Ssst, dat moet je niet verklappen.

Maar er is nog meer plek voor je hoor, naast de hond.
Na een geslaagd avondje ging ik pas rond 1:00 uur slapen. Voor een keer is dat niet erg, geslaagde avondjes geven een mens energie. Tot de volgende ochtend de wekker gaat. Enigszins geradbraakt was ik wel. De gevangenis stond weer op het programma. Toen ik uit de bus stapte, besefte ik dat ik m'n toegangspas was vergeten. Ik moet ook zoveel passen meenemen iedere dag... Het kostte nu wat meer moeite om in de spreekkamer te belanden, maar een Pleun is niet voor een gat te vangen. Dit keer waren er maar 6 verzoekbriefjes, waarvan het gros ook nog eens 'vaste klant' was. Een meevaller dus.
Wederom zat er een gedenkwaardige kerel tussen. Een magere, licht ontvlambare grijsaard van 50 zonder tanden, die een beetje chagerijnig de spreekkamer binnenkwam. "Ik had me erop verheugd om het vonnis van Mohammed B. te zien, maar net voor de uitzending begon werd ik opgeroepen voor het spreekuur." Ook zat hij te kankeren (excusez let mot) op de bewakers, hij kwam tamelijk onaangenaam over. "Ik moet morgen voor de politierechter komen voor mishandeling, maar die gozer heeft juist mij mishandeld!" Het bewijs volgde meteen. Hij begon zijn broek uit te trekken en liet een enorme bloeduitstorting zien op zijn dijbeen. Tsja, die krijg je niet van een potje klaverjassen. Nu begon hij zijn pijlen op mij te richten, toen ik hem wat vragen stelde. Heftig armgebarend: "Wat zijn dat nou voor vragen? Je lijkt wel een onbeschreven blad, ik weet het zelfs beter!" Etc. etc. "Je moet m'n advocaat bellen, die weet nog niet dat ik morgen moet voorkomen." Innerlijk raakte ik een beetje vermoeid, maar uiterlijk liet ik niks merken. Op het einde zei hij "sorry dat ik een beetje uit mijn slof schoot hoor, je lijkt me een aardige gozer." Ja, en u spoort niet helemaal. Maar dat hield ik wijselijk voor me. Met een dakloze draaideurboef (hij zit om de haverklap vast) heb ik wel enige compassie, ook al gebruiken ze me als vaatdoek.
De middag besteedde ik aan het uitwerken van het bajesspreekuur. Dat houdt meestal in dat ik veel met advocaten moet bellen. Zo is het gelukt om voor een bajesklant een zitting bij de kantonrechter uit te stellen, en nu moest ik snel een advocaat zien te regelen. Dat lukte, een advocate uit Gorinchem wil de zaak doen. Toen ik haar hiervoor bedankte, lachte ze verlegen. Maar ik heb nix met advocates verder, die ambitieuze in mantelpakjes rondhuppelende haaibaaien.
O ja, de collega die naar Den Haag gaat kreeg vandaag van ons allen een afscheidscadeautje: een zelfgemaakte armband. Een nieuwe collega maakt zelf sieraden en de scheidende collega houdt toevallig van die kralenrommel. De overige dames waren ook enthousiast. Zo enthousiast dat er op 22 augustus een sieradenparty wordt georganiseerd bij het Loket. Er zijn ook sieraden voor mannen, dus ik ga ook.

Overigens ga ik die collega zeker niet missen, ze heeft een irritant karakter en er is werkelijk niets aan haar dat ik leuk vind.
Het boek over eerwraak lag in de bus. Het lijkt me een zeeer boeiend en leerzaam proefschrift, met een aangrijpende inhoud. Van internet heb ik nog een andere wetenschappelijke studie over eerwraak geplukt, zodat ik binnen afzienbare tijd een echte kenner zal zijn. Van het Marokkaanse meisje heb ik trouwens niks meer gehoord. Maar dat komt wel weer.
Naast mijn bed ligt nu (nog steeds) het jongensboek 'De Kop in de Wind.' "Heb je het al uit?" vraagt de jongedame van het overjordaanse telkens, waarop het schaamrood me naar de oren stijgt. Maar er komen iedere keer weer nieuwe interessante boeken op mijn weg, ik kan er niks aan doen.
