quote:
P. Strootman schreef op 04 november 2005 om 12:27:Nunc,
FJ. Pop, schreef in zijn boek 'Bijbelse woorden en hun geheim:'Het woord discipel
(leerling) vinden wij uitsluitend in de evangelien en Handelingen (250 keer). Het wordt gebruikt voor leerlingen van Jezus, Johannes de Doper, de Farizeeen en Mozes. Eenmaal is er sprake van een vrouwelijke discipel, Tabhita (Hand.9.36). Slechts 1 keer zou er ook sprake zijn van discipelen v a n Paulus. (Dat zouden dan dus gelovige heidenen geweest kunnen zijn, die ook christenen genoemd werden). Maar Pop geeft er de voorkeur aan, dat in Hand.19.9 niet staat: 'zijn discipelen' (van Paulus dus), maar van 'd e discipelen'.
wat FJ Pop schrijft en waar hij de voorkeur aan geeft moet hij zelf weten, maar als jij probeert zijn woorden te gebruiken voor je evident onjuiste stelling, dan reageer ik.
quote:
Nunc, ik hoef niets te ontkrachten, want zoals ik aangetoond heb, worden gelovige heidenen nooit christenen genoemd.
Hoe kun je dat aantonen? Door te laten zien dat het nergens gebeurt? In dat geval zul je het ook moeten accepteren als iemand anders laat zien dat er wel plekken (in handelingen in dit geval) zijn waar HEIDENEN toch echt DISCIPELEN genoemd worden.
Bewijsstuk A: handelingen 61 En toen in die dagen de discipelen talrijker werden, ontstond er gemor bij de Grieks sprekenden tegen de Hebreeën, omdat hun weduwen bij de dagelijkse verzorging verwaarloosd werden. 2 En de twaalven riepen
de menigte der discipelen bijeen en zeiden: Het bevredigt niet, dat wij met veronachtzaming van het woord Gods de tafels bedienen. 3
Ziet dan uit, broeders, naar zeven mannen onder u, die goed bekend staan, vol van Geest en wijsheid, opdat wij hen voor deze taak aanstellen; 4 maar wij zullen ons houden aan het gebed en de bediening van het woord. 5
En dit voorstel vond bijval bij de gehele menigte, en zij kozen Stefanus, een man vol van geloof en heilige Geest, Filippus, Prochorus, Nikanor, Timon, Parmenas en
Nikolaüs, een Jodengenoot uit Antiochië; 6 hen stelden zij voor de apostelen, die, na gebeden te hebben,
hun de handen oplegden. Wat we hier zien is dat: 1.) de twaalven
de menigte der DISCIPELEN bijeenroept. (vers 2)
2.) dat daarna die menigte der discipelen (aangesproken met broeders) opdracht krijgt om uit te zien naar 7 mannen ONDER hen, dus uit het midden der DISCIPELEN. (vers 3)
3.) Dat dit voorstel (vers 5) geaccepteerd wordt door de menigte der DISCIPELEN
4.) dat zij (de menigte der DISCIPELEN) o.a. Nikolaüs, een JODENGENOOT, kiezen UIT HUN MIDDEN. (vers 5)
5.) dat de apostelen de keuze van Nikolaüs (en anderen) bevestigen door handenoplegging (vers 6)
Nikolaüs wordt dus door Lukas, de schrijver van handelingen, gewoon aangemerkt als DISCIPEL, terwijl hij toch echt geen jood, maar en jodengenoot is, een NIET-jood dus die door Lukas DISCIPEL genoemd wordt.
bewijsstuk B: handelingen 153 Zij reisden dan, nadat hun door de gemeenten uitgeleide gedaan was, door Fenicië en Samaria,
en bereidden met hun verhaal van de bekering der heidenen al de broeders grote blijdschap. 4 En te Jeruzalem aangekomen, werden zij door de gemeente, de apostelen en de oudsten ontvangen en vermeldden al wat God met hen gedaan had.
5 Maar er stonden uit de partij der Farizeeën enigen op, die gelovig geworden waren, en zeiden, dat men hen moest besnijden en gebieden de wet van Mozes te houden.
6 En de apostelen en de oudsten vergaderden om deze aangelegenheid te overwegen. 7 En toen daarover veel verschil van mening rees, stond Petrus op en zeide tot hen: Mannen broeders, gij weet, dat God van de aanvang af mij onder u heeft verkoren,
opdat door mijn mond de heidenen het woord van het evangelie zouden horen en geloven. 8 En God, die de harten kent, heeft getuigd door hun de heilige Geest te geven evenals ook aan ons, 9 zonder enig onderscheid te maken tussen ons en hen, door het geloof hun hart reinigende. 10
Nu dan, wat stelt gij God op de proef door een juk op de hals der discipelen te leggen, dat noch onze vaderen, noch wij hebben kunnen dragen? 11 Maar door de genade van de Here Jezus geloven wij behouden te worden op dezelfde wijze als zij.
we zien hier:1.) dat zij (Paulus en Barnabas) door niet joodse gebieden reizen (vers 3)
2.) dat zij toen ze in jeruzalem kwamen op weerstand stuitten van de partij der (gelovige)farizeeën. (vers 5) en er meninigsverschil ontstaat over besnijdenis.
3.) dat Petrus het woord neemt (vers 7) en zich identificeert als diegene door wie God aan de heidenen het woord van het evangelie heeft gebracht (vers 7b)
4.) dat Petrus (vers 10) opmerkt dat de twisters God niet op de proef moeten staan door een juk op de hals der DISCIPELEN te leggen.
5.) Aangezien de enigen waarover in dit gedeelte discussie bestaat, de gelovigen uit de heidenen zijn, worden die heidenen dus in vers 10 simpelweg DISCIPELEN genoemd.
bewijsstuk C: handelingen 1126 En het geschiedde, dat zij een vol jaar in de gemeente gastvrij ontvangen werden en een brede schare leerden en
dat de discipelen het eerst te Antiochië Christenen genoemd werden.
Ofwel: de discipelen worden Christenen genoemd. Uit handelingen 6 en 15 blijkt echter dat Lukas zowel vóór als na de mededeling van hand. 11 HEIDENEN DISCIPELEN noemt, en dus daarmee bevestigt dat ook de heidenen in Antiochie Christenen genoemd kunnen worden (en dat het dus in hand. 11 niet alleen over joden gaat)
quote:
Erger jij je daaraan?
Nee, maar ik vind het aandoenlijk als mensen zo verstard zijn dat ze koste wat het kost iets beweren wat aantoonbaar onjuist is - zie hierboven. Weerleg het of kom er niet meer op terug.
quote:
Dan moet je wel een verschrikkelijk hekel aan Paulus hebben (..)
Nee hoor, ik waardeer Paulus zeer, vandaar dat ik ook kijk wat Paulus ECHT zegt, en niet wat ik zou WILLEN dat Paulus zegt. Zou je een voorbeeld aan kunnen nemen.
quote:
(..), die zijn gemeenten, dus ook de heidengemeenten, NOOIT, maar dan ook NOOIT christenen genoemd heeft.
Piet, er is maar
1 plek (ÉÉN) waar Paulus uberhaupt de term 'heidengemeente' gebruikt, namelijk rom.16:4. Het is dus slechts loze suggestie om te stellen dat Paulus
'NOOIT, maar dan ook NOOIT' heidengemeenten christenen heeft genoemd, aangezien het maar
1 keer voorkomt. Als Paulus letterlijk honderden keren de term gebruikt en iedere keer structureel jodengemeenten 'christelijk' noemt maar heidengemeenten niet die benoeming geeft, dan zou je punt sterk staan.
Maar nu probeer je een
'NOOIT, maar dan ook NOOIT'-claim te baseren op 1 opmerking van Paulus, waar hij aan een gemeente uit de heidenen spreekt over andere gemeenten uit de heidenen. Aangezien de meeste gemeenten die we uit die tijd kennen gemeenten uit de heidenen zijn, is het niet eens bijzonder dat er geen joodse gemeente genoemd wordt.
Overigens conflicteert jouw
'NOOIT, maar dan ook NOOIT'-regel ook nog eens met duidelijke feiten uit handelingen, zoals hierboven uiteengezet. Daar blijkt dat heidenen discipelen genoemd worden en dat discipelen op hun beurt christenen genoemd worden.
quote:
Is dat nu niet veelzeggend?
jahoor Piet, dat is inderdaad veelzeggend.
quote:
En jij hebt daar ook nooit een verklaring voor kunnen geven!
Zie hierboven.
quote:
En geloof mij, het gaat hier niet om 'muggenzifterij', maar om een uitermate belangrijk gegeven. De christenheid spreekt met grote vrijmoedigheid over 'de God van Joden, christenen en heidenen', zich hiermee distantierend van de heidenen.Terwijl Paulus toch schreef, dat God niet alleen de God der Joden is, maar ook der heidenen ((Rom.3.29). De christenen schitteren hier door hun afwezigheid!
Ja gek he, omdat joodse + heidense gelovigen (A. + B.) samen 'christenen' ( C. )zijn, getuige de uitspraken in handelingen 11. Paulus noemt A. + B., omdat hij er nadruk op wil leggen dat God er zowel voor A. als voor B. is. Als Paulus Christenen had genoemd dan had hij z'n punt niet goed kunnen maken: Had hij dan moeten zeggen: "God is niet alleen de God der Christenen, maar ook der Christenen"?
quote:
Er zijn nu eenmaal namen en termen in de bijbel, Nunc, die nooit voor de heidenen gebruikt worden. Daar kan ik ook niets aan doen!
Oh er zijn vast termen die niet voor heidenen gebruikt worden (ik denk aan 'joden' bv.) maar 'Christenen' is niet zo'n term, getuige hand. 11.
quote:
Laten we er maar niet verder over spreken. Maar omdat je mij toch weer aanviel, geef ik respons.
Ik spreek er pas niet meer over als dit misverstand van jou uit de wereld is.