quote:
Ja. En dit is het verslag.
Zwolle, zaterdag 8 oktober.
Op zaterdag 8 oktober heeft het Lwvko (de Landelijke werkgroep voorlichting kerkelijke ontwikkelingen) een congres gehouden naar aanleiding van de besluiten van de synode van Amersfoort-Centrum. De vraag was: is er bij de synode sprake geweest van terugkeer tot de gehoorzaamheid aan het Woord van de Heere? Om deze vraag te beantwoorden werden er drie toespraken gehouden. Over het Schriftgezag, over de Synodebesluiten en de Tien Geboden en over Eredienst en liturgie.
Het Schriftgezag
In zijn toespraak over het schriftgezag benadrukte C. Bezemer (uit Zwijndrecht) dat wij de Heere op Zijn Woord moeten geloven. Dat betekent: geloven als een kind. Het centrale punt bij alle kritiek op de Bijbel is sinds het paradijs: 'Is het ook dat God gezegd heeft….? Het is de vraag van de Satan, de oude slang. Eerbiediging van het gezag van Gods Woord betekent niet dat er geen verschil van mening kan zijn over de uitleg van een bijbelgedeelte. Het betekent wel dat wij niet mogen gaan oordelen over de waarheid van de Heilige Schrift, zoals ds. Doedens dat doet in het boek 'Woord op schrift', waar hij o.a. de scheppingsdagen ter discussie stelt. Verder heeft het Woord van God gezag over ons leven. Het is onjuist om de uitleg van de Bijbel en de toepassing van Gods geboden voor een groot deel af te laten hangen van het inzicht van de gemeente, zoals drs. De Bruijne zich dat voorstelt. Ook is het onjuist om voorrang te geven aan het voorbeeld of het beeld in de Bijbel in plaats van aan het gebod. Dit is in feite hetzelfde als wat de ethischen in de 19e eeuw voorstonden. Het gebod van God verdwijnt uit beeld.
Synodebesluiten en de Tien Geboden
W. Dijkstra (uit Heemse) sprak over de Synodebesluiten en de Tien Geboden. Hij behandelde achtereenvolgens de besluiten rond het vierde en het zevende gebod. Hij ging ook in op de veranderde opvattingen over de Tien Geboden. Hij memoriseerde dat de synode van Amersfoort-Centrum alle bezwaren tegen de besluitvorming over het vierde gebod heeft afgewezen. De twee-meningen leer is gehandhaafd. De synode koppelde de instelling van de rustdag los van de schepping. Het is een dag die voor Israël gold. Uit het rapport blijkt ook dat de deputaten en de synode van mening zijn dat de Tien Geboden speciaal voor Israël golden. Ze zijn nog wel geldig, maar niet letterlijk. Ze moeten naar onze tijd toe vertaald worden. Ook de besluitvorming over het zevende gebod geeft reden tot bezwaar. Hoewel de waarde van het huwelijk en het kwaad van de echtscheiding beleden worden, blijkt dat er om allerlei redenen gronden voor echtscheiding kunnen zijn. Het zevende gebod speelt nog wel een rol, maar mag niet meer als uitgangspunt dienen. Het gaat om de stijl van het koninkrijk en het gebod der liefde. Tenslotte constateerde Dijkstra dat de visie op de Tien Geboden veranderd is. De kracht en het gezag van de geboden van God zijn ingeruild voor wat mensen ervan vinden. Wanneer Gods geboden uit beeld verdwijnen, verdwijnt ook de zonde uit beeld. In plaats van de werken der dankbaarheid, die naar de Wet van God moeten zijn, komt het varen op eigen kracht en een normloos leven. Deze opvattingen komen overeen met de opvattingen van drs. De Bruijne, docent ethiek aan de Theologische Universiteit te Kampen (Broederweg). Volgens de spreker is het Nieuwe Testament duidelijk genoeg, als het gaat om de blijvende betekenis van de Wet der Tien Geboden.
Eredienst en liturgie
M. Tigelaar (uit Assen) sprak onder de titel 'Eredienst en Liturgie'. Hij nam als uitgangspunt dat de eredienst op zondag een verbondsgesprek is tussen de Heere en Zijn volk. Vandaar dat wij niet vrij zijn om naar eigen inzicht invulling aan te geven aan de eredienst. Wij moeten de Heere dienen en vereren op een manier die voor Hem goed en aangenaam is. De spreker wees op de trend, waarbij de gelovige steeds meer in het middelpunt komt te staan in de eredienst. Hij wees ook op het fenomeen attributenpreek en op het doen aan drama tijdens de eredienst. Hij gaf als oorzaak voor deze veranderingen: de mens met zijn gevoelens komt centraal te staan. Verder was hij van mening dat de lossere en meer vrijere uitleg van de Bijbel, zoals die door drs. De Bruijne wordt (en al eerder door prof. Kuitert werd) toegepast, meer ruimte biedt aan verschillende opvattingen met betrekking tot de leer. Het gezag van Gods Woord verdwijnt en dus ook het gezag van Gods Woord over de invulling van de eredienst. Hij duidde dit als 'christologie'. Het gaat om Christus en Zijn kruis, de leer is van minder belang. Vervolgens besprak Tigelaar de onderdelen van de gereformeerde liturgie; van votum tot slotzegen. Hij vroeg in het bijzonder aandacht voor het verval in de prediking binnen de GKV. Hij eindige met: 'Kortom, de eredienst zoals het moet zijn is een heilig gesprek. Het is het verbondsgesprek met de Heere. Daar moeten we ons goed van bewust zijn, wil de dienst tot ons spreken. Als we dit zien worden we voor sleur bewaard. En zullen we ook onze vreugde hebben in dit heilig gesprek'.
Er was ook een congresbundel te koop. Hierin waren de toespraken van de dag opgenomen, alsmede een aantal bijlagen, die op de onderwerpen van de dag betrekking hebben. Zo is er een lang citaat overgenomen uit de brochure 'Om recht en waarheid' van prof. J. Kamphuis, over de zondagsopvatting van ds. Visee. Hierover is in de jaren zestig in Kampen strijd gevoerd. 's Middags was er een forumdiscussie waarbij de sprekers ingingen op vragen vanuit de zaal.