quote:
P. Strootman schreef op 21 november 2005 om 22:15:Britse rooms-katholieke bisschoppen vinden het gevaarlijk om de bijbel al te letterlijk te interpreteren. Zij zeggen o.a. dat we van de bijbel geen wetenschappelijke beschrijvingen of historische verslagen mogen verwachten. Als voorbeelden van passages die niet letterlijk genomen mogen worden, verwijzen de bisschoppen naar de eerste hoofdstukken van het boek Genesis, waarbij die worden vergeleken met de scheppingsmythen van andere culturen, voornamelijk die van het Oosten. Ze noemen het duidelijk het belangrijkste doel van die verhalen om religieus onderricht te geven.
Dat is dus een nieuw (?) geluid uit R.K. kerkelijke kring.
Wellicht de moeite waard om over te discussiëren?
De geschiedenis die God is aangegaan met de mensen is meer dan een verzameling parels aan een snoer van Hebreeuwse vertelkunst. Het gaat erom dat de tijd gestempeld wordt door Gods handelen. De roeping van Abraham, de uittocht van het volk Israël uit Egypte, de verbondssluiting en wetgeving bij de Horeb, het koningschap van David, de bouw van de tempel, de terugkeer uit de ballingschap, vooral de komst en het werk van Jezus Christus, het zijn niet alleen maar fragmenten van zin temidden van de onzin. Er is verbinding en samenhang tussen die gebeurtenissen. Ze rijgen zich aaneen tot een geschiedenis van heil, een reeks van Gods grote daden.
Deze heilsgeschiedenis staat niet los van de concrete geschiedenis van de mensheid, maar is de zin ervan. Het gaat niet om verhalen, om sagen en mythen, maar om wat echt gebeurd is. Geloven in de Schepper snijdt ons de pas af bij elke vlucht in de mythologie. De God van de Bijbel meldt zich namelijk in de feitelijkheid en realiteit van deze wereld. Hij is de God die mensen bij hun naam roept en die ze opzoekt waar ze zijn, in hun concrete omstandigheden. Daarom staat de Bijbel vol van realistische verhalen. We ontmoeten er mensen als wijzelf. De Bijbel is alles behalve een fabeltjeskrant of sprookjesboek. Wie een mythologisch boek uit de oudheid leest of een modern sprookjesboek, weet waar hij of zij aan toe is: je wordt verplaatst naar een andere wereld waarin fantasie hoogtij viert. Lees je daarna de Bijbel, dan kom je weer tot de werkelijkheid terug. Dat Boek verhaalt van Gods daden die niet tussen hemel en aarde blijven zweven. Ze hebben effect in mensenlevens en in het leven van de volkeren, ze stempelen natuur en geschiedenis.
Wie zich terugtrekt uit de geschiedenis op het verhaal, kiest voor een onaanvaardbare reductie! De God van het verbond met mensen wordt zo niet meer als de Schepper en de Onderhouder van wereld en geschiedenis erkend en herkend. Die erkenning is nu juist een bron van vreugde en troost voor het geloof! Die delen van de Schrift die zich als historisch betrouwbare, zij het op verkondiging toegespitste, informatie aandienen, dienen ook als zodanig te worden aanvaard. De heilsgeschiedenis waarvan de Schrift getuigenis aflegt, is wel degelijk historisch. Gelovigen behoeven de geschiedeniswetenschap niet te hulp te roepen om te bewijzen dat de Bijbel tòch gelijk heeft. Dat kan die wetenschap per definitie niet, maar bovendien heeft het geloof in de betrouwbaarheid van de God van het Woord zo’n bewijs ook helemaal niet nodig.
We zijn geen kunstig verdichte fabels nagevolgd, maar de tastbare Christus, en zo is ook onze toekomstverwachting geen fata morgana, maar gegronde hoop op een nieuwe hemel en een nieuwe aarde, waarop de gerechtigheid eeuwig thuis zal zijn.
BronNou kunnen er wel autoriteiten zijn die het een en ander beweren, maar
Al zouden het kerkvaders zijn als Augustinus of Athanasius,
Al zou het een van de hervormers zijn (Calvijn & Co),
Al zou het een bekend belijdenisgeschift zijn,
Al zou het 1 of alle
bisschoppen zijn,
Al zou het een grote ‘weten’schapper zijn,
Ik denk dat ik me maar bij mijn bijbeltje houd:
Christus bevestigt de verhalen van de Heilige Schrift.Hij beroept Zich op een zeer stellige en natuurlijke wijze tot in de kleinste bijzonderheden op de gebeurtenissen van het Oude Testament. Het is duidelijk, dat Hij deze niet als mythen of legenden beschouwt maar als vaststaande historische feiten:
- De schepping van het eerste echtpaar (Mat.19:4-5)
- De moord op Abel (Luk.11:51)
- Noach, de ark en de zondvloed (Mat. 24:37)
- De rol en het geloof van Abraham (Joh.8:56)
- De besnijdenis die aan de aartsvaderen gegeven was (Joh.7:22-23)
- De verwoesting van Sodom
- De redding van Lot, de ondergang van zijn vrouw (Luk. 17:29,32)
- Isaäk en Jakob als historische personen (Luk.20:37)
- De roeping van Mozus (Mark.12:26)
- De tien geboden (Mat. 19:18)
- Het manna (Joh.6:31-51)
- De koperen slang (Joh.3:14)
- David die de toonbroden eet (Mat.12:3)
- De koningin van het Zuiden (Matt.12:42 en 6:29)
- Elia en de weduwe van Sarepta (Luc.4:26)
- De toekomstige rol van Elia (Marc. 9:12)
- Elisa en Naäman de melaatse (Luc. 4:27)
- Jona en de mensen van Ninevé (Mat. 12:40-41)
- De verdorvenheid van Tyrus en Sidon en het oordeel over hen (Mat.11:21)
- De dood van Zacheria tussen het altaar en het tempelhuis (Luk.11:51)
- De profetie van Daniël (mat.24:15)
Ook de apostelen bevestigen de historiciteit van de bijbelse verhalenDit is vooral treffend in de twee volgende redevoering:
Rede van Stephanus in handelingen 7:2-50, beroept zich op de volgende feiten:
- de roeping en het leven van Abraham
- de aartsvaders: Isaäk, Jakob en zijn zonen
- Jozef en Israël in Egypte
- Mozus en Aäron
- De uittocht, de Rode Zee, de berg Sinaï, het gouden kalf,
- De tabernakel, de veertig jaren in de woestijn,
- Jozua en de veroverering van Kanaän
- David, Salomo, de Tempel.
Rede van Paulus in handelingen 13:16-41:
- de uitverkiezing van Israël
- de uittocht, de wet van Mozus
- de woestijn, Kanaän
- de richteren, Samuël, Saul
- David, de belofte van de Messias, de Psalmen
- De profeten
Of neem b.v. de
brief aan de Hebreeën.
Ook deze brief bevestigd een groot aantal historische feiten,
en is de grondslag en illustratie van ons geloof:
- De schepping – Gods rusten op de 7e dag
- Abel, Henoch en Noach
- Abraham, Mechizédek, Sara, Isaäk, Jakob, Esau
- Mozus, het Pascha, de Rode Zee, de berg Sinaï, de twee tafelen van de wet
- Aäron, de Tabernakel, de eredienst, de offeranden,
- het verbond Kades-Barnea, de woestijn, het manna, Aärons staf
- Jozua, Jezicho, Rachab
- De Richteren, Gideon, Barak, Simson, Jefta
- Samuël, David.
Tot zover maar eerst.