen', 'afdwalen'. De Tanach maakt er geen geheim van dat zelfs de meeste van onze grootste leraren als Mozes, Abraham, David, ooit zijn afgedwaald, de wil hebben gericht op een verkeerd doel.
De betekenis van '(het doel/de juiste weg) missen' correspondeert met het woord voor
spijt/berouw hebben ‘
sjoev’, (en later
tsjoeva) wat letterlijk 'terugkeren' betekent, of 'omkeren'. Het werkwoord wordt bijvoorbeeld als zodanig gebruikt in Amos 4:6, 8-11 en Jerimia 3:7, 12, 14, 22 en Hosea 3:5, 6:1, 7:10).
Een mens die oprecht berouw heeft, is feitelijk letterlijk iemand die terugkeert- wroeging of angst is niet nodig, integendeel: keer eenvoudigweg
terug.
En de mens is klaarblijkelijk vrij te kiezen; de bijbel bevestigt immers meerdere malen dat zelfs God hem niet dwingt. Het betreft
zijn dwaling en het betreft
zijn terugkomst; en de Almachtige verheugt zich in zijn terugkomst (Bijv. Ezechiel 18:28: "Zou ik soms een welgevallen hebben aan de dood van de goddeloze?, luidt het woord van de Here God, en niet veeleer hieraan, dat hij terugkere van zijn wegen en leve?")
Dit vindt z'n navolging binnen de Talmoed, waarin degene die terugkeert "Baal Tesjoeva" (de Heer van de ommekeer [of antwoord]) wordt genoemd. Het woord
Baal staat altijd i.v.m. prestatie, macht of kracht. Hiermee wordt de absurditeit van wroeging i.v.m. zonde nog duidelijker benadrukt: er staat "de plaats die door de Heren van de Ommekeer wordt ingenomen, is zelfs voor de volmaakt rechtvaardigen niet bereikbaar" [Talmoed Sanhedrin 99a], m.a.w.:
degene die terugkeert is waardevoller dan degene die nooit weg is gegaan.Natuurlijk, hiemee wordt het belang van de Messias zeker
niet tenietgedaan (want zowel het Judaisme als het Christendom geloven in de Messias). Wel wordt gesteld dat de mens zijn
eigen terugkeer kan/moet bewerkstelligen.

Sterker nog: zelfs de Messias dwingt ons niet te kiezen vóór het goede en tegen het kwaad: de keuze tussen omkeren en afdwalen ligt nog steeds bij de mens. Zijn redding ("ontvangst') echter ligt in Gods handen-en dat is (getuige: de Tanach!) altijd zo geweest.