Vrijheid van godsdienst een schijnprobleem?
Het vraagstuk van de door sommige godsdiensten fel begeerde godsdienstvrijheid hangt nauw samen met het scheidingsdenken van de openbaringsgodsdiensten. Zij steunen namelijk op zogenaamde openbaringen, waarin God bepaalde rituelen zou eisen, zoals regelmatig bezoek aan heilige plaatsen, voorgeschreven gebeden, offers en het vieren van gedenkdagen, die verband zouden houden met bepaalde, zogenaamde historische feiten. Zeer behoudende, maar ook wel minder behoudende christelijke en islamitische kringen zeggen, dat heel de mensheid zich dient te onderwerpen aan bovengenoemde verplichtingen. Nu heeft de bijbel laten zien, dat godsdienstige rituelen nergens toe dienen en zeker geen bijdrage leveren, noch aan de samenleving noch aan het individu. Zij veroorzaken juist het scheidingsdenken. Paulus, de apostel der volkeren, leert geen enkel godsdienstig ritueel en ook geen gedenkdagen.
In de bijbelse voorstelling is het volk Israël een ‘proeftuin’ geweest, want dit volk ontving van de God van Isarël een serie godsdienstige wetten, als ‘proef op de som’. Helaas hebben de openbaringsgodsdiensten, deze wetten op eigen wijze geïnterpreteerd, verminkt en overgenomen. Zij dienden echter als een illustratie van het menselijke onvermogen om, door het houden van al die geboden, het Heil te bereiken.
Is de zogenaamde godsdienstvrijheid dan geen schijnprobleem