Sjaloom Hester,
Prima zo!
Alleen één ding: die Lofzang uit 1 Petrus moet je alleen in de Vastentijd zingen en dan in plaats van de Lofzang naar Apok. Waarom? Omdat in de lofzang naar Apok. het Alleluia gebeden wordt, en dat kan niet in de Vastentijd. Dus bidt je in de Vastentijd de vervangende 1 Petrus en daarbuiten de Lofzang naar Apok.
Als je goed kijkt, dan zie je ook iets merkwaardigs bij de antifonen. Bij Psalm 110 en 111 zie je namelijk steeds een speciale antifoon voor de Vastentijd staan (Vt.). Maar bij de Lofzang naar Apok. zie je ineens géén speciale antifoon voor de Vastentijd. Want die zie je staan bij 1 Petrus en daar staat hij ook als enige antifoon. De antifonen geven dus al aan: in de Vastentijd bidt je als lofzang die van 1 Petrus en vooral níét de Lofzang naar Apok.
Het is dus altijd goed om op te letten wanneer je wat moet bidden en vooral; wanneer je wat níét moet bidden. De rode letters geven dat over het algemeen redelijk duidelijk aan en soms dus ook het aanbod van de antifonen. Hopelijk ben ik een beetje duidelijk...
